Officier: `Deals met criminelen zijn nodig'

Afspraken met getuigen in strafzaken zijn in sommige, ernstige zaken noodzakelijk. Ook kan het middel misdrijven die het leven of de rechtsstaat ernstig bedreigen helpen voorkomen of beëindigen.

Dat heeft de Amsterdamse officier van justitie J. Plooy geschreven in het meinummer van het Tijdschrift voor de rechterlijke macht (Trema).

Vorig jaar werd bekend dat Plooy vanuit de onderwereld met de dood werd bedreigd. De top van het openbaar ministerie (OM) verhinderde de inzet van een criminele getuige in die kwestie. Deze getuige zou naar verluidt hebben kunnen onthullen wie er achter de bedreiging van Plooy zat, ware het niet dat aan zijn betrouwbaarheid werd getwijfeld.

Over het fenomeen kroongetuigen dan wel afspraken met criminele getuigen woedt in Nederland al vele jaren een discussie. Deze werd met de affaire-Plooy weer actueel en leidde tot onderlinge verdeeldheid binnen het OM. De commissie-Van Traa bepleitte midden jaren negentig een wettelijke regeling, maar die is er nog steeds niet. Volgens Plooy heeft de rechtspraktijk inmiddels bewezen dat een ,,wettelijke verankering'' niet nodig is. In die praktijk vindt een zorgvuldige toetsing plaats.

,,De rechtsstaat is minder snel in het geding dan soms wordt gedacht'', aldus Plooy, waarbij hij verwijst naar de opstelling van zijn hoogste baas De Wijkerslooth en minister Donner van Justitie. Laatstgenoemde meende dat de rechtsstaat in het geding was geweest als in de kwestie-Plooy van de criminele getuige gebruik zou zijn gemaakt. Voor het overige laat Plooy deze zaak onbesproken.

Het huidige wetsvoorstel noemt Plooy ,,belegen''. Een wettelijke regeling leidt snel tot ,,onwenselijk beperkingen''. Hij bepleit een regeling die, toegesneden op de huidige tijd, maatwerk mogelijk maakt en ruimte laat voor flexibiliteit.

,,De rechterlijke controle heeft de afgelopen jaren bewezen dat het OM te vertrouwen is'', schrijft hij en besluit met: ,,Wanneer wantrouwen en angst voor rechtsstatelijke beren op de weg vooropstaan, gaan we feitelijk om het woud van de zware en georganiseerde criminaliteit heen. Terwijl we er juist ìn moeten. De rechtsstaat wordt bedreigd. Maar de bedreigingen komen toch echt veel meer van buitenaf dan van binnenuit. Een Oost-Europees gezegde luidt: als je het bos wilt ingaan moet je niet bang zijn voor beren.''