Nessersluis - Abcoude

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week langs de Waver.

De lente is mooi, zeker in en om de polder De Ronde Hoep, en zeker onder deze bedekte hemel. Het licht valt zwaar en Hollands door de wolken en maakt alle groen intenser. Feller, dieper, helderder, al naar gelang het uitgangspunt en de inmenging van vlekken bloeiend koolzaad. Er is hooi in de maak. In de graslanden pruttelen maaimachines, de specerijgeur van afgesneden gras kruipt mijn neus in.

Hatsjoe.

De meidoorns zijn groot en dik en ze bloeien overdadig, of ze elkaar overschreeuwen in een uit de hand gelopen talentenjacht. Maar die smalle paarse klokjes met een vachtje om hun stelen, wat is dat? In het roze zijn ze er ook, en in lila.

Opzoeken.

Nee zeg: `Gewone Smeerwortel'.

Gauw vergeten, die onsmakelijke naam, alleen aan die vloeipapieren kelkjes denken.

Fluitekruid, veel fluitekruid, heel veel fluitekruid. Boterbloemen. In de bermen en langs de oevers van de Waver tonen de wilde grashalmen zich in allerlei pluimage. Op het water landt een zwaan: tenen-hakken-achterwerk. Een ooievaarsnest wacht op een jong gezin.

Mooi hoor, de lente, tot je dienst, maar die lente is ook pure horror. Al in de aanrij-route naar het beginpunt van de wandeling moet ik meemaken dat een op hol geslagen kalf de provinciale weg opstormt. Het sprong de sloot over en het begrijpt niet hoe het terug in de wei moet komen, ondanks de geloeide aanwijzingen van panisch heen en weer dravende moeder en familieleden. Dankzij de stuurkunst van man en van een tegenligger gaat het goed.

We zijn nog maar net, achter de pont van Nessersluis, begonnen met lopen, de kerktoren van Nes aan de Amstel is een contour aan de rand van het uitzicht, of ik zie een eendenmoeder welgemoed het asfalt opstappen, een vracht kleuters in haar kielzog. Dit is een smalle stille weg, tractoren rijden traag, er is hoop. Maar ze is de enige niet, daar gaat alweer een gezin. Die cohorten grauwbruine zwanenkids, uitgegroeid maar nog in een donzig waggelstadium, doen hetzelfde. Hoe goed wijken wielrijders eigenlijk uit?

Een lam vreet van een plastic touw aan een hek. Twee kalveren staan in een moddersloot in de veronderstelling dat er daar smakelijker gras te halen valt, vuil tot op hun schoften schoffelen ze terug de kant op. Drie meerkoetbaby's, gele kraagjes, rode snaveltjes met zilveren punt, zwemmen weg van nest en ouders of er geen ratten bestaan.

Alle jonge dieren lopen gevaar, gewoon, omdat kinderen stom zijn; die kunnen niet denken en die kunnen niet luisteren. Was het maar zomer, dan waren ze groot.

Kaarten 9 en 8 uit: Amsterdamse Ommegang. Uitg. NIVON, 1997. Openb. verv. tussen begin- en eindpunt is omslachtig, inl. tel. 09009292 . Taxi tel. 0900 2000 150.

    • Joyce Roodnat