Kip ik heb je

De pluimveehouderij zit klem tussen welzijn en kosten. Mensen willen meer aandacht voor dierenwelzijn, maar bij slager en supermarkt kiezen ze vooral voor `goedkoop'. Daarom zoekt de industrie met genetische technieken naar een robuuste kip.

Robuuste leghennen willen ze fokken, de onderzoekers van Wageningen UR en Hendrix Poultry Breeders (HPB), het fokkerijcentrum van moederbedrijf Nutreco. ``Wij willen hennen fokken die onverstoorbaar eieren blijven produceren, ook al zijn de omstandigheden niet optimaal'', verduidelijkt Frans van Sambeek, directeur genetisch onderzoek van HPB. Dergelijke kippen zouden bijvoorbeeld bestand moeten zijn tegen buiten lopen, waar zij blootstaan aan wisseling van temperatuur en andere vormen van stress, zoals overvliegende roofvogels of agressief pikkende zusters. Ook in ontwikkelingslanden, waar voer en huisvesting niet altijd even goed van kwaliteit zijn en de infectiedruk hoog is, komt een robuuste leghen goed van pas.

Robuustheid is typisch zo'n eigenschap waarvan iedereen wel kan vermoeden dat die voor een deel erfelijk is bepaald. Toch is de overerving niet simpel, want het is een kenmerk dat door meer genen wordt beïnvloed. Om daarop te kunnen selecteren zijn nieuwe technieken nodig. DNA-chips bijvoorbeeld, om na te gaan welke genen worden aan- en uitgeschakeld onder invloed van stressfactoren als hogere temperatuur of voer van mindere kwaliteit. Ook de verschillende genetische kaarten van de kip (zie kader) kunnen uitkomst bieden bij het fokken op een complexe eigenschap als robuustheid.

gouden eieren

Van de erfelijke eigenschappen van kippen is al veel bekend. Wereldwijd opererende fokkerijbedrijven maken gebruik van tientallen zuivere rassen of `lijnen', die worden gekoesterd als de spreekwoordelijke `kip met gouden eieren'. In geval van Nutreco zijn dat subrassen van onder meer Witte Leghorns en Rhode Islanders (leghennen) en van Cornish kippen, afstammelingen van het Indische vechthoen, die zich dankzij hun borstbespiering goed lenen als vleeskuiken. De lijnen zijn zuiver omdat ze voor een aantal belangrijke erfelijke eigenschappen unieke genen bezitten. Op de boerderij kom je ze niet tegen; daar vind je alleen het resultaat van kruisingen tussen drie of vier van die lijnen.

De eigenschappen van die kruisingen zijn tot op zekere hoogte voorspelbaar. ``Van de vele tienduizenden kippen in ons fokprogramma hebben we tientallen gegevens opgeslagen in databestanden'', vertelt Van Sambeek. ``We weten hoeveel eieren ze gelegd hebben in hun leven, wat de kwaliteit van die eieren was, tegen welke ziekten ze resistent waren, hoe snel ze groeiden en ga zo maar door. Als we twee lijnen kruisen, kunnen we dan ook redelijk goed voorspellen hoe de nakomelingen scoren op dit soort eigenschappen.''

Genetische merkers hebben die voorspellingen inmiddels een stuk verbeterd. In samenwerking met Nutreco hebben Wageningse onderzoekers honderden `microsatellieten' gekarakteriseerd. Microsatellieten zijn kleine stukjes DNA, die qua basenvolgorde sterk variëren. Ze worden daarom veelvuldig gebruikt voor verwantschapsstudies, bijvoorbeeld om twijfel over het biologisch vaderschap weg te nemen. Ook bij kippen is dat van belang, zij het om andere redenen dan bij mensen.

Gerard Albers, manager van het Nutreco Breeding Center: ``We gebruiken microsatellieten om de zuiverheid van de lijn te bewaken. Ze zijn als het ware een genetische streepjescode, karakteristiek voor de desbetreffende lijn. Verder gebruiken we ze om de afstamming te controleren. Is de hybride, het product van de kruising, wel afkomstig van de twee of vier lijnen die je had geselecteerd of is er misschien ergens een foutje gemaakt?''

De genetische merkers, waarvan er inmiddels ruim duizend zijn, zijn door professor Martien Groenen van Wageningen UR gebruikt om na te gaan in hoeverre bepaalde eigenschappen samen overerven. Voor de fokkerij is dat interessant omdat je daardoor beter kunt voorspellen welke eigenschappen de nakomelingen kunnen hebben. Dergelijke merkers kunnen ook worden gekoppeld aan bepaalde uiterlijke kenmerken of gedragingen.

Een voorbeeld van zo'n kenmerk is de wijze waarop de vleugelveren groeien. Dit varieert per ras en is gebonden aan het chromosoom dat het geslacht bepaalt. Van Sambeek: ``Het geslacht van eendagskuikens wordt vaak bepaald op basis van de vleugelveren, het zogeheten vleugelseksen. Als het uitgangsmateriaal niet helemaal zuiver is, dan kan het gebeuren dat een hen `mannelijke' vleugelveren heeft met als gevolg dat er verkeerd gesekst wordt. Als je weet dat het om duizenden kuikens per dag gaat, kan dat aardig in de papieren lopen. Met een merker kunnen we op basis van een druppeltje bloed nagaan of het uitgangsmateriaal ook op dat kenmerk zuiver is.''

Inmiddels is op basis van het genetisch kaartenmateriaal ook een gen geïdentificeerd op chromosoom 1, dat waarschijnlijk te maken heeft met verenpikken; een groot probleem in zowel de legbatterij als bij scharrelkippen. Zacht verenpikken is, zeker bij jonge kuikens, een vorm van sociaal gedrag. Zowel in de legbatterij als in de scharrelschuur ontwikkelt een deel van de kuikens zich echter tot `harde' pikkers, die hun soortgenoten tot bloedens toe verwonden en zelfs doodpikken. Door snavels te kappen, vermindert de ernst van de gevolgen, maar een echte oplossing is het niet. Bovendien mag het niet meer over twee jaar.

veelpikkers

Dat verenpikken voor een deel erfelijk is bepaald was al bekend. Zo beschikt Nutreco over zuivere lijnen van veel- en weinigpikkers. Van de veelpikkende lijnen kan tot tien procent van de kuikens zich ontwikkelen tot `harde' pikkers. Waarom dat zo is, is niet bekend. Sommige onderzoekers denken dat het aan de voeding ligt, anderen houden het er op dat er hun jeugd of zelfs al in het ei iets is misgegaan, waardoor ze dit soort gedrag gaan vertonen. Hoe het ook zij, Nutreco zou graag die potentiële `harde' pikkers eruit willen halen. Albers: ``Als we nu twee of meer lijnen kruisen, dan is het niet te voorspellen of de nakomelingen tot de veel- of weinigpikkers behoren, laat staan dat we kunnen voorspellen welk percentage zich zal ontwikkelen tot harde pikkers. Het zou ons al heel wat waard zijn als we dat wel kunnen.''

Desgevraagd zegt Albers dat Nutreco geen plannen heeft om kippen genetisch te modificeren. ``Onze klanten zitten niet te wachten op transgene kippen. Voor complexe eigenschappen als verenpikken is het al helemaal geen optie, omdat verenpikken ook een functie heeft. Het belang van de nieuwe genetische inzichten en technieken schuilt hem toch vooral in de mogelijkheden die ze bieden om de klassieke fokkerij op een hoger plan te brengen, zodat we gericht kunnen fokken op complexe eigenschappen, net zoals we nu gericht fokken op kenmerken als kleur of grootte.''

De vraag is hoe ver je daarin kunt gaan. Is het ethisch verantwoord het welzijn van kippen te verbeteren door de kippen aan te passen aan onnatuurlijke en soms zelfs slechte omstandigheden in plaats van de omstandigheden aan te passen aan de kip? Albers heeft daar geen pasklaar antwoord op. ``Je kunt natuurlijk zeggen dat we al tienduizend jaar bezig zijn om kippen en andere huisdieren aan onze wensen aan te passen, maar dat vind ik te gemakkelijk. Het is iets waar je zeker over na moet denken en over moet debatteren, overigens zonder je meteen in te graven. Wat de uitkomst van zo'n debat is kan ik niet voorspellen. Je kunt tot in het extreme blijven fokken op bepaalde eigenschappen, maar op een gegeven moment komen er geen nakomelingen meer of heb je te maken met een enorme sterfte. We hebben in ieder geval de garantie dat de natuur haar eigen veiligheden heeft ingebouwd.''

    • Joost van Kasteren