Een fout oorlogsverleden is echt niet erfelijk 1

Een vies gezicht trek ik niet zozeer bij hoofddoekjes of minaretten, maar toch zeker bij de wijze waarop Rien Vroegindeweij in deze krant van 11mei het debat daarover meent te moeten voeren. Zijn valide argumenten zo moeilijk te vinden, dat hij tot het besmeuren van Sørensens naam moet overgaan via het oorlogsverleden van diens vader? Of het gemelde waar is of niet men heeft bij de ten toon gespreide geniepigheid het volste recht zelfs daaraan te twijfelen het is in elk geval volkomen irrelevant. Een fout oorlogsverleden is niet erfelijk, evenmin als een vader die verzetsman was, zoals dat ook voor mij geldt, iemand in een moreel-politieke adelstand zou verheffen. Integendeel, als je een opponent daarmee in een bepaalde hoek probeert neer te zetten, ben je juist zelf fout.

Als historicus zal Sørensen geweten hebben waarover hij het had, toen hij het woord NSB'er in de mond nam. Ook ik had, na een discussieavond waarop ik enige woorden met Michiel Smit wisselde, geen enkele moeite diens gedachtegoed te plaatsen.

Zoals Vroegindeweij vermoedelijk ook beseft, zijn hoofddoekjes niet alleen in Rotterdam onderwerp van discussie, en zijn zij in Turkije sinds Atatürk evenzeer ongewenst. Minaretten kunnen in Nederland gelukkig maar - geen functie hebben, en het lijkt me volkomen legitiem bezwaren te hebben tegen een Efteling-achtig stadssilhouet. Een minaret herinnert immers ieder die ooit een Arabisch land heeft bezocht onontkoombaar aan een reeks wreed verstoorde nachtrusten.