Volledig modern 2

Eerlijk gezegd begrijp ik de ophef niet zo over de vondst van tot kettingen geregen schelpjes van 77.000 jaar oud (`Volledig modern', W&O 1 mei). Ze tonen hetzelfde aan als de al eerder gevonden staaf oker met lijnpatroon uit diezelfde periode, en nog veel oudere sporen van het gebruik van pigment: versieringen komen in de hele midden steentijd al voor. Daarvoor is taalgebruik niet eens een voorwaarde: mannelijke prieelvogels versieren hun hofmakersnesten; dolfijnen tooien zich met stukjes zeewier. Voor het maken van de gevonden decoraties en sieraden is zeker een behoorlijke handvaardigheid nodig. Maar om dit symbolisch gedrag te noemen gaat te ver.

Dat er in de midden steentijd al wel taalgebruik bestond lijkt me zeker aannemelijk. Hoe groter de handvaardigheid hoe groter de kans dat een voorouder het gereedschap in zijn hand als ding kon gaan zien, en er vervolgens een vast geluid, een naam, een woord aan kon verbinden. Maar ook hier moeten we ons realiseren dat taalgebruik op zich nog niet gelijkstaat aan symboolgebruik. De dingen en de woorden zullen eerst lange tijd een één op één relatie hebben gehad. Woorden gebruiken om iets aan te duiden dat op dat moment afwezig is, vormt nog steeds geen symbolische maar slechts een referentiële handeling.

Symbolen zijn betekenisvolle tekens. Op het moment dat alles wat zich voordoet niet alleen voor zichzelf staat, maar ook een teken kan zijn dat figuurlijk geduid moet worden, zal symbolisch gedrag ontstaan. Hier beginnen de koppelwerkwoorden, en het geloof, en de kunst. Figuratieve kunst en grafgiften (vaak ook grafgiften in de vorm van figuratieve kunst) worden pas in de late steentijd gevonden. Dit levert nog steeds een duidelijk bewijs dat deze belangrijke drempel naar modern gedrag al of niet met hulp van een genetische mutatie – pas rond 50.000 jaar geleden overschreden is.

    • Hilda Dijk Amsterdam