Leer eerst je onderbroek eens wassen

In jeugdgevangenissen zitten steeds meer lastige jongens zonder strafblad, voor wie nergens anders plaats is, in afwachting van behandeling. Hoe handhaven zij zich tussen de jonge criminelen? En worden zij er slechter van? Een hulpverlener: `Je haalt ze er echt niet uit.'

In de woonruimte zitten twee jongens op de bank met hun hoofden naar elkaar toegebogen. Ze gniffelen. ,,Ik schiet je dood'', zegt de een terwijl hij de ander stevig bij de nek pakt. ,,Nee, ik snij jou langzaam open met een mes'', antwoordt de ander. Beiden lachen er hard om.

Ze zijn de beste maatjes, maar op afdeling De Waard van Forensisch Centrum Teylingereind in Sassenheim kan de stemming in een seconde omslaan. ,,Vaak genoeg rollen ze vechtend over de grond'', zegt een groepsleider. Vechten is ten strengste verboden, stoeien mag ook niet. De jongens, in leeftijd variërend van veertien tot twintig jaar, vinden dat knap lastig. Vooral Stanley (15) die adhd heeft en ondanks medicijnen niet stil kan zitten. Slingerend met zijn armen drentelt hij van hot naar her. Onderweg port hij iedereen in de zij. Zijn groepsgenoten reageren geërgerd. ,,Hou nou eens op, debiel.'' Als de groepsleiding even niet kijkt, geven ze Stanley een klap tegen zijn schouder, een schop of een stevige duw in zijn buik.

De sportleraar noemt Stanley `veruit de lastigste van het stel'. Toch zit hij als een van de weinigen op de groep niet vast voor een strafbaar feit. Stanley is een ots'er, hij is door de civiele rechter onder toezicht gesteld van een voogd en gedwongen uit huis geplaatst. Over de reden wil hij niets zeggen.

In totaal verblijven jaarlijks ruim 4.500 kinderen in justitiële jeugdinrichtingen. De afgelopen jaren is het aantal ots'ers onder hen sterk toegenomen. Het gaat veelal om kinderen die al lange tijd niet meer naar school gaan, dagen achtereen spoorloos zijn, op straat zwerven, drugs gebruiken of gebukt gaan onder geweld thuis. Vaak wachten ze op een plaats in een behandelinrichting. De Nationale Ombudsman besloot deze week een onderzoek in te stellen naar het verblijf van niet-criminele kinderen in jeugdgevangenissen.

In Teylingereind zitten negen ots'ers op een totaal van 72 jongens. Hoewel algemeen directeur Roel de Bruijn deze kinderen moet opnemen, horen ze volgens hem thuis in de hulpverlening. ,,Je moet ze opvoeden in beslotenheid, in een inrichting waar de deur op slot kan. Maar niet hier, met al die hekken, muren en camera's. Dat is een radeloos antwoord op het falen van de jeugdhulpverlening.'' Het zou interessant zijn, vindt hij, te bedenken wat met deze kinderen zou worden gedaan als er geen gesloten jeugdinrichtingen waren. ,,Je maakt immers gebruik van het systeem omdat het er ìs.''

Volgens Loek Dijkman, hoofd pedagogisch beleid en behandeling in Teylingereind, is er soms gewoon geen andere oplossing. Plaatsing in een open instituut biedt geen uitkomst: het kind loopt weg. ,,Maar een cel in Teylingereind is natuurlijk niet wat de ouders wilden toen ze oorspronkelijk om hulp vroegen'', zegt Dijkman. ,,Bovendien, hoe wenselijk is het dat zo'n jongen samen op een groep zit met degene die net iemand heeft verkracht of vermoord? Ze moeten hier niet op verkeerde ideeën komen.''

Van de jongens in Teylingereind zit ruim zestig procent in voorlopige hechtenis, in afwachting van een vonnis. Anderen zijn al veroordeeld, hebben jeugddetentie gekregen en zitten hun resterende straf uit. Weer anderen kregen van de rechter een PIJ-maatregel opgelegd (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, een soort jeugd-tbs). Zij wachten op een plaats in een behandelinstituut, wat door de lange wachtlijsten soms maanden kan duren.

De ots-jongens zitten met de criminele jongens op een groep en worden gelijk behandeld. Met één uitzondering: zij mogen soms een dag of een weekeinde met verlof, de jongens met een strafblad niet. Eind deze maand zal er, na een verbouwing en uitbreiding van de cellencapaciteit naar 120, wel plaats zijn voor een aparte groep met twaalf ots'ers. Ook komt er ruimte voor 24 meisjes. Die zullen naar verwachting ook grotendeels op ots-basis in Teylingereind worden geplaatst. Een meisje dat een detentiestraf moet uitzitten is eerder uitzondering dan regel.

50 Cent

Stanley heeft in acht maanden Teylingereind geleerd hoe hij zich staande moet houden. Te pas en te onpas doet hij zijn idool na, de Amerikaanse rapper 50 Cent. ,,West Coast, Double G, man!'', roept hij terwijl hij zijn kruis stevig beetpakt. Op de vraag wat hij daarmee bedoelt, blijft het stil. Abdul, met zijn twintig jaar de oudste van de groep, legt het uit: ,,Double G betekent dat je een dubbele moord hebt gepleegd waarvoor je geld ontvangt.'' Stanley is twee seconden stil en valt dan terug in zijn oude rol. ,,West Coast, Double G.'' Abdul kan het niet waarderen. ,,Zolang jij niet eens je eigen onderbroeken kunt wassen, moet je niet over moorden praten.''

Binnen de groepsleiding van De Waard wordt verschillend gedacht over de plaatsing van ondertoezichtgestelden in de inrichting. ,,Het is raar dat er nu pas discussie over ontstaat'', verklaart een van hen. ,,Wel een beetje laat.'' Het risico, vindt hij, is dat de ots'ers ideeën overnemen van de ,,harde jongens''. Een ander vindt het samenplaatsen zo slecht nog niet: ,,Ik merk geen enkel verschil tussen de ots'ers en de anderen. Je haalt ze er echt niet uit. Deze jongens zijn allemaal kwetsbaar en hebben voortdurende persoonlijke aandacht nodig.''

Ook gedragswetenschapper en orthopedagoge Anita van de Linde, die de jongens begeleidt, vindt de discussie `gechargeerd'. ,,Het zijn niet alleen maar arme verwaarloosde kinderen die tussen de criminelen worden geplaatst. De ots'ers die hier zitten hebben vaak behoorlijke gedragsproblemen.'' Zowel ondertoezichtgestelden als de andere jongens komen vaak uit gebroken gezinnen, legt Van de Linde uit. ,,De meesten zijn als kind veel tekortgekomen. Er is van alles misgegaan in de opvoeding. Het plegen van een misdrijf is soms gewoon een noodkreet.'' De scheidslijn tussen de twee groepen is volgens haar niet zo scherp. ,,Op De Waard zit ook een ots-jongen die zijn moeder heeft mishandeld en bedreigd. Omdat die vrouw weet dat haar zoon anders langer moet zitten doet ze geen aangifte. Maar is er nu veel verschil tussen dit kind en een jongen die hier strafrechtelijk verblijft voor mishandeling?''

Het komt ook voor dat kinderen die in preventieve hechtenis zitten uiteindelijk niet worden veroordeeld, maar toch moeten blijven, vertelt Dijkman. ,,De rechter vindt dan dat de problemen thuis zwaarder wegen dan het strafbare feit. Het kind is meer slachtoffer dan dader. Vervolgens verblijft een jongen hier in het kader van een ots met een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting.''

Beetje zielig

Op de afdeling De Waard zitten nu twee ots'ers. Hun tien groepsgenoten zitten vast voor brandstichting, ontucht, verkrachting, meervoudige diefstal en poging tot doodslag. Alle jongens hebben gemeen dat ze kwetsbaar zijn. Ze zijn zwakbegaafd of hebben een impopulair strafbaar feit gepleegd, een zedendelict. Omdat ze op de andere groepen dreigden te worden weggepest, zijn ze op De Waard geplaatst.

Matthijs (15) is door zijn oom op het hart gedrukt niet aan de andere jongens te vertellen waarvoor hij vastzit. ,,Hij is gevangenisbewaker en weet hoe het er hier aan toe gaat.'' Zeker drie andere jongens houden ook hun mond over hun strafbare verleden. Matthijs heeft iets `heel ergs' gedaan, geeft hij toe. Hij kan het zelf niet over zijn lippen krijgen, maar je mag er wel naar raden. Hij blijkt zijn halfzusje te hebben verkracht. De jongen sluit zijn ogen uit schaamte en slikt: ,,Ik ben zelf ook misbruikt. Door mijn biologische moeder.''

De bezoekuren in Teylingereind zijn voor alle gedetineerden even strikt. Ouders zijn iedere dag welkom, vriendjes eens per week. Na afloop worden de gevangenen gevisiteerd. ,,In het begin schrok ik erg'', vertelt Alex (17) over het lichamelijk onderzoek, ,,Ik dacht: wat is dit nou?'' Maar alles went. ,,Als je wat langer vastzit, dan ken je de bewakers persoonlijk. Nu sta ik er vaak bij te lachen.''

Alex is met zijn broertje Robin op De Waard geplaatst. Twee jaar lang vormden ze samen een dievenbende. ,,Het begon met stelen van plastic tasjes uit fietstassen maar het werd steeds erger.'' Op een gegeven moment struinden ze dagenlang winkels af en stopten alles in hun zakken wat ze die dag nog konden opeten. ,,Als we iedere dag met allerlei nieuwe spullen waren thuisgekomen, zou het zijn opgevallen'', licht Alex toe.

Thuis was het niet makkelijk. Vader liet zich niet zien en moeder kon de opvoeding van drie puberzonen in haar eentje ternauwernood aan. Last van gewetenswroeging had hij in die tijd niet, zegt Alex. ,,Ik dacht nooit over de consequenties na.'' Pas toen ze werden opgepakt en bleek dat ze onder meer de vader van een vriendinnetje hadden beroofd, kreeg hij spijt. ,,Het is natuurlijk heel erg wat we hebben gedaan.''

Robin (15) heeft een PIJ-maatregel opgelegd gekregen en wacht op een behandelplaats. Gedragsdeskundigen vrezen dat hij het borderline-syndroom ontwikkelt. Alex heeft nog niet gehoord wat er met hem gebeurt. Hij hoopt dat hij bij zijn oom mag intrekken. Dat er ook jongens zonder veroordeling op de groep zitten, daarover haalt hij zijn schouders op. ,,Die hebben thuis allerlei rottigheid uitgehaald.'' Maar wat dan precies weet hij niet. ,,Niet iedereen vertelt hier waarvoor hij zit. Ik weet maar van een paar jongens wat ze hebben gedaan.'' Voor degenen die als gevolg van ots in Teylingereind worden geplaatst, vindt Alex het, nu hij er over nadenkt, `een beetje zielig'. ,,Maar zij mogen met verlof en de rest niet.''

Twee keer per dag `luchten' de jongens. Dan krijgen ze een half uur de tijd om een sigaretje te roken of te voetballen op de binnenplaats. Sinds kort geldt een nieuw rookbeleid: alleen de jongens van zestien jaar en ouder mogen buiten roken. Achter een muur van ruggen neemt Vincent (15) stiekem een trekje. ,,Niet roken maakt me chagrijnig'', vertelt de ots'er. ,,Thuis blowde ik me helemaal suf. Blowen mag hier niet en nu nemen ze me ook nog mijn sigaretje af.'' Vincent vindt zichzelf niet anders dan anderen. ,,Ik heb ook heel veel nare dingen uitgehaald'', vertelt hij stoer terwijl zijn groepsgenoten meeluisteren: ,,Ik ben daar alleen nu niet voor opgepakt.'' Voorbeelden van zijn criminele activiteiten kan Vincent overigens niet geven.

Tijdens zijn verlof kan Vincent zoveel roken als hij maar wil. Blowen zou ook kunnen, legt Abdul later uit. Hij weet namelijk een manier om de drugstest bij terugkomst te omzeilen: ,,Dan smeer je je vinger in met zeep en plas je langs je vinger.'' Als de urine zich met zeep vermengt, komt er niets uit die test, verzekert hij trots. ,,Dit heb ik geleerd van de jongens op de andere groep.''

Het luchten ervaren de jongens als een uitje. Omringd door hekwerk en vijf meter hoge betonnen muren zijn ze volledig afgesloten van de wereld. Alleen de boomtoppen zijn zichtbaar. De rest van de dag zijn ze ingesloten in het complex, moeten ze door detectiepoortjes lopen en worden ze begeleid door groepsleiders die een teleprotect, een alarm, dragen. ,,Thuis voel ik me niet'', zegt Vincent. ,,Maar ik ben wel gewend.''

Kopiëren

Zowel jonge crimineeltjes als kinderen die onder toezicht zijn gesteld zouden na een korte insluiting in hun eigen omgeving geholpen moeten worden, vindt Loek Dijkman. Hij verwacht veel van de nieuwste ontwikkelingen op zijn vakgebied: de Amerikaanse Multi Systemic Therapy (MST) en Functional Family Therapy (FFT). Een hoogopgeleide therapeut houdt zich zes maanden fulltime bezig met maximaal vier probleemgezinnen. Hij grijpt in waar nodig. Anders dan in een gesloten inrichting, waar geprobeerd wordt door heropvoeding criminele gedragingen af te leren, wordt ook de omgeving van het kind onder handen genomen. Problemen thuis, op school of in de directe vriendenkring van het kind worden in therapiesessies aangepakt. Dit verkleint de kans dat het kind recidiveert door slechte invloeden van buitenaf.

In Teylingereind gaan de jongens vijf dagen per week naar de interne school, `De Burcht'. In groepjes van zes krijgen ze rekenen, taal en geschiedenis, informatica, techniek, houtbewerking en koken. Tijdens gymnastiek kunnen ze onder toezicht hun frustratie kwijt. In de klas wordt individueel gewerkt omdat het niveau (van basisschool tot vmbo) onderling sterk verschilt. Sommige jongens zijn al jaren niet meer naar school geweest. Stanley moet nog leren lezen.

Ze krijgen ook Equip, een sociaal-cognitieve training. Op een ochtend buigen ze zich over de vraag of je je vriend moet aangeven als hij een cd steelt. De reactie is haast unaniem. ,,Nee, natuurlijk niet. Dat is verraad'', merkt er een op. Een ander knikt: ,,Dan moet je je hele leven achteromkijken en word je uiteindelijk vermoord, net als Martin Hoogland.''

,,Maar wat als het nu een heel aardige winkelier is die jou altijd korting geeft als je een cd'tje koopt?'', vraagt de docent.

Moeilijke vraag. Daar heeft de groep zo snel geen antwoord op. Een stille jongen komt met een oplossing: ,,Ik zou op mijn vriend afstappen, hem de cd laten kopiëren en het plaatje vervolgens terugbrengen.'' Dit antwoord valt ook bij de anderen in goede aarde. Dan is zowel je vriend als de verkoper blij, constateren ze tevreden.

Is kopiëren dan geen vorm van stelen? De jongens schudden hun hoofd. Er gaan vaak meerdere sessies overheen voor het kwartje valt, zegt de docent na de les.

Op de groep wordt nog even nagekletst. ,,Zou jij de cd ook kopiëren?'', vraagt Alex aan een begeleider. ,,Nee'', antwoordt die stellig. Alex kijkt hem ongelovig aan. ,,Echt niet'', herhaalt de groepsleider: ,,Dat is stelen.'' Het is duidelijk niet de reactie waarop Alex had gehoopt. ,,Joh, je geeft het toch ook weer terug aan de winkelier?'', vervolgt hij. ,,Het is net als door rood licht rijden. Het mag misschien niet, maar iedereen doet het.''

Hij heeft wel eens door rood gereden, geeft de groepsleider toe: ,,Maar ik voelde me er niet lekker bij van binnen.'' Alex kan daar niet bij: ,,Wat een onzin'', mompelt hij.

Na een een-op-eengesprek met orthopedagoge Van de Linde keert een jongen met waterige ogen terug op de groep. ,,Stomme Anita'', roept hij boos en verdrietig tegelijkertijd. Een paar groepsgenoten knikken begrijpend. Binnen de muren van Teylingereind zitten er meer met opgekropte woede, pijn en onverwerkt verdriet. Op een werkbank in het technieklokaal heeft een jongen zijn protest gekalkt: ,,Weet je wat de rechter te wachten staat? Dat is onze troost. De rechter gooit ons in de cel en de duivel gooit hem in de hel.''

Twee op een cel

In 2006 moet de justitiële jeugdsector 10 procent bezuinigen. Voor Teylingereind zou dat neerkomen op 1 miljoen euro. Dat komt straks hard aan, vreest Roel de Bruijn. ,,We krijgen minder geld én moeten uitbreiden. Dat kan niet anders dan ten koste van de kinderen gaan.''

,,We zullen het met minder personeel moeten doen'', verwacht Dijkman. Dat heeft directe gevolgen voor de gevangenen. ,,Je krijgt grotere groepen die langer op hun cel worden ingesloten.'' Kortere dagen, minder sociaal-cognitieve training. Binnen de justitiële jeugdinrichtingen wordt daarnaast gesproken over de plaatsing van twee gevangenen op een cel. Een ontwikkeling die Dijkman niet wil aanmoedigen: ,,Je weet hier nooit wie je binnenkrijgt. We hebben vaak alleen een naam en adres. Het is wel eens gebeurd dat een jongen één voet over de drempel zette en onmiddellijk een bewaker in het gezicht sloeg. Je zou met hem je cel maar moeten delen.'' Als het ministerie van Justitie er straks slechts naar streeft dat kinderen er tijdens hun verblijf niet slechter op worden, ziet De Bruijn geen toekomst in zijn baan als directeur. ,,Dat is pappen en nathouden. Daarvoor ben ik dit werk niet gaan doen.''

Door de bezuinigingen zouden de ots'ers nog meer in het gedrang kunnen komen. Volgens De Bruijn is het tijd dat de jeugdhulpverlening en de justitiële inrichtingen voor deze groep de handen ineenslaan. Hij pleit voor het oprichten van een `besloten omgeving', een inrichting met een slot op de deur maar zonder het karakter van een gevangenis. Geen batterij bewakers, hoge hekwerken en kostbare beveiligingsapparatuur. Op hun eigen nieuwe ots-afdeling willen De Bruijn en Dijkman de teugels alvast wat laten vieren. Hoe? Daar wordt nu over nagedacht. ,,Het is best moeilijk te realiseren in deze inrichting'', zegt Dijkman. De uitstraling van een bajes is er nu eenmaal. ,,We zouden wat soepeler met de belregeling van twee keer tien minuten per week kunnen omgaan. En misschien kunnen we de ots'ers weer sneller in contact brengen met hun ouders. Vaders en moeders op de groep ontvangen en wat vaker of langer.''

Als antwoord op de bezuinigingen zal waarschijnlijk bij binnenkomst al meer onderscheid worden gemaakt tussen de jongens, verwachten Dijkman en De Bruijn. ,,Een veelpleger krijgt een uitgekleed programma.'' Veel celuren, minder school en geen pedagogische begeleiding. Wordt zo'n jongen dan niet opgegeven? De Bruijn meent van niet. ,,Je moet hem even laten voelen: en nu is het afgelopen!'' Dijkman: ,,Eigenlijk geef je hem wel op. Maar als ik moet kiezen, dan bezuinig ik liever op jongens van 17 jaar en ouder die al met één been in het huis van bewaring voor volwassenen staan dan op de jonge gedetineerden.'' In hen moet de maatschappij volgens hem altijd blijven investeren: ,,Hoe eerder je erbij bent, hoe groter de kans op resultaat.''

Justitiële jeugdinrichtingen herbergen van oudsher ook kinderen met een opvoedings- of gedragsstoornis die onder toezicht zijn gesteld (ots) en er zitten ter bescherming van zichzelf. Het gaat om kinderen die zijn weggelopen van huis, in de criminaliteit of prostitutie dreigen te belanden of worden mishandeld.

Hun aantal is explosief gestegen sinds 2001. Toen spraken ministerie en gezinsvoogdij-instellingen af dat kinderrechters ots'ers die in riskante situaties dreigden te raken binnen een week met een machtiging gedwongen in een gesloten jeugdinrichting konden plaatsen. Bepaald werd dat zo'n crisisplaatsing hooguit drie maanden mocht duren in afwachting van de juiste behandeling. Niet alleen wordt die termijn vaak ruim overschreden, behandeling blijft wegens plaatsgebrek in de behandelinrichtingen vaak helemaal uit.

De ombudsman wil in de eerste plaats weten hoe lang niet-criminele jongeren in de jeugdgevangenis zitten voordat ze een plek krijgen in een behandelinrichting. Minister Donner heeft algemenere vragen geformuleerd. In zijn opdracht heeft het Verwey-Jonker Instituut niet-criminele en criminele jongeren, hun begeleiders en hun ouders gevraagd hoe zij de samenplaatsingen ervaren. De uitkomsten daarvan zijn nog niet beschikbaar. Het andere onderzoek in opdracht van de bewindsman doet het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). Onderzoekster Leonieke Boendermaker verzamelt van 110 crisisplaatsingen uit 2003 de achtergronden: wat voor niet-criminele jongeren met welke gedragsproblemen zijn het afgelopen jaar vanuit welke crisissituatie in welke jeugdgevangenis beland, welke hulpvraag hadden zij en werden ze nu ook echt geholpen?