Hollands Dagboek: Tini van Baar en Isabelle Plomp

Twaalf Nederlandse wandelaars en hun gids gingen op 5 mei de Spaanse Sierra Nevada in. Studievoorlichter Tini van Baar (57) uit Delft en yogalerares Isabelle Plomp (38) uit Rotterdam keerden halverwege om. Gelukkig, bleek achteraf, want drie anderen overleefden de tocht niet.

Woensdag 5 mei

Wij logeren in Trevélez. De wekker gaat om acht uur. Vandaag op naar de berghut Poqueira op 2.600 meter om de volgende dag naar de Mulhacén te lopen: 3.450 meter hoog. We maken grapjes over onze niet al te frisse kleren, omdat we elke dag alles over elkaar aantrekken. Het is veel kouder dan we dachten. Ik (Tini) draag een dikke legging met een thermo-T-shirt. Een rode Cora Kempermanjurk erover. Een wollen trui, winddicht jackje en spijkerjack. Ik (Isabelle) trek twee vesten over twee T-shirts aan en daaroverheen een roei-jack.

Onze gids Sonja leest voor uit haar beschrijving van Intertrek, de reisorganisatie, wat ons die dag te wachten staat. De klim duurt circa 4,5 uur waarbij we rekening moeten houden met de wind en warme kleding moeten meenemen voor in de onverwarmde hut. De lunch wordt gekocht en verdeeld over alle rugzakken.

Om tien uur lopen we Trevélez uit. Het is droog, door het wolkendek schijnt een waterig zonnetje. Na omstreeks een half uur treffen we een herder met zijn kudde. Even later komen we een Nederlands stel tegen dat rechtsomkeert heeft gemaakt: er zijn te veel rukwinden boven, ze worden de berg afgeblazen. Isabelle vraagt Sonja of ze naar de Refugio wil bellen om te vragen hoe het weer boven is. Sonja zegt: ,,Ik bel alleen als ik af moet zeggen en neem nooit onverantwoorde besluiten.'' Na een half uur bereiken we de sneeuw. Er komt steeds meer wind, ook rukwinden en we lopen steeds dieper de sneeuw in. Het is een smal pad, dus we lopen achter elkaar. Om vooruit te komen treden we in elkaars voetstappen en bij een rukwind moet je krommend stilstaan, anders waai je om. Wij vinden dat Sonja beter op Jos moet letten, onze old lady van 69 jaar. Tini loopt vooruit om dit aan Sonja te vragen. Ze antwoordt: ,,Ik dacht dat jullie Jos op sleeptouw zouden nemen.'' Maar ze gaat bij Jos lopen.

We ploeteren verder. De groep is al behoorlijk uit elkaar getrokken, we kunnen de voorsten niet meer zien. Isabelle gaat steeds langzamer lopen en schreeuwt naar Tini: ,,Dit is onverantwoord, ik wil terug naar beneden.'' We wachten tot de laatste mensen uit de groep bij ons zijn. We melden Sonja dat we naar beneden willen en vragen Jos of zij meegaat. Jos wil echter doorlopen. Sonja vertelt ons dat het nog maar anderhalf uur lopen is naar El Chorillo, de plek waar we zullen lunchen. Isabelle zegt dat ze het onverantwoord vindt en vraagt nogmaals aan Sonja om naar de Refugio Poqueira te bellen om te vragen naar de weersomstandigheden aldaar, omdat de rukwinden steeds heviger worden. Ze weigert en zegt: ,,Het is prachtig weer en nog maar 1,5 uur lopen.''

We besluiten toch naar beneden te gaan. Sonja antwoordt: ,,Dan moeten jullie wel zelf je hotel betalen. Ik loop nu door en als er iets is, bel je me maar.''

Tini raakt in paniek en ziet het even helemaal niet meer zitten. Ze zegt: ,,Dadelijk donderen we met z'n tweeën naar beneden. Het is nog maar anderhalf uur, zullen we dan toch maar doorlopen?''

Isabelle is kalm en vastbesloten en weet Tini te overtuigen dat het echt onverantwoord is en dat we op elkaar moeten vertrouwen. De mobiele gaat aan om eventueel 112 te kunnen bellen. We spreken af om uiterst voorzichtig naar beneden te gaan. Isabelle benadrukt: ,,Na een uur lopen zijn we de sneeuw uit en zal de wind minderen.''

Met dat vooruitzicht gaan we naar beneden. Na omstreeks drie kwartier ontmoeten we drie Engelse hikers. Ze kamperen in de Sierra en vragen hoe het boven is. We vertellen dat we door de weersomstandigheden onze wandelgroep hebben verlaten. So you are the trouble-shooters, zei de Engelsman begrijpend, hiking has to be fun. Hij wenst ons een goeie terugtocht toe. Het waait nog steeds hard, maar we zijn uiteindelijk de sneeuw uit en gaan even zitten en wringen onze drijfnatte sokken uit. We zijn koud, maar gesterkt door ons besluit vervolgen we onze weg naar Trevélez.

Door opkomende mist kunnen we het witte stadje niet meer zien en raken we het pad kwijt. Na twintig minuten zoeken vindt Isabelle de weg terug. Opgelucht lopen we verder en na in totaal vijf uur lopen zijn we terug in Trevélez. We drinken koffie in hotel La Fragua waar we de avond ervoor gegeten hebben. De restauranteigenaar schrikt als hij hoort dat de groep doorgelopen is. We kopen bij hem een nieuwe gedetailleerde wandelkaart en zoeken een hotelletje. Alle natte sokken, jacks, handschoenen en schoenen leggen we op het kleine radiatorkacheltje. Het is hier ook koud, maar de warme douche doet wonderen en 's avonds bij het eten in het restaurant van La Fragua praten we met een groep sportieve Nederlanders uit Deventer. We denken aan onze groep die nu wellicht in de Refugio ook aan een maaltijd zit. Morgen gaan we de wandeltocht naar Bubión maken, waar we vrijdag de groep weer treffen.

Donderdag

Na een ontbijt lopen we naar hotel La Fragua, waar al onze grote bagage nog ligt, om de föhn van Isabelle te halen. We vragen de eigenaar waar het pad naar Bubión begint en we lopen Trevélez uit. Zo'n 50 meter van het pad vandaan staat plotseling een auto van La Fragua. We worden gesommeerd in te stappen en rijden pijlsnel terug. In het hotel krijgen we een registratieformulier voor onze neus, iedereen kijkt zeer ernstig. Wat is er aan de hand? Niemand spreekt Engels, maar we eisen een verklaring. Uiteindelijk komt het hoge woord eruit: er zijn drie doden in onze groep.

Gevallen, verdwaald, naar beneden gestort?

Alleen een receptioniste spreekt Engels, maar zij weet niets. We barsten in huilen uit en rillen over ons hele lijf. De Guardia Civíl stopt ons in een auto en we scheuren naar het politiebureau van Capileira. We moeten allebei een verklaring afleggen en na ruim een uur worden we naar Bubión gebracht waar inmiddels alle bagage al gearriveerd is van de groep.

Als we buiten komen, staat er een groep Spaanse cameramensen te dringen. We horen in Bubión dat de ANWB een echtpaar uit Málaga stuurt om ons te ondersteunen. Zij moeten de paspoorten uit de bagage van de overledenen halen en wij moeten daarbij als getuigen optreden. De rillingen lopen opnieuw over onze rug. We moeten interviews geven in het Engels en Isabelle in het Frans. Alle vragen gaan over verantwoordelijkheid.

Op de Spaanse tv zien we helikopters zoeken in de sneeuw. In wat voor nachtmerrie zijn we terechtgekomen? Uiteindelijk horen we dat de groep overlevenden per helikopter naar Granada vervoerd zal worden. Er is een ANWB-traumateam, de Nederlandse honorair-consul en pers, erg veel pers. We besluiten om de media te woord te staan, ook al merken we dat de ANWB-ploeg ons daarvan wil weerhouden. Van een reisgenoot die staat te bellen horen we hoe het drama zich heeft voltrokken. Onderkoeling, rukwinden, er lag veel sneeuw, weg kwijtgeraakt, 17 uur gelopen en dat zes Baskische bergbeklimmers de groep hebben gevonden en uiteindelijk gered. We horen dat de groep ons kwalijk neemt dat we met de media gepraat hebben over verantwoordelijkheden en dat zij niet achter onze mening staan. Als we dat horen, benadrukken we dat er wel DRIE doden gevallen zijn. Alleen al de nabestaanden hebben er recht op dat we vertellen hoe alles precies is gegaan, vinden we. De traumatoloog van de ANWB blijkt maatschappelijk werker. Hij voelt ons niet aan en benadert ons veel te zweverig. We worden in een ander hotel dan de groep geplaatst en voelen ons erg alleen.

Vrijdag

Een groot deel van de dag brengen we door op het politiebureau van Granada voor officiële verklaringen. Er is nu een beëdigd tolk-vertaler, Bart, bij en er zijn ANWB-mensen. Steeds zien we de gezichten van de overledenen voor ons. Van de groep horen we niks meer en ook de ANWB houdt informatie achter. Het is de bedoeling dat we na het verhoor naar huis vliegen. Helaas vertelt Caroline Hondius van de ANWB ons dat iedereen maandag weer gehoord zal worden in de rechtszaal in Orgiva (Granada).

We kopen vier Spaanse kranten (de Nederlandse waren uitverkocht) en de lieve receptioniste vertaalt de stukken over de ramp in haar beste Engels. Zo lezen we dat het weer in de Sierra Nevada vaak onvoorspelbaar is en dat de beheerder van de Refugio tijdens de reservering onze reisleider gewaarschuwd had voor het slechte weer. Is dit waar? Wij hebben niets gehoord. De ANWB-mensen zien we niet meer. We voelen ons erg door hen in de steek gelaten. In onze hotelkamer proberen we via vrienden en familie informatie te krijgen.

Zaterdag

Zodra we wakker zijn, kopen we Nederlandse kranten. Het is voor het eerst mooi weer en we ontbijten op een terrasje. Een jong stel uit Utrecht schuift aan, ze herkennen ons van het ontbijt in hotel La Fragua in Trevélez. Zij waren degenen die naar beneden gingen op dezelfde tocht die wij maakten op 5 mei. Ze zijn geschokt. Isabelle heeft via een vriend de kinderen van overleden Jos opgespoord omdat de ANWB geen medewerking verleent. We praten lang met elkaar, wat ons allen goed doet. Caroline komt langs met Dirk Heinrichs, de traumatoloog, en Isabelle vraagt om een betere, zakelijke hulpverlener. 's Avonds telefonisch contact met Nova.

Zondag

Al vroeg uit ons bed gebeld door de sociaal werker, Dirk Heinrichs, die ons voorstelt naar de kathedraal te gaan met de groep en daarna met z'n allen koffie te drinken op het plein. Hoe kan dat nou? Ze willen ons niet zien en nu samen koffiedrinken? Eerst meent Tini dat het om een herdenkingsdienst gaat voor de overledenen, maar Dirk Heinrichs zegt de behoefte te hebben op zondag dicht bij God te zijn. We zijn weer helemaal verbaasd! En besluiten niet mee te gaan.

Isabelle heeft hoofdpijn en blijft in bed. Tini haalt koffie en broodjes. We bellen, sms'en en zitten af en toe op het balkon. 's Middags worden we gebeld door Tia, de dame van 66 jaar, die in coma gelegen heeft en nu weer aardig herstelt. We zijn blij iets van haar te horen. Wat ons totaal niet zint is dat we constant dingen horen van het thuisfront die ons door de ANWB onthouden worden. We vragen ons af wat de ANWB daar voor belang bij heeft. Zo horen we van Nova dat de groep naar het Alhambra is, terwijl Dirk ons steeds zegt dat ze uitgeput en dodelijk vermoeid zijn. We voelen ons verstoten en erg alleen. Omdat we geen slachtoffer zijn moeten we het zeker zelf maar uitzoeken van de ANWB. We horen dat we maandag om tien uur naar de rechtbank in Orgiva gebracht worden. Tini om twaalf uur als getuige en Isabelle om half een.

Maandag

's Morgens zijn we nogal haastig in onze kleren geschoten en toen bleek dat we onze jurken verkeerd om aan hadden! We vertrekken naar de rechtbank van Orgiva. Het is koud en regenachtig. Rillend zitten we in de hal te wachten totdat Tini eindelijk om vijf uur opgeroepen wordt. Daarna zit Tini in een kamertje met een Spaanse mevrouw die niets zegt. Isabelle heeft twee uur alleen in een kamertje zitten wachten en is pas om kwart voor zeven aan de beurt, maar komt gelukkig vrij snel uit het verhoor. Nog snel een paar woorden voor het NOS-Journaal en een hectische satellietverbinding met Nova, waarbij we samen door een microfoon moeten praten. Doodmoe gaan we naar het hotel.

Dinsdag

We mogen naar huis!!!! We slapen van de zenuwen door de wekker heen. De taxi brengt ons naar Málaga en in circa drie uur arriveren we net op tijd bij de incheckbalie. In Brussel, waarvandaan we ook vertrokken zijn, worden we opgewacht door een ANWB-chauffeur die de auto van Isabelle terugrijdt naar Rotterdam. We arriveren hier iets na vijf uur. Heerlijk om weer thuis te zijn! De bloemen, kaarten, sms-jes en e-mails, soms van mensen die we jaren niet gezien hebben, zijn hartverwarmend. Ook de vele steun van vrienden en familie doet ons goed. Na lang praten slapen we eindelijk weer in ons eigen bed.

Woensdag 12 mei

Wordt dit eindelijk een normale dag? Tini gaat 's morgens even langs bij haar werk en Isabelle wordt alweer benaderd door TV Rijnmond. Wij menen dat de media zich voor het volledige verhaal moeten gaan richten op de rest van de groep. Wel begrijpen we dat er een hele discussie op gang is gekomen over begeleiding van sportieve reizen. Als er in de toekomst minder slachtoffers in de bergsport zullen vallen, is er met ons verhaal van de afgelopen dagen wellicht iets bereikt.

Blijf altijd als individu je eigen verantwoordelijkheid nemen en het allerbelangrijkste is: vertrouw op je intuïtie en gebruik je gezond verstand.

De traumatoloog van de ANWB zegt de behoefte te hebben op zondag dicht bij God te zijn