Dobberende depressies

Voor wie ook maar een beetje vertrouwd is met de werkelijk oeverloze hoeveelheid onderzoeksliteratuur over depressie, is dit een ambitieus proefschrift. De ondertitel `a multifactorial social approach' verraadt dat al. Niet het zoveelste kleine onderzoek naar een groep patiënten of een eenmalige meting van verschijnselen van depressie in een steekproef uit de bevolking, maar een poging tot synthese en integratie van al die verschillende manieren om greep te krijgen op wat al de belangrijkste bevolkingsziekte van de eenentwintigste eeuw genoemd wordt.

Depressie komt veel voor. Van de volwassen Nederlanders kampt op dit moment ongeveer een op de twintig met een depressie in engere zin, dat wil zeggen met een wekenlang aanhoudend gevoel van diepe neerslachtigheid en uitzichtloosheid. Een op de zes Nederlanders heeft minstens een keer in het leven te maken met een depressie. De cijfers voor andere landen wijzen in dezelfde richting.

Depressie komt in veel verschillende vormen voor, wisselend in de tijd en in de mate van ernst. De depressie in engere zin is de ernstigste vorm. Hoewel depressies vaak vanzelf weer overgaan – voorbijgaan is eigenlijk een beter woord – en vergeleken met veel andere psychische stoornissen ook goed te behandelen zijn, wordt de levensverwachting er toch ongunstig door beinvloed. Depressies eindigen meestal niet in een suïcide, maar achter een suïcide gaat vrijwel altijd een depressie schuil.

In het proefschrift van Vivian Meertens gaat het niet om de ernstigste vormen van depressie, maar juist om de veel meer voorkomende lichtere varianten. Psychiaters komen daar meestal niet aan te pas, maar huisartsen worden er vaak wel mee geconfronteerd. Lusteloosheid, slecht slapen, geen zin in seks, geen plezier in het werk, tegen de dag opzien, eenzaamheidsgevoelens, dat soort dingen. Er zijn mensen voor wie het leven er altijd zo uitziet, maar in de meeste gevallen is er toch eerder het gevoel dat het niet bij je past en dat het nu lang genoeg geduurd heeft. In dit soort situaties is er ook veel meer kans dat de depressie niet van binnenuit komt, maar mede het gevolg is van bepaalde gebeurtenissen of minder gunstige sociale omstandigheden.

De hypothese van Vivian Meertens is dat het voorkomen van depressieve symptomen bepaald wordt door de mate waarin mensen beschikken over economische, sociale en culturele hulpbronnen. Hoe minder van dat soort `kapitaal', hoe groter de kans dat het minder goed staat met het psychologisch welbevinden. Het is ongeveer het spiegelbeeld van het onderzoek dat de Rotterdamse hoogleraar Ruut Veenhoven al tientallen jaren doet naar de mate van geluk en welzijn in verschillende samenlevingen. De uitkomsten van zijn onderzoek wijken ook maar weinig af van die van Vivian Meertens, maar hij kijkt naar de plus en zij naar de min. Dat doet ze heel grondig, want ze kijkt naar mogelijke variaties in het voorkomen van depressieve symptomen in de tijd, naar geslacht, sociale status, buurt, religie en nog een hele reeks andere factoren. Ze doet het ook heel slim, want ze maakt gebruik van al bestaande en vaak heel omvangrijke onderzoeksbestanden over een periode van dertig jaar, die door haar opnieuw en met een heel andere vraagstelling geanalyseerd worden.

Hoe goed dat ook gebeurt, de resultaten zijn op het eerste gezicht niet verrassend. Een laag inkomen, afhankelijkheid van een uitkering, werkeloosheid, een minder gunstige buurt, het leidt tot een verhoogde kans op het ontstaan van depressieve symptomen, net zoals het leven zonder partner, verantwoordelijk zijn voor een eenoudergezin of geen godsdienst meer hebben. Meertens weet goed uit te sluiten dat het oorzakelijk verband niet of nauwelijks andersom ligt: mensen hebben geen laag inkomen, geen partner of geen geloof als gevolg van depressiviteit. Een oude discussie – sociale causatie of sociale selectie – is daarmee opnieuw beslecht in het voordeel van de causatie-theorie. Dat sluit overigens niet uit dat op individueel niveau een ernstige en langdurige depressie mensen wel degelijk sterk kan benadelen in hun sociale mogelijkheden.

Een beetje onverwacht is wel dat de relatie tussen de op- en neergang van de economie en het verschijnen en verdwijnen van depressieve symptomen behoorlijk direct blijkt te zijn. Hoe vreemd het ook klinkt, in de toekomst zal het zelfs mogelijk zijn op basis van de mate van depressiviteit onder de bevolking te voorspellen hoe goed of hoe slecht een bepaalde buurt is. Uiteraard spelen hier niet alleen objectieve kenmerken een rol, maar ook de mate waarin mensen aangeven zich onveilig of vervreemd te voelen in hun eigen omgeving. Zoals in alle depressie-onderzoek, blijkt de gevoeligheid voor depressiviteit bij vrouwen groter te zijn dan bij mannen. Verrassend is wel dat de maatschappelijke ontwikkeling in de richting van een grotere mate van individualisering niet, zoals toch vaak verwacht, tot een verhoging van het depressiviteitsrisico heeft geleid. Integendeel zelfs, het meer aan autonomie en persoonlijke vrijheid heeft een duidelijk positief effect.

Dit onderzoek wordt op de titelpagina gepresenteerd als `een proeve op het gebied van de Medische Wetenschappen'. Zo mag het best heten, maar naar zijn aard zweeft het toch ergens tussen de epidemiologie en sociologie in. Dat is op zichzelf geen probleem, maar het roept aan de medische kant wel de vraag op of er voor de dokter veel te doen valt. Dat lijkt me maar beperkt het geval. Depressieve symptomen blijken vrij sterk mee te bewegen met de omstandigheden waaronder mensen leven en dus ook met de veranderingen in die omstandigheden. Echte depressies doen dat niet of veel minder. We kunnen op basis van de door Vivian Meertens uitgevoerde analyses ook niet zien in hoeverre mensen met depressieve symptomen ook behoeften hebben aan hulpverlening of daadwerkelijk hulp hebben gezocht, en dat dan ook weer in het medische circuit. Wat we uit dit onderzoek wel, en ook behoorlijk definitief, leren is dat je goed of slecht voelen echt iets te maken heeft met de omstandigheden waaronder je leeft. Geluk is tot op zekere hoogte politiek en sociaal maakbaar en ongeluk in enige mate precies zo herstelbaar.

Vivian Meertens. Depressive symptoms in the general population, 194 blz. Katholieke Universiteit Nijmegen, 14 mei 2004. Promotores: prof.dr. P. Scheepers, dr. B. Tax.