Weg met de salamitactiek

Verloopt de Europese besluitvorming over de Turkse kandidatuur op een voor het publiek bevredigende manier? Staatssecretaris Nicolaï oordeelt van niet en spreekt van salamitactiek. Zijn partijgenoot Van Aartsen vindt dat onzin.

De Europese Unie neemt haar besluiten terloops en in kleine stapjes. In kleine kring wordt naar grote beslissingen toegewerkt. En als dat eenmaal tot het publiek doordringt, wordt verwezen naar eerdere procedures en beloftes, zodat een weg terug bijna onmogelijk is.

Dat is een van de grote gebreken van de Europese besluitvorming, vindt staatssecretaris Atzo Nicolaï (Europese Zaken). Met name de manier waarop Brussel met de Turkse kandidatuur voor de EU is omgesprongen, vormt een illustratie van deze `salamitactiek', zoals Nicolaï het herhaaldelijk noemt. Zo zei hij enkele maanden geleden tegen deze krant: ,,Ver voor mijn tijd is besloten Turkije de status van kandidaat-lid te geven. En dan kent de EU vervolgens een draaiboek van stappen om van kandidaat-lid tot volwaardig lid te worden. En dat ontrolt zich nu. Dat bedoel ik met salamitactiek en terloopse besluitvorming.'' Nicolaï herhaalde zijn bezwaar onlangs in Maastricht tijdens een congres over de Turkse kandidatuur.

De bewindsman staat hierin niet alleen. Europees Commissaris Frits Bolkestein observeerde onlangs sarcastisch dat tijdens de historische Europese top van Helsinki in december 1999 ,,wel drie minuten'' is gesproken over de verlening aan Turkije van de status van kandidaat-lid.

Is de besluitvorming over Turkije, dat vandaag als organisator van het Eurovisie Songfestival weer z'n beste Europese beentje voorzet, een voorbeeld van salamitactiek? Niet als je het aan Jozias van Aartsen en Hans van den Broek vraagt. De eerste, nu voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, was er in 1999 in Helsinki bij als minister van Buitenlandse Zaken. De tweede was in de jaren negentig Europees Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen.

,,Dat is echt grote onzin'', reageert Van Aartsen als hem de kritiek van zijn partijgenoten Nicolaï en Bolkestein wordt voorgelegd. ,,Drie minuten? Wel zes-en-der-tig uur is er in Helsinki over Turkije gesproken. Vanuit de Finse hoofdstad is zelfs nog een tweehoofdige delegatie van buitenlandcoördinator Solana en Europees Commissaris Verheugen naar Ankara afgereisd om over de voorwaarden voor het kandidaat-lidmaatschap te spreken, wat moeizame besprekingen waren.''

Weinig bekend is volgens Van Aartsen dat het in 1999 ging om herstel van de Turkse kandidaatstatus. Die was het land twee jaar eerder, tijdens de Europese top in Luxemburg, kwijtgeraakt na berichten over mensenrechtenschendingen. Bovendien werd in Helsinki slechts besloten over het ,,herstel van het label kandidaat-lid'', maar niet over de voorwaarden waaronder, hetgeen drie jaar later gebeurde, tijdens een top in Kopenhagen. Eind dit jaar wordt besloten of Turkije aan die voorwaarden voldoet. Kortom, hoezo salami?

Oud-Eurocommissaris Hans van den Broek wijst op de meer dan halve eeuw dat de Turkse kwestie al speelt. In 1963 sloten de EEG en Turkije een Associatieverdrag waarin al stond dat Turkije `op den duur' in aanmerking kwam voor lidmaatschap. Juist deze lange voorgeschiedenis, de huidige verdeeldheid binnen Europa en de onzekerheid of Turkije voldoet aan de zogeheten Kopenhagen-criteria voor toetreding, geven aan dat er minder onvermijdelijkheid in de besluitvorming zit dan Nicolaï suggereert, stelt Van den Broek.

Daarbij staat volgens hem het Europees bestuur open voor berichten van bijvoorbeeld niet-gouvernementele organisaties over mensenrechtenschendingen of andere zaken die niet door de beugel kunnen. Zij spelen een rol in de publieke opinie en als die berichten of protesten daartoe aanleiding geven, worden besprekingen stopgezet. ,,Kijkt u maar naar – inmiddels EU-lid – Slowakije. Daarmee weigerde de Europese Unie midden jaren negentig enige tijd te onderhandelen toen Meciar aan de macht was, over wiens democratische gezindheid de nodige twijfels bestonden.'' Wat voor de ene politicus die terugkijkt een rechte lijn van stapjes in een onontkoombaar proces lijkt, is voor de ander die er bij was een hobbelige route, concludeert Van den Broek. ,,Maar ja, sommigen, zoals Nicolaï, zijn pas laat ingestapt in de Europese trein. Zijn kritiek heeft iets machteloos: Ik ben er eigenlijk tegen, maar kan er ook niets meer aan doen.''

VVD-fractievoorzitter Van Aartsen wijst verder op de lauwe houding bij politiek, publiek en pers tegenover Turkije. Van Aartsen: ,,Het onderwerp Turkije speelde lange tijd in de nationale psyche gewoon geen rol. Turkije was tijdens de Koude Oorlog een betrouwbare NAVO-bondgenoot geweest, waarover, met uitzondering van de mensenrechtenschendingen, verder niet zoveel publiek debat was. Als ik hierover toen een grote toespraak had gehouden, was er niemand op afgekomen; uw krant ook niet.'' Ook in de Kamer leefde Turkije niet, aldus Van Aartsen. In de debatten voorafgaand aan de top in Helsinki en in het Kamerdebat achteraf speelde het onderwerp nauwelijks. ,,Voor de top van Helsinki was de VVD-fractie tegen Turkse toetreding, daarna minder.''

De betogen van Van Aartsen en Van den Broek maken niet veel indruk op de Turkse onderzoekster Gamze Avci. Zij is als docent verbonden aan de Universiteit van Leiden en publiceerde over de Europese besluitvorming over Turkije. Zij kan wèl begrip opbrengen voor de kritiek van Nicolaï. Met enige verwondering ziet ze bijvoorbeeld hoe, met name in Duitsland, maar ook steeds meer in Frankrijk, procedure en politiek door elkaar lopen, waarbij het publiek op het verkeerde been wordt gezet. ,,Dezelfde politici die op het ene moment tekenen voor de criteria van Kopenhagen, zeggen op het andere moment dat Turkije maar beter niet bij de EU kan. Gewone burgers denken dan dat de discussie pas begint, en raken gefrustreerd als ze erachter komen dat de discussie een lange voorgeschiedenis kent.''

Daarnaast verwondert Avci zich over het gemak waarmee van argument wordt gewisseld, waardoor verwarring bij het publiek ontstaat en wrevel in Turkije zelf. ,,Eerst zeiden de christen-democraten in West-Europa, ook in Nederland, dat Turkije er als islamistisch land niet bijhoorde. Dat zorgde wel voor een levendig debat, maar wekte ook veel wrevel in Turkije. Daarna waren het de mensenrechten of het zware beslag dat een groot, niet zo welvarend land als Turkije op het integratievermogen van de Unie legt. Dacht u werkelijk dat als de regeringsleiders straks oordelen dat Turkije niet aan alle criteria voldoet en daarom voorlopig geen EU-lid kan worden, iemand in Turkije dat na die voorgeschiedenis nog gelooft? Velen zullen dan zeggen dat de islamieten door de christenen buiten de deur zijn gehouden.''