Vang een zalm op IJsland. Net als Eric Clapton

In de zomer komen duizenden vistoeristen naar IJsland om in de schone rivieren Noord Atlantische zalm te vangen. En die sportvissers proberen de zalm ook te beschermen. Jan Gerritsen over een prijzige hobby.

Wie er snel bij is, kan nog een dag reserveren om zalm te vissen in de Laxá i Ásum, aan het eind van het seizoen dat half september eindigt. In juli en augustus, het hoogseizoen, als een dag vissen in de `koningin van de zalmrivieren' van IJsland 200.000 IJslandse kronen (ongeveer 2.250 euro) kost, zijn alle dagen al gereserveerd, meestal al een jaar van tevoren. Voor dat geld mag je dan op twee plaatsen, meer zijn er niet, je hengel uitwerpen langs of in deze kleine rivier in het noorden van IJsland.

De kans is groot dat je een flink aantal wilde Noordatlantische zalmen vangt. Gitarist Eric Clapton verschalkte er vorig jaar 81 – in hoeveel dagen is niet bekend. Het record in 2003 was 80 zalmen met twee `rod's, zoals de zalmvissers hun vistuig noemen, op één dag. In totaal werden er 1.200 gevangen in het honderd dagen lange visseizoen.

IJsland heeft tientallen laxá, rivieren waar de zalm, de koningin van de zeevissen, wordt geboren, opgroeit, en na een leven in de Noord-Atlantische Oceaan terugkeert om zich voort te planten. De totale waarde van alle IJslandse zalmrivieren waar jaarlijks ongeveer 35.000 zalmen worden gevangen, wordt op 400 miljoen dollar geschat. Achttienhonderd boeren in veelal veraf gelegen gebieden verdienen als eigenaren van de rivieren een mooi inkomen aan de verhuur van de vis-stekkies, al moet er ook geïnvesteerd worden in de aanleg van zalmtrappen, waar nodig, en in het uitzetten van smolt (jonge vis), in de hoop dat de volwassen exemplaren jaren later naar hun geboorterivier zullen terugkeren.

400 EURO PER HENGEL

De beste rivieren, en de dus duurste, met veel vissen, en grote ook, van tien pond of meer, bevinden zich in het noorden van het land. In juli en augustus worden topprijzen betaald, maar de meeste tarieven zijn aanmerkelijk lager dan die voor de Laxá i Ásum: 300 tot 400 euro voor één hengel per dag, van 's ochtends zeven tot 's avonds negen of tien uur, met drie uur verplichte middagpauze. In het naseizoen, september, kan men nog goedkoper terecht. En er zijn ook goedkope rivieren zoals de Tungufljót, 100 kilometer van Reykjavik, waar een dag vissen 2.800 kronen (ongeveer 32 euro) kost, nog geen zes pakjes sigaretten – wat ook iets zegt over de prijs van dit genotmiddel in IJsland. En langs de duizenden kilometers lange kusten mag je overal gratis je hengel in zee uitwerpen, maar de kans dat je een zalm vangt is vrijwel nihil.

Ruim 8.000 sportvissers uit vele landen komen jaarlijks naar IJsland om hun hobby te beoefenen. Ze geven samen ruim twaalf miljoen euro uit voor de huur van `visplaatsen', verblijf in `lodges' en de aanschaf van vistuig. Menige IJslander heeft een aardige bijverdienste aan het maken van de prooi waarop de zalm afkomt, de felkleurige `vliegen' met namen als Phaesant Tail, Black Knat, Munroe Killer of Rode Francis. Ongeveer een kwart van de buitenlandse zalmvissers komt uit Groot-Brittannië, in navolging van prins Charles, die zo'n twintig jaar geleden regelmatig zalm viste in de Hofsá, een rivier in het oosten van IJsland. Tien procent van de toerist-vissers komt uit de Verenigde Staten en de rest vooral uit Duitsland, Zwitserland en vele andere Europese landen – `een enkeling' komt uit Nederland, schat Thróstur Ellidason van Strengir, een bedrijf in Reykjavik dat vistrips voor buitenlanders organiseert.

LIESLAARZEN EN SCHEPNET

Het vissen op zalm – en zeeforel – is in IJsland niet alleen `a rich man's fun', zoals in de Verenigde Staten of in Patagonië (Argentinië) waar je voor een week vissen in het hoogseizoen in de Rio Grande ruim 4.800 euro kwijt bent. Ongeveer 55.000 IJslanders tussen 18 en 69 jaar vissen jaarlijks gemiddeld acht dagen aan een zalmrivier en geven in totaal, de kostbare uitrusting aan hengels, schepnet, lieslaarzen en warme kleding inbegrepen, zo'n dertig miljoen euro uit aan hun hobby.

Veel IJslanders eten, politiek-incorrect, de vis op die ze, meestal na een langdurige worsteling, op het droge krijgen. Voor menige visser is de grillparty 's avonds in de `lodge' het hoogtepunt: wilde zalm is een delicatesse. De smaak van wilde zalm verhoudt zich tot die van de gekweekte en genetisch afwijkende `Noorse' zalm in de schappen van supermarkten als Westmalle Triple tot verschaalde pils. Maar er zijn steeds meer beheerders van zalmrivieren, zoals die van de Laxá i Adaldal of de Selá in het noordoosten, die `catch and release' als beleid hebben, zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten al lang het geval is. Het gaat om de sport en niet om het eten, is de opvatting van de sportvissers die zich zorgen maken over het lot van de zalm.

In 2000 schatte het World Wildlife Fund (WWF) het aantal Noord-Atlantische zalmen in de zeeën tussen het noordoosten van de VS en Noorwegen op ca. 80.000,tegen 800.000 een kwart eeuw geleden. Naast sterfte door allerlei ziektes en vormen van milieuverontreiniging is overbevissing door zeevissers de belangrijkste oorzaak van deze dramatische achteruitgang. Maar sinds een jaar of twee lijkt de zalm zich te herstellen. In de Laxá i Adaldal, een andere beroemde rivier in het noorden van IJsland, worden weer oude mannetjes van twintig pond of meer gesignaleerd.

ZALMBESCHERMERS

Om de zalm voor uitsterven te behoeden richtte een IJslandse sportvisser, Orri Vigfusson, een zakenman die fortuin met wodka maakte, vijftien jaar geleden het North Atlantic Salmon Fund op. Met geld van rijke zalmvissers, vooral Amerikanen, en later ook van regeringen, kocht het MASF de zalmquota's op van beroepsvissers in Groenland en de Faroer-eilanden. De Canadese regering kocht de zalmvissers aan de oostkust op eigen kosten uit. Ook werd het vissen op zalm met netten (in de mondingen van zalmrivieren) in Engeland, Wales, Noord-Ierland en IJsland verboden en afgekocht, soms met bijdragen van regeringen. Het gaat om grote getallen: alleen in het noordoosten van Engeland vingen enkele tientallen netvissers jaarlijks 34.000 zalmen.

In Schotland en Noorwegen wordt ook nog met netten gevist, maar de beschermers van de zalm zijn vooral bezorgd over de netvisserij aan de westkust van Ierland. Ondanks de niet-aflatende campagnes van sportvissers en voorstellen van het Salmon Fund om er een einde aan te maken gaat `de slachting' voort – aldus Noel Carr, voorzitter van de FISSTA, de Federation of Irish Salmon and Seatrout Anglers. De Ierse regering houdt zich doof, mede omdat aan de westkust armoe troef is en geen andere werk beschikbaar is. Na vijftien jaar campagnes met grote inzet en vasthoudendheid mag Orri Vigfusson niettemin tevreden zijn – niet zozeer wegens de hoge onderscheiding die hij enkele jaren geleden door prins Charles kreeg uitgereikt, maar omdat het de koningin van de vissen eindelijk beter gaat. Trots zei hij onlangs: ,,De toekomst van de Atlantische zalm ziet er elke maand beter uit.''

Meer informatie:

www.asf.ca

www.salmonfarmmonitor.org

www.inca.is

www.strengir.is

Reizen: vanaf 1 juni dagelijks vluchten Amsterdam-Reykjavik van Icelandair. Zie: www.icelandair.nl

    • Jan Gerritsen