Zonder leger is iedereen soldaat

Terwijl de pro-Amerikaanse coalitie-regering in Irak de verschillende milities al maanden oproept de wapens neer te leggen, verschijnen er alleen maar meer gewapende groepen. Een burgeroorlog dreigt.

Wie een dagtochtje door het Irak van na Saddam maakt, krijgt een duidelijk beeld van de machtsverhoudingen in het land.

Begin in het noorden, in Sulaymaniya. De leden van het nieuwe Iraqi Civil Defence Corps, een door de Amerikanen opgerichte paramilitaire organisatie, dragen dezelfde uniformen als hun collega's elders in het land. Alleen hebben ze een Koerdisch vlaggetje op hun schouders gespeld.

Op weg naar Bagdad, in sunnitisch gebied, staan leden van de shi'itische Al Badr-brigade in hetzelfde legeruniform bij een controlepost langs de weg. Posters van hun leider Abdel-Aziz Al-Hakim fleuren het geheel op, zodat voorbijgangers weten waar de loyaliteit van de soldaten ligt. Langs de weg de uitgebrande wrakken van Amerikaanse voertuigen, het visitekaartje van het sunnitische verzet.

Dan, bij de nadering van de Iraakse hoofdstad, portretten van Muqtada Al Sadr, de leider van weer een andere shi'itische militie. Mannen in zwarte shirts en broeken vormen zijn `leger van de Mahdi', een militie die op dit moment de heilige stad Najaf in het zuiden bezet.

Terwijl de door de VS geïnstalleerde coalitieregering in Irak de verschillende milities al maanden oproept de wapens neer te leggen, verschijnen er alleen maar meer gewapende groepen in het land. Bijna allemaal rechtvaardigen ze hun aanwezigheid door het gebrek aan veiligheid. De groepen staan een snelle wederopbouw in de weg, zo vinden de Amerikanen.

In het hoofdkwartier van de `Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak' in Bagdad, wordt leiding gegeven aan de circa tienduizend strijders van de Al Badr-brigade. De mannen zijn getraind in Iran waar ze meer dan twintig jaar de val van de Iraakse Ba'ath-partij hebben afgewacht. De `Opperste Raad' maakt deel uit van de selecte groep bannelingen die onder Amerikaanse bescherming veel macht kregen in het land waar ze vaak jaren niet zijn geweest. Onlangs is de brigade omgevormd van militie tot `civiele wederopbouw beweging'.

,,We hebben onze wapens neergelegd, maar niet ingeleverd bij de Amerikanen'', zegt Reza Dwjad Taki, adviseur Nationale Relaties van de Raad. Soms pakken de militieleden de wapens namelijk weer op, bijvoorbeeld als er een belangrijke religieuze bijeenkomst is in de heilige steden Najaf of Kerbala. ,,Tijdens de herdenking van de veertigste sterfdag van Imam Hussein, was het de Badr-brigade die voor de veiligheid zorgde. Wij fouilleerden iedereen en hielden de massa's in de gaten'', zegt Dwjad Taki.

De Amerikanen hebben de leden van de Al Badr-brigade gevraagd om soldaat te worden in het nieuwe Iraakse leger, of agent bij de nieuwe Iraakse politie. ,,Maar dat willen we niet'' zegt Dwjad Taki. ,,Dan wordt onze brigade opgebroken. We melden ons alleen per legereenheid aan. Individuele soldaten behoren tot de Al Badr-militie.''

Net als de andere belangrijke milities in Irak, heeft de `Opperste Raad' redenen om de wapens achter de hand te houden. De onzekere toekomst van het land is de belangrijkste. In Najaf maakt op dit moment `het leger van de Madhi' van de rebelse geestelijke Muqtada Al Sadr de dienst uit. De militie zou beschikken over ongeveer tienduizend man. De Al Sadr familie en de geestelijk leiders van de `Opperste Raad', de Hakim familie, staan al jaren op gespannen voet met elkaar.

,,Er zijn andere groepen met wapens, dus gaan wij onze wapens niet opgeven'', legt Djwad Taki uit. Gisteren kwam het bijna tot een botsing nadat de Al Badr-brigade had aangekondigd een parade door het centrum van Najaf te houden. Gevechten tussen coalitietroepen en leden van het Mahdi-leger verhinderden dat.

In Noord-Irak, waar de twee grote Koerdische partijen dertien jaar lang een vrijstaat regeerden, vormen ongeveer 80.000 peshmerga's, voormalige Koerdische guerrillastrijders, de grootste militaire macht in Irak ná de Amerikanen. ,,Natuurlijk gaan we dat leger niet opgeven. Dan hebben we geen onderhandelingspositie meer'', zegt een hoge Koerdische functionaris die anoniem wil blijven. Tijdens de onderhandelingen over de voorlopige grondwet hebben de Koerden geëist dat zij het gezag over het leger in het noorden van het land niet hoeven over te dragen aan de centrale regering in Bagdad. ,,Wij gaan niets van onze vrijheid inleveren'', zegt de Koerdische functionaris.

In een land zonder leger is iedereen soldaat. De milities zijn overal. In de moerassen in het zuiden zit de Iraakse `Hezbollah'. In het noorden verschanst de Turks-Koerdische afscheidingsbeweging PKK zich nog steeds in de bergen, net zoals een aantal Iraanse oppositiebewegingen. De grootste daarvan, de Mudjaheddin Khalq, is al maanden geleden als terreurorganisatie bestempeld door de Verenigde Staten, maar de ongeveer 5.000 strijders bevinden zich nog steeds in het centraal-Iraakse `Kamp Ashraf'. Ontwapend, maar niet ontbonden.

Turkmenen in Arbil en Kirkuk hebben een militie onder de vlag van hun lokale partij. Het Turkse leger houdt er met tanks een brede veiligheidszone in Noord-Irak op na. Er is al jarenlang een Turkse legereenheid in de stad Arbil met lokale Turkmenen als soldaten. Rebellen in de sunnitische driehoek organiseren zich in stilte.

In Sadr-city, de shi'itische sloppenwijk buiten de Iraakse hoofdstad, vindt het leger van de Mehdi zijn meeste aanhangers. Wafer (27) verkoopt normaal kleren aan Iraanse pelgrims, maar maakt zich nu klaar om naar Najaf te reizen en de wapens tegen de Amerikanen op te nemen. Hij is boos en teleurgesteld; Al Sadrs groep kanaliseert zijn frustraties.

,,Mijn breekpunt was toen de Amerikanen in mijn wijk werden beschoten en ze op hun beurt het vuur openden op vrouwen en kinderen'', zegt Wafer. ,,In de tijd van Saddam konden we niets doen tegen de wreedheden. Maar nu zijn de shi'iten sterk. We zullen onze stem niet verloren laten gaan.''

Irak is een potentieel kruitvat à la Libanon waar de aanwezigheid van milities leidde tot een jarenlange burgeroorlog, zegt Son Gul Chapook, een van de drie vrouwelijke leden van de Iraakse regeringsraad. ,,Alle militieleiders willen macht hebben. Maar ze moeten juist macht inleveren, willen ze het volk dienen'', vindt Chapook. Volgens haar wordt de kloof tussen de verschillende bevolkingsgroepen steeds groter door de verschillende milities. ,,We moeten serieus oppassen voor een burgeroorlog in Irak.''

    • Thomas Erdbrink