Paranoia, cynisme en twijfel

Na de martelpraktijken in de Abu Ghraib-gevangenis ziet wie dat wenst overal `ugly Americans'. Twee Witte-Huisinsiders over wat er rest van Amerika's missie. Richard Clarke, de terrorisme-expert die een boek schreef over Bush' obsessie met Irak: `We kunnen alleen slagen als de islamitische leiders de jihadisten veroordelen. En dat is na Abu Ghraib onmogelijk.' Condoleezza Rice, de Nationale Veiligheidsadviseur, pleit voor volharding. `Het gaat niet om Irak.'

Condoleezza Rice draagt geen ringen aan haar lange, slanke pianovingers. Oorbellen met een grote parel en een fijnere parelketting op haar zwart-wit geblokte mantelpak. Zij accentueert haar betoog met krachtige handbewegingen. De partituur vraagt erom. En dan opeens, onaangekondigd, wellen tranen op in haar ogen. Zij rollen net niet over haar wangen. Maar het zijn onmiskenbaar tranen.

Zij heeft net betoogd dat het Iraakse volk niet in de steek moet worden gelaten. ,,Bedenk hoe het in Tweede Wereldoorlog was. Niemand werd opgegeven. Hoeveel offers zijn er niet gebracht om de landen van Europa hun democratie terug te geven? De `founding fathers' die de Grondwet begonnen met de woorden `We the People'... bedoelden mij niet. Wat zou er gebeurd zijn als wij die in gesegregeerde gebieden woonden toen hadden opgegeven? De Amerikaanse democratie heeft bijna tweehonderd jaar nodig gehad om dat tekort op te heffen.''

De vrouw die misschien het meest het vertrouwen geniet van de Amerikaanse president, te midden van alle sterke personen in zijn naaste omgeving, pauzeert. De stilte is tastbaar. Zij zit aan tafel in het kantoorgebouw van het Witte Huis-complex met vertegenwoordigers van een aantal Europese media. `Coalitiegenoten' en een Spanjaard. Na de week waarin het Abu Ghraib-gevangenisschandaal losbarstte, ontrolt zich nog een desastreuze week. Het woord `oorlogsmisdaad' komt voor in vrijwel ieder nieuwsbericht – de daders zijn dit keer Amerikaan. Iedereen in de wereld die het wil ziet `ugly Americans'.

,,Ik weet het'', herneemt de Nationale Veiligheidsadviseur zich. ,,Er zijn mensen die zeggen: de Irakezen hebben jaren met Saddam samengewerkt, ze hebben jarenlang geaccepteerd met Saddam te leven. Ik hoop dat u de historische vergelijking naar waarde schat. Dat ene compromis dat zij sloten was even slecht als het compromis in 1789 dat van mijn voorvaderen drievijfde burgers maakte en de slavernij een solide basis gaf. Laten we niet te snel oordelen over de Irakezen en hun talent voor democratie, zo kort nadat we een eind hebben gemaakt aan een van de wreedste dictaturen van de twintigste eeuw. We moeten inzien dat dit pijnlijk is. Niets van waarde is makkelijk.''

Het is een hartstochtelijk pleidooi. Maandag is het vijftig jaar geleden dat de Verenigde Staten de rassenscheiding op scholen afschaften. Daar kwam het Supreme Court aan te pas. Condoleezza Rice werd zes maanden later geboren in Birmingham, Alabama. Zij kende een van de vier Afrikaans-Amerikaanse meisjes die in 1966 werden gedood door de beruchte kerk-bomaanslag, gepleegd door een paar haatdragende blanke mannen. Rice weet dat verandering ten goede lang kan duren.

Haar levenservaring voegt een pikant element toe aan de redenen om vol te houden in een oorlog waar president Bush toe besloot, omdat Saddam Hussein de Verenigde Staten bedreigde met massavernietigingswapens. Hij had ze tegen zijn eigen volk gebruikt, waarom zou hij ze niet tegen Amerika inzetten? Of ze uitlenen aan Al-Qaeda-terroristen die de Amerikanen op 11 september 2001 de schok van hun leven bezorgden en 3.000 mensen doodden in New York en Washington?

Saddam is afgezet en zit in Amerikaanse gevangenschap, maar sindsdien is de wederopbouw van Irak verworden tot een chaotische en bittere bezetting. De chemische of kernwapens zijn niet gevonden. Naarmate de operatie minder lijkt op de door vice-president Cheney, minister van Defensie Rumsfeld en hun visiegenoten beloofde zegetocht, vragen ook voorstanders in de Amerikaanse media en het Congres zich af of het een goed idee was. Zeker nu Amerika zich doodschaamt voor de aan het licht gekomen vernederingspraktijken in de Abu Ghraib en andere gevangenissen in Irak en Afghanistan, raken alle zekerheden van de regering-Bush los van hun ankers.

Een van de critici met het meeste recht van spreken over de ontstane toestand is Richard Clarke, de topambtenaar die zich voor opeenvolgende presidenten bezighield met het bestrijden van terrorisme. Hij nam vorig jaar ontslag, omdat hij ernstig teleurgesteld was over het beleid van de huidige president, op wie hij nog had gestemd in 2000. Eind maart publiceerde hij een verslag van zijn ervaringen (`Against all Enemies Inside America's War on Terror') dat insloeg als een bom. Hij volgde het spoor terug tot januari 2001 toen Cheney de president al op het acute gevaar Irak liet wijzen vóór zijn inauguratie.

De hardheid waarmee het Witte Huis, de vice-president en dezelfde Condoleezza Rice reageerden op Clarke's boek deed vermoeden dat hij een blootliggende zenuw had geraakt. Wat heeft hij nu, zes weken later, afgeleid uit de ontvangst van zijn gedrukte ontboezemingen, vroeg ik Clarke deze week. De nu als adviseur voor veiligheidskwesties vrijgevestigde ex-ambtenaar klinkt eerder opgelucht er niet meer bij te horen dan gekrenkt door het bombardement van soms zeer persoonlijke kritiek dat op hem is uitgevoerd.

,,De mensen hebben onthouden dat ik in het boek en in de erop volgende hoorzittingen van de `911'-commissie uitlegde dat president Bush vóór de aanslagen geen aandacht had voor terrorisme en erna de oorlog tegen het terrorisme ook verwaarloosde door zonder dwingende noodzaak Irak aan te vallen. Dat werd zes weken geleden gezien als tamelijk controversieel, maar uit opiniepeilingen blijkt dat een meerderheid van het Amerikaanse volk het daar nu mee eens is. Het Amerikaanse publiek komt met spijt tot de conclusie dat de regering vanaf het begin van plan was Irak aan te vallen en dat men er steeds andere redenen voor aanvoerde en het volk misleidde. Men begint te geloven dat het fout was, hoe goed de bedoelingen misschien ook waren. Steeds meer mensen stellen vast dat de regering verwarde excuses had, dat de planning tekortschoot en dat de uitvoering en de naoorlogse fase rampzalig waren.''

U beschrijft uzelf altijd als een hoofdambtenaar die fel was op zijn onderwerp, meer dan in de politieke aspecten ervan. Hoe vergelijkt u de praktijk van de regeringen waar u voor heeft gewerkt, qua analyse, beleidsvorming en uitvoering?

,,Als ik vergelijk hoe het toeging onder de presidenten Ford, Carter, Reagan, Bush I, Clinton en de huidige regering, dan zie je enorme verschillen. Je zag bij al die vorige regeringen dat er rigoureuze analyses werden uitgevoerd, er was op het gebied van nationale veiligheid een open debat binnen de staf van de president en de betrokken ministeries. Er werden dikke, uiterst professionele stukken geproduceerd waarin geen plaats was voor partijgebonden argumenten. We keken altijd naar de gewenste uitkomst, maar ook naar mogelijke andere uitkomsten. We gingen na wat er zou gebeuren als de uitkomst waar de politiek op hoopte, er niet uit zou komen. We keken naar de kosten en de risico's van verschillende opties.

,,In dit geval zouden we gekeken hebben naar de waarschijnlijkheid dat we een democratie zouden kunnen vestigen in Irak, en wat er zou gebeuren als die veronderstelling fout zou blijken te zijn. Wat de kosten zouden zijn als we ons hadden vergist, of als het gewoon niet lukte. Tijdens deze regering-Bush wordt niets van dat alles ooit gedaan. Zij weten wat zij willen doen. Het enige dat in het overleg tussen het Witte Huis en de ministeries wordt besproken is: hoe doen we het en hoe verkopen we het aan het Congres, het Amerikaanse volk en de pers. Zij onderwerpen hun plannen nooit aan het soort `due diligence'-onderzoek dat normaal was tijdens eerdere regeringen.''

De Bush-ploeg zei vóór de verkiezingen dat zij niets moest hebben van `nation building'. Dat is toch anders gelopen.

,,Ja, dat zeiden ze. Tijdens de campagne hielden ze zich koest. Maar als je kijkt naar wat mensen als Wolfowitz (onderminister van Defensie), Libby (de Veiligheidsadviseur van vice-president Cheney) en adviseurs buiten het officiële apparaat, zoals Richard Perle en oud-CIA-directeur Woolsey, eerder schreven, dan zie je dat zij openlijk pleitten voor het omverwerpen van het regime van Saddam Hussein en het gebruik van Amerikaanse militaire macht indien nodig.

,,Aan de ene kant praatten zij over nation building als zo'n zwak, Clinton-achtig links idee, en tegelijk droomden zij van een invasie in Irak. Maar zodra zij daar waren binnengetrokken beseften ze dat ze toch aan natievorming moesten gaan doen, en niet zo'n beetje ook. Zij hadden geen idee hoe dat moest. En zij hadden nooit advies gevraagd bij de experts die op dat gebied binnen de overheid te vinden zijn. Er is veel nation building gedaan, niet altijd met evenveel succes, maar we hebben geleerd van onze fouten. Er is kennis beschikbaar, en bij de Verenigde Naties zelfs veel kennis.''

In Amerika is de laatste dagen het debat over de publicatie van nog meer en misschien nog verschrikkelijker beelden van marteling en mishandeling van gevangenen in Abu Ghraib overgegaan in een semi-publiek onderzoek naar het klimaat waarin dit soort wanpraktijken mogelijk werden. Gisteren gaf een hoge militair, generaal Peter Pace, voor het eerst toe dat de ondervragingstechnieken niet in overeenstemming waren met de garanties voor krijgsgevangenen zoals vervat in de Geneefse Conventies. Zijn daartoe instructies gegeven die over de schreef gaan? Was het, anders dan president Bush en zijn ministers volhouden, beleid en niet slechts een exces van zeven soldaten?

Terwijl minister Rumsfeld en zijn verbaal minder hoogbegaafde aangever, generaal Myers, de hoogste militair van Amerika, donderdag een wat lacherig bezoek aan de troepen in Irak én de omstreden gevangenis brachten, werd onderminister Wolfowitz stevig aan de tand gevoeld door de Senaatscommissie voor defensie. Wolfowitz, een van de architecten van de invasie in Irak, hield staande dat de Geneefse Conventies wel gelden in Irak, anders dan op de basis Guantánamo waar Amerika een aantal `vijandige strijders' heeft vastgezet die niet bij een land horen.

Senator Jack Reed, en Democraat uit Rhode Island, vroeg Wolfowitz hoe hij het zou vinden als een vijand een gevangen Amerikaanse marinier naakt in een cel zou zetten, met een kap over zijn hoofd en zijn armen omhoog, nadat hij langer dan dertig dagen eenzaam was opgesloten. ,,72 uur zonder slaap en beroofd van zintuiglijke waarnemingen. Zou u dat humaan vinden?'', vroeg Reed.

,,Laten we even teruggaan naar wat u zei'', begon Wolfowitz, voordat hij werd afgekapt.

,,Nee, nee, beantwoordt de vraag. Is dat humaan?'', vroeg Reed opnieuw.

Wolfowitz: ,,Ik weet niet of die kap 72 uur over het hoofd zit, meneer de senator.''

Reed: ,,Meneer de minister, u zit te draaien, u antwoordt niet. Iedereen zou zeggen dat iemand 72 uur een zak over het hoofd zetten het beroven van zintuiglijke waarnemingen is.''

Wolfowitz:,,Dat zou mij voorkomen als niet humaan.''

De woordenwisseling was symptomatisch voor het verscherpte klimaat. De regering hoopt dat de onthoofding in Irak van de Amerikaan Nicholas Berg de volkswoede weer richt op de barbaren tegen wie de nobele missie is gericht. Dat blijkt ook wel te werken, zeker onder dat deel van het publiek dat sowieso achter president Bush staat. Ook al is dat volksdeel geleidelijk aan het slinken, zeker wat de oorlog in Irak betreft.

Democraten in het Congres en veel commentatoren zijn nog niet uitgedacht over de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de gepleegde wandaden in Abu Ghraib. Denkt Richard Clarke, met zijn kennis van de bureaucratische verhoudingen in Washington, dat het mogelijk is dat deze staalkaart aan vernederingen voor de Arabische ziel door eenvoudige reservisten uit de Amerikaanse provincie werd bedacht en uitgevoerd, zonder enige instructie van hogerhand?

,,Nee. Die soldaten en sergeanten moeten natuurlijk voor de rechter worden gesleept, want zij hebben illegale orders opgevolgd. Maar de orders kwamen natuurlijk van hoger in de hiërarchie. Dat is waar het onderzoek zich op zou moeten richten. Van hoe hoog kwamen de orders? En hoe hoog boven dat niveau wist men dat deze activiteiten plaatsvonden? Dit zijn oorlogsmisdrijven. Ik gebruik die term niet lichtvaardig. De Conventies van Genève zijn er om krijgsgevangenen hiertegen te beschermen.''

Volgens een rapport van de Orde van Advocaten van New York schendt de regering vooral de Conventie tegen Martelen, die in de Verenigde Staten is geratificeerd in nauwe samenhang met de grondwettelijke bescherming van het recht op een eerlijk proces en het verbod op `cruel and unusual punishment'. Van dat laatste lijkt hier sprake. Minister Rumsfeld antwoordde de Senaatscommissie niet duidelijk op de vraag wanneer de president was ingelicht over de waarschuwende rapporten van het internationale Rode Kruis en de eigen generaal Taguba.

Nationale Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice verzekerde deze week dat op de rapportage van het Rode Kruis steeds alert was gereageerd. ,,Er is een doorlopende relatie met het Rode Kruis. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is hun eerste aanspreekpunt, maar de president is op de hoogte gehouden.'' Zij suggereerde dat de president in januari of februari voor het eerst hoorde van de conclusies van het interne onder-

Vervolg op pagina 34

Amerika na het Abu Ghraibschandaal

Vervolg van pagina 33

zoek van het Pentagon. Zijn eigen uitspraken nu suggereren dat hij destijds niet verder vroeg. Hij zag de toen al beschikbare foto's, die de wereld zo hebben geschokt, pas vorige week, samen met Rumsfeld.

Achter het debat over de vraag of het hier gaat om een schending van de verdragen of een gerechtvaardigde uitzondering voor terroristen die de levens van duizenden Amerikanen bedreigen is de discussie losgebarsten over de wijsheid van de hele operatie-Irak. Thomas Friedman, de diplomatieke columnist van The New York Times, die – anders dan zijn krant – tot nu toe een overtuigd pleitbezorger was van het ingrijpen, gaf donderdag de moed op.

Onder de kop `Dancing Alone' erkende Friedman dat hij steeds had gedacht dat de regering-Bush met ,,zoiets dodelijk serieus''' als Irak en de wereld van na `911' op een bovenpartijdige manier omging. Net als de (Democratische en Republikeinse) senatoren Biden, McCain en Lugar. ,,Ik zat ernaast. Er is voor het Bush-volk iets nog belangrijkers dan Irak voor elkaar krijgen en dat is herkozen worden en loyaal blijven aan de conservatieve basis om dat doel te bereiken.''

Een minstens even veelzeggende onweermelding kwam van senator Pat Roberts, een Republikein uit Kansas. Hij was een zo loyale Bush-volgeling dat hij het voorzitterschap van de belangrijke Senaatscommissie voor de veiligheidsdiensten mocht overnemen van Richard Shelby, een partijgenoot die kritisch was over de rol van de diensten bij de aanslagen van 11 september 2001. Roberts en zijn commissie komen binnenkort met een rapport dat zo mogelijk nog kritischer oordeelt over de blunders van de CIA en verwante diensten.

Roberts klaagde de afgelopen dagen dat nog steeds niemand verantwoordelijkheid heeft genomen voor de blunders die 911 mogelijk hebben gemaakt, ondanks de verre van geniale voorbereidingen van de in Amerika wonende Al-Qaeda-leden die hun zelfmoordplan uiteindelijk hebben kunnen uitvoeren. Als Pat Roberts kritiek begint te uiten op de regering, op een moment dat de verantwoordelijkheid voor een andere ramp bij een paar soldaten en sergeanten wordt gelegd, dan heeft president Bush een politiek probleem.

Volgens Richard Clarke hebben Amerika en de rest van het Westen een nog veel groter probleem door alle aandacht en middelen die ten onrechte aan Irak zijn besteed. ,,Niet alleen had sneller en met meer mankracht op de Al-Qaeda top gejaagd moeten worden, we moesten ook de ideeënoorlog nog uitvechten. We moeten de overgrote meerderheid van de mensen in de islamitische wereld ervan zien te overtuigen dat de jihadisten ongelijk hebben. Helaas gaan we de andere kant op. Hun boodschap krijgt meer weerklank, van Marokko tot Indonesië, en in toenemende mate bij moslims in Europa. Je hebt maar tienduizend of twintigduizend actieve leden nodig om met vérgaande gevolgen terreur te bedrijven. Voorwaarde is ruime steun van niet-leden, die onderdak en logistieke ondersteuning geven, plus banen geven om terroristen te laten opgaan in de normale samenleving. Die miljoenen zijn er langzamerhand ook.

,,Wij kunnen alleen slagen als religieuze of politieke leiders durven opstaan en de jihadisten veroordelen, en zeggen dat mensen van verschillende religies vreedzaam naast elkaar kunnen leven. Maar op het ogenblik is dit voor leiders in de islamitische wereld onmogelijk als zij worden geassocieerd met de Verenigde Staten. Het Abu Ghraib-schandaal heeft dat alleen maar verergerd, net toen je dacht dat het allemaal niet veel erger kon gaan. De publieke opinie in de islamitische wereld is niet te keren zolang de VS erbij betrokken zijn.''

U eindigt uw boek met de voorspelling dat de door de regering-Bush gemaakte fouten zullen zorgen dat `we nog heel lang de prijs zullen betalen'. Hoe?

,,Terroristen zullen meer Amerikanen doden. Veel van hun motivatie zal komen uit de slechte behandeling van Iraakse krijgsgevangenen en burgers tijdens de bezetting van het land. Zij zullen geconcludeerd hebben dat de jihad-filosofie klopt; de Amerikanen zíjn in de ogen van steeds meer moslims de nieuwe kruisvaarders, die hun land willen bezetten. Het is allemaal eerder uitgekomen dan ik kon vermoeden toen ik die zin schreef.''

Condoleezza Rice denkt niet optimistischer over de vijand. Zij ontleent daaraan het belangrijkste motief om landen als Nederland te vragen zich vooral niet terug te trekken uit het democratiseringsproject Irak. Zij waarschuwt tegen het idee dat landen gevrijwaard zijn van aanslagen, als zij niet meer meedoen in Irak. ,,Dit zijn geen mensen met wie je kunt onderhandelen. De bommenleggers vielen Madrid ook niet aan wegens Spanjes aanwezigheid in Irak. Zij willen de beschaafde, vrije wereld vernietigen en hun eigen politieke ideeën aan het Westen opleggen. De volgende eis is dat je troepen moeten worden teruggetrokken uit het Midden-Oosten. Ze hebben altijd nieuwe eisen. Het is een illusie dat je aparte vrede met Al-Qaeda kan sluiten. Het gaat niet om Irak. Wij waren ook niet in Irak toen wij werden aangevallen. Als je een vrije, open samenleving bent, zijn ze per definitie in oorlog met je. Hoe vaak moeten we dit nog meemaken voordat men beseft dat je niet doelwit bent omdat je in Irak bent?''

Bij wijze van uitzondering is Clarke het met Rice eens: de Nederlandse troepen moeten blijven. ,,Hoe betreurenswaardig die invasie ook is, we zitten er nu en we hebben de regering buiten werking gesteld. We moeten Irak weer repareren voordat we weg kunnen. Het hoeft geen perfecte democratie te zijn zoals Nederland, maar een voldoende stabiele staat om te voorkomen dat Irak een uitvalsbasis voor terrorisme wordt. Het Irak van Saddam gaf steun aan terreur, tegen Israël, niet tegen de Verenigde Staten. Maar dat kan alsnog gebeuren als we nu halsoverkop weggaan en er een regering komt die het Westen haat. Dan kan Irak veel gevaarlijker worden dan onder Saddam Hussein.''

Wat is de laatste weken en jaren met de Amerikaanse identiteit gebeurd?

Richard Clarke: ,,Amerikanen zijn sinds 11 september 2001 begrijpelijkerwijs paranoïde geworden. In sommige opzichten hebben zij te sterk gereageerd, bijvoorbeeld door het voor buitenlanders veel moeilijker te maken om hier te studeren. We ontkomen ook niet aan te heftige reacties als we in iedere uiting van anti-Amerikanisme in het Midden-Oosten direct de hand van Al-Qaeda zien. Er bestond geen Al-Qaeda-dreiging tegen Amerika in Irak. Maar de Amerikanen zijn misleid door hun regering. Daarom hebben zij nu alle vijandige krachten het gezicht van Al-Qaeda gegeven. Nu Amerikanen doorkrijgen dat hun regering hen heeft misleid, worden zij cynisch. Daardoor worden we het nog moeilijker eens over wat we moeten doen tegen het terrorisme.''

Waarom, denkt u, heeft de Amerikaanse regering het volk misleid over Irak?

,,Omdat de werkelijke redenen om Irak binnen te vallen waarschijnlijk niet op goedkeuring hadden kunnen rekenen. Als men had gezegd: we willen een democratie vestigen in Irak als voobeeld in het Midden-Oosten, dan hadden de meeste Amerikanen geantwoord: je kan geen democratie opleggen met de punt van een bajonet. Dus hebben ze massavernietigingswapens en het gevaar Al-Qaeda opgevoerd, waarvan ze, denk ik, wisten dat er geen sprake van was.''

Het is dus toch een idealistische oorlog?

,,Enerzijds wel. Anderzijds is het ook een kwestie van Realpolitik, een pragmatische oorlog. Ik denk dat mensen als Cheney en Wolfowitz voorzien dat het Saoedische koningshuis in moeilijkheden kan komen. Dat betekent dat die belangrijke oliebron in vijandige handen valt, net als na de omverwerping van de sjah in Iran. Voor hen was het ook een geopolitieke schaakzet die te maken had met de toekomst van het Midden-Oosten en de toekomst van de olieaanvoer.''

Krijgen zij die veilige olieaanvoer?

,,Ik denk het niet.''