Genieten

Het begint ermee dat een bureaulade nog maar half open wil. Iets onzichtbaars heeft zich schrap gezet. Brute kracht helpt niet. Het is een lineaaltje of een portretlijstje dat u een paar jaar geleden wilde bewaren. Toen u het een paar maanden geleden nodig had, kon u het niet meer vinden. Al die tijd zat het achterin deze lade die u dusdanig hebt volgepropt dat het zich diagonaal heeft opgericht. Bekijk de vondst. Zonde om weg te gooien. U bergt het in een andere lade. Daar kan het nog wel bij.

In deze krant van 14 april staat onder de kop Eerste Hulp Bij Opruimen een meeslepend artikel van Ellen de Bruin over de chaotische stapelplaatsen, vlooienmarkten en uitdragerijen waarin bepaalde mensen langzamerhand hun huis veranderen. Ze kunnen geen kast meer opendoen of ze worden bedolven onder een lawine; ze kunnen niets meer vinden. Ze kunnen in eigen huis letterlijk geen kant meer op. Ze raken in paniek. Er moet professionele hulp bij.

Die is er. De therapeut komt bij u thuis, overziet het slagveld, laat u vrijuit praten, leert u de kunst van weggooien en opruimen, en als herboren betaalt u het honorarium. Eén citaat, van professional organizer Saskia Zonderland. ,,De mensen willen alles en ze hebben steeds minder tijd.'' Daarmee heeft zij, dunkt mij, de spijker op de kop geslagen. Nu wil ik u de proeve van een theorie voorleggen.

De drijfveer tot het organiseren is het begeren. Koken bijvoorbeeld vereist een hoge graad van organisatie. Dan wordt het gerecht opgediend, de begeerte gaat in vervulling, het genieten begint. Dit is dus de volgorde: begeren – organiseren – genieten. Wie aan het genieten is kan de illusie hebben dat zij/hij daarin nog een raffinement aanbrengt – eerst een hapje van dit, dan een slokje van dat, zegt de beroepsluculles – maar het raffinement ligt al in de graad van de voorafgaande organisatie besloten.

Je hebt het erudiet genieten, het verfijnd genieten, maar in principe is genieten mateloos. Zoals de Duitse fenomenoloog Philip Lersch het heeft uitgedrukt: het gaat volgens de Antrieb des nicht genug kriegen können. Of zoals Louis-Ferdinand Céline heeft gescheven: Wat we allemaal willen is 22 meter darmen in plaats van 11, om het dubbele erin te kunnen proppen.

Ook het begeren kent in principe geen grenzen. Luilekkerland heeft geen taboes. Ik zou niet graag een minister van Luilekkerland zijn, verplicht om alle onbegrensde begeerten van de burgerij via een feilloze organisatie in een onbegrensd genieten om te zetten.

En nu komen we aan het probleem. Tegenover de postmoderne democratische gelijkheid van allen in de aanspraak op het begeren en genieten staat de zeer ongelijke verdeling van het organisatietalent. Dat kan moeilijkheden veroorzaken. Daarvoor heb ik het begin van een formule bedacht.

Formules zijn opgebouwd uit constanten en variabelen. En nu geloof ik dat er een formule ontwikkeld kan worden die voor iedere sterveling het chaos- of rotzooicijfer bepaalt; of de vatbaarheid daarvoor. De grondslag is met de opmerking van mevrouw Zonderland gegeven. De mensen willen alles en ze hebben steeds minder tijd. Daarin is een aantal variabelen opgesloten: a. de mate van het begeren, b. het organisatietalent, c. de beschikbare tijd voor a en b. Het genieten hoeft in dit stadium nog niet nader te worden benoemd.

Stellen we (nu absoluut, voor het gemak) a op honderd en b op nul, dan volgt daaruit dat verstikking vrijwel onvermijdelijk is. Niet de professional organizer maar de sociale dienst moet eraan te pas komen. Daarbij is het ook nog mogelijk dat in zijn tomeloos begeren het slachtoffer geld van een bank of vriend heeft geleend, in een vergeefse poging om zijn lustverlangens tot bedaren te brengen. Dan wordt zoiemand klant van de dienst voor schuldensanering. De cijfers laten zien dat dit steeds vaker voorkomt. Bewoner van een Augiasstal, vraatzuchtig als Gargantua. Modern gezegd: de Totale Consument.

Nu is a gelijk aan nul en b is honderd. Deze mens leeft bij wijze van spreken op water en brood, in een kale kamer met een brits, een noodkacheltje en een wekker, waar het minimum in rechthoeken is neergelegd en opgestapeld. Zo zal het blijven tot zijn laatste snik. Geen erfenis. Een heremiet, misschien een soort Diogenes.

Dan zijn er nog twee uitersten: a is nul en b ook. Daar hebben we geen last van, want in dit leven valt niets te organiseren. En ten slotte: beide honderd. Lijkt mij het ideale type van deze tijd, de droom van de vrije markt. Hij begeert alles, weet dit dankzij zijn organisatietalent ook te bemachtigen en te verwerken. De mens die in deze fase van de cultuur tot universele doelgroep is gekozen.

En nu komt de kern van het probleem. De praktijk van het leven bewijst dat begeren en daaraan toegeven gemakkelijker is dan organiseren. Geen nood! Daarin heeft de vrije markt al voorzien. Loopt het ten gevolge van uw eetbegeren (vraatzucht) mis met uw spijsvertering? Neem een pil. Helpt dat niet tegen uw groeiende omvang? Laat het vet afzuigen. Tasten intussen de goederen die u niet nodig hebt maar toch kocht zich op in al uw kamers? Kijk naar het voetbal op de televisie, pak een pils, dan ziet u dat allemaal niet. Struikelt u daarna over de rotzooi? Bel de professional organizer.

Terwijl ik op de tramhalte mijn stukje stond te overdenken, kwam lijn 5 voorbij, met een reclame. Daar las ik dat er nu een spray op de markt is waarvan je kalmeert. Vliegangst, onbeheerstheid in het werk, neiging de computer kort en klein te slaan, een collega een rotschop te geven, nog meer zenuwachtigheid? Pak de spuitbus, inhaleer, en je hebt jezelf weer in de hand. Dit is voor mij een bevestiging van deze theorie.

Tussen het begeren en het organiseren heeft de postindustriële maatschappij de buffer van de dienstverlening gebouwd, opdat men zonder organisatietalent nog meer zal kunnen genieten dan men gedroomd had toen men met het begeren begon. Wat niet gebruikt wordt raakt in verval. In deze context is dat het organisatietalent. De paradoxale conclusie is dat bij het groeiend aanbod van begeertevervullende artikelen de behoefte aan dienstverlening navenant groeit.

Misschien is mijn aanzet tot een formule voor uitwerking vatbaar. Zijn er lezers die zich uitgedaagd voelen? Ik ontvang hun bijdrage graag.