Te weinig vrouwen voor `grootste Nederlander'

Wouter van Oorschot deed in deze krant van 7 mei een sympathieke oproep om bij de verkiezingen van `de grootste Nederlander aller tijden' te stemmen op Belle van Zuylen. Verontwaardigd constateert hij dat er maar 28 vrouwen op de lijst van 200 kandidaten staan. Inderdaad, dat lijkt een schamel hoopje. Toch is die score niet eens zo slecht. Het is 14 procent. Biografische woordenboeken zijn een aardige graadmeter voor het vaststellen van historische roem en de man/vrouw verhoudingen daarbij. In het moderne Biografisch Woordenboek van Nederland (zes delen verschenen), dat zich vooral richt op de twintigste eeuw, zijn 130 van de 1.863 beschreven personen vrouw. Dat is 7 procent.

Veel fundamenteler is de vraag of zo'n wedstrijd om de erenaam `grootste Nederlander' nu wel zo zinvol is. Stel je voor dat Pim Fortuyn wint, of Leontien van Moorsel, of Belle van Zuylen of Anton Geesink. Dat zou onze geschiedenis en ons historisch besef toch wel in een vreemd daglicht stellen. Deze mensen, hoe interessant ook, worden immers aan alle kanten overschaduwd door mensen die invloedrijker, geleerder, creatiever, origineler, machtiger of wat dan ook zijn geweest. Wat heet `groot'? We mogen kiezen uit een door enkele deskundigen samengestelde groslijst. Criteria worden niet gegeven. Wil de jury nu echt dat we kiezen tussen Spinoza en Aletta Jacobs. De scheve man-vrouwverhouding zegt natuurlijk wel iets over de geringe bekendheid van vrouwen uit ons verleden. Als samenstellers van het Digitaal Vrouwenlexicon Nederland hadden met deze vage toelatingseisen met gemak nog honderden vrouwennamen aan de lijst kunnen toevoegen.