Luchtvervuiling veroorzaakt mutaties in muizen en meeuwen

Inademing van industrieel stof vergroot de kans op mutaties (spontane genetische veranderingen) in mannelijke geslachtscellen. Althans bij laboratorium-muizen. Een Canadese onderzoeksgroep onder aanvoering van bioloog Christopher M. Somers van de McMaster University in Hamilton (Ontario) meldt deze ontdekking in Science (14 mei).

Tot nu toe was bekend dat inademing van industrieel vervuilde lucht, inclusief de vaste deeltjes (rook of stof) daarin, genetische schade kon aanrichten bij de `gewone' lichaamscellen zoals die van de longen. Dat kan leiden tot kanker maar wordt niet doorgegeven aan het nageslacht. Invloed van luchtverontreiniging op het DNA in de geslachtscellen, of preciezer: de cellen waaruit de geslachtscellen ontstaan, is slechts in een incidenteel geval beschreven.

In de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS) van oktober 1996 berichtte Carole L. Yauk dat zij bij zilvermeeuwen die in de industrieel vervuilde lucht van Hamilton aan de westzijde van Lake Ontario nestelden stelselmatig meer spontane veranderingen in repetitief DNA (stukken DNA zonder wezenlijke functie die zich vele malen kunnen herhalen) aantrof dan bij meeuwen die op het platteland nestelden. Besloten werd deze epidemiologische ontdekking experimenteel uit te werken. Inderdaad bleek ook onder muizen die de vuile lucht van Hamilton kregen in te ademen de mutatiesnelheid in repetitief DNA belangrijk hoger te liggen (Somers et al. in de PNAS van 10 december 2002).

Het vervolgonderzoek van deze week bekeek wat het effect zou zijn van verwijdering van de vaste deeltjes uit de vuile lucht. Een HEPA-filter (high efficiency particulate air-filter) verwijderde 99,99 procent van alle deeltjes groter van 0,1 micron uit de lucht van Hamilton. In een voor de hand liggende proefopzet, inclusief blanco's enz., bleek dat dit zeer aanzienlijk scheelde in het aantal mutaties dat werd geturfd in het DNA van de nakomelingen van blootgesteld muizen. Die laatste hadden tien weken lang onbehandelde of gefilterde lucht moeten inademen en hadden negen weken na het eind van de blootstelling mogen paren. De mutaties die in het nageslacht werden gevonden blijken, zoals viel te verwachten, door de mannetjes-muizen te zijn doorgegeven. (De eicellen van de vrouwtjes waren al `gereed' voor het experiment.)

Een wetenschappelijk commentaar in Science is behoedzaam. Mensen zijn geen muizen: het staat vast dat de mutaties in repetitief DNA bij muizen op een andere wijze tot stand komen dan bij de mens. Ook hoeft een verandering in repetitief DNA niet tot gezondheidsschade te leiden. Ten slotte is niet bekend in hoeverre de lucht van Hamilton, waar veel hoogovens staan, uitzonderlijk is.