Slecht licht en mooi uitzicht

Het Stedelijk Museum Amsterdam opent morgen zijn tijdelijke vestiging in het TPG-gebouw. Voor schilderkunst zijn de condities niet optimaal.

Het uitzicht vanaf restaurant 11, gevestigd op de elfde verdieping van het TPG-gebouw, is fenomenaal. Rechts zie je het Centraal Station van Amsterdam, met daarvoor de reusachtige bouwput waar bibliotheek en conservatorium moeten verrijzen. Recht vooruit kijk je op de daken van het historische centrum, en links springen het NEMO en de Cruise Terminal in het oog. Deze plek, op de grens van de oude en de nieuwe stad, zal de komende jaren dé culturele hot spot van Amsterdam worden.

Morgen wordt een belangrijke eerste stap gezet: dan gaat in het voormalige postsorteercentrum van de PTT het tijdelijke onderkomen van het Stedelijk Museum open. De komende twee jaar zullen op de tweede en derde verdieping van het pand hoogtepunten uit de collectie en wisselende tentoonstellingen te zien zijn. De beschikbare expositieruimte is bijna net zo groot als in het oude gebouw aan de Paulus Potterstraat: 4000 vierkante meter in plaats van 5500.

De entree van het nieuwe Stedelijk is spectaculair. Via de museumwinkel op de tweede verdieping kom je terecht in een brede, roodverlichte slurf die aan de buitenzijde van het gebouw een hoek omslaat en naar de museumzalen leidt. Deze loopbrug is noodzakelijk omdat de oorspronkelijke toegangspoort veel te smal was voor de verwachte 200.000 bezoekers per jaar. Ook de entreehal, met kassa's en garderobe, is groots opgezet en op veel publiek berekend.

De tentoonstellingszalen zelf zijn krapper bemeten. Op de tweede etage hangen hoogtepunten uit de twintigste-eeuwse Europese kunst – topstukken van Malevich, Schoonhoven en Léger – in kleine, lage zaaltjes. De muren zijn keurig witgesaust en de vloeren bedekt met een nieuw laagje beton, maar aan de plafonds loopt nog een industrieel ogend stelsel van buizen en leidingen. Op sommige plekken leiden die de aandacht op storende wijze af van de kunst, met als dieptepunt een Mondriaan die half schuilgaat achter een luchtrooster.

,,Het budget was krap'', zo verontschuldigde interim-directeur Hans van Beers zich vrijdag tijdens de voorbezichtiging. Slechts anderhalf miljoen euro was er beschikbaar voor de verbouwing. De inrichting van het museum oogt daarom nogal rudimentair: er is gebruik gemaakt van goedkope materialen als multiplex en geperst hout. ,,Het is het beste wat we voor dit geringe budget konden krijgen'', meent Van Beers. ,,Veel geld is gaan zitten in beveiliging en klimaatbeheersing.''

Ook wat betreft licht is gekozen voor een goedkope oplossing. Het daglicht wordt vrijwel overal buitengesloten door voorzetwanden of ondoorzichtig plastic – met hier en daar een kijkgaatje. Het licht is nu afkomstig van eenvoudige tl-buizen. Nadeel is dat veel werken er daardoor nogal flets uitzien. Het blauw van de Yves Klein lijkt nu lang niet zo intens, en uit de Soutine lijkt opeens alle diepte verdwenen. ,,We zijn natuurlijk wel verwend door de optimale omstandigheden in het hoofdgebouw'', reageert Van Beers. ,,Het licht van het Stedelijk is wereldberoemd.''

De collectie naoorlogse Amerikaanse kunst op de derde verdieping is beter bedeeld. Schilderijen van Pollock, Lichtenstein, Ryman en Newman hangen hier in ruimere zalen die, dankzij het bogendak, hoger ogen. Op deze etage is verder plaats gemaakt voor kleine presentaties van deelcollecties, zoals fotografie en Japanse affiches, en voor de tentoonstelling 20/20 Vision, met werk van hedendaagse kunstenaars als Marc Bijl, Steve McQueen en De Rijke/De Rooy.

Hoogtepunt van de rondgang door het gebouw is de tentoonstelling Kramer vs. Rietveld, die uit een ongelofelijke hoeveelheid meubels uit de eigen collectie bestaat. In kleine kabinetjes zijn interieurs van de tegenpolen Piet Kramer en Gerrit Rietveld gereconstrueerd, terwijl in de grote middenzaal stukken van topontwerpers als Thonet, Starck en Eames thematisch gerangschikt zijn.

Het zou goed zijn als het Stedelijk zich de komende tijd vooral op deze wisselende tentoonstellingen richt, en minder op het tonen van de meesterwerken uit de collectie. De condities voor het presenteren van schilderkunst zijn in het nieuwe museum niet optimaal, terwijl bijvoorbeeld video's of vormgeving er wel uitstekend op hun plaats zijn.

En, zo vraagt menigeen zich af, zou het geen optie zijn om ook na de heropening van het hoofdgebouw een filiaal in dit culturele centrum te houden? ,,Het TPG-gebouw wordt straks omgebouwd tot kantoorpand'', vertelt Van Beers. ,,Dit wordt hele dure grond. Formeel hebben we de ruimte tot 2006 tot onze beschikking, maar we gokken op 2007. Dan kunnen we de hele periode overbruggen tot het Stedelijk aan het Museumplein weer opengaat.''

Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. Vanaf 16 mei dagelijks 10-18u, do 10-21u. Inl: www.stedelijk.nl

    • Sandra Smallenburg