De zegen van de bodemdaling

Groningen wordt geteisterd door aardbevingen en bodemdaling. Oorzaak: de winning van aardgas die Nederland rijk heeft gemaakt. Gevolg: honderden schadeclaims voor scheuren in muren, drassig land en stijgend water. De Nederlandse Aardolie Maatschappij is coulant. `We willen een goede buurman zijn.'

Eens in de zoveel tijd slaat de paniek toe in Noord-Nederland. Een luide knal, een schok, trillende ramen, alsof er een trein langs het huis dendert. Maar langs de boerderijen op het platteland van Groningen en Drenthe denderen geen treinen. Gasbevingen worden ze genoemd, veroorzaakt doordat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) al veertig jaar aardgas onttrekt aan de bodem. Eind vorig jaar was het drie keer achter elkaar raak in de omgeving van Loppersum. Het gevolg: scheuren in muren, onrust en spoedbijeenkomsten van geschrokken bewoners die zich afvroegen wie de schade ging betalen – én wat hun nog meer te wachten staat. ,,We wonen op het gas, maar het kost ons geld'', zegt Harm op 't Holt uit het dorpje Eenum. Na de bevingen ontdekte hij een flinke scheur in de muur van zijn schuur. ,,Je bent toch bang dat je over tien jaar schade aan de fundering van je huis ontdekt, schade die je nu niet ziet. Dat kun je nooit meer verhalen op de NAM.''

Oude sentimenten laaien in het noorden al snel op als het om de aardgaswinning gaat. `Ze' verdienen miljarden aan `ons' gas, klonk het tientallen jaren geleden al, toen de communistische voorman Fré Meis dreigde de gaskraan dicht te draaien als het noorden geen financiële steun uit Den Haag kreeg.

De vondst van het gas onder Slochteren, in 1959, maakte Nederland rijk. Het veld is met een oppervlakte van 900 vierkante kilometer en een totale winbare voorraad van 2.700 miljard kubieke meter één van de grootste ter wereld. Sinds eind jaren zeventig leverde het gas de staat ongeveer 140 miljard euro op, zo becijferde Economische Zaken. Het zit op een diepte van ongeveer drie kilometer, in poriën van 0,1 millimeter tussen de korrels van het zandsteen. Als het gas uit de poriën wordt gehaald, neemt de druk in de zandsteenlaag af. Door de druk van boven wordt de zandsteenlaag langzaam in elkaar gedrukt; de bodem daalt. Soms wordt de druk op de randen van die zandsteenlaag zo groot dat er een ondergrondse verschuiving optreedt. Dat kan een voelbare aardschok opleveren.

De winning van het aardgas trekt ook bovengrondse sporen, sommige tijdelijk, sommige permanent. In het Groningse dorpje Bedum liggen de zandzakken in het najaar langs de kades, omdat het water als gevolg van de bodemdaling te hoog staat. In Termunterzijl werd, grotendeels op kosten van de NAM, het reuzengemaal Rozema gebouwd om de gevolgen van de bodemdaling tegen te gaan, in Delfzijl is een compleet nieuwe haven aangelegd. Waterschappen, gemeenten, provincies, bedrijven en particulieren zijn dagelijks bezig met een strijd tegen de gevolgen van aardbevingen en een gestaag dalende bodem.

Vreselijke klap

Roswinkel is een dorp van kaarsrechte, lange wegen in een uithoek van Drenthe, niet ver van de Duitse grens. Het dorp kreeg in de jaren negentig landelijke bekendheid door tientallen lichte aardbevingen. In 1997 meldden zich meer dan tweehonderd verontruste bewoners met schade bij de NAM na een schok van 3,4 op de schaal van Richter. ,,Het was een vreselijke klap, 's avonds vlak na elf uur'', zegt A. de Zwart, bewoner van het gebied. ,,Eerst dacht ik aan een gasexplosie. Er zaten scheuren in gevels, er waren ontzette puien, er was schade aan funderingen.'' De Zwart is secretaris van de Vereniging van Gedupeerden die na de klap werd opgericht toen de NAM op een vergadering had laten doorschemeren dat het veld bij Roswinkel bijna leeg was, maar dat zich nog wel twintig jaar aardbevingen konden voordoen.

Aanvankelijk, vertelt De Zwart, ontkende de NAM dat de schade te maken had met de gaswinning. Pas in het begin van de jaren negentig werd onomstotelijk aangetoond dat er een verband bestaat tussen de aardgaswinning en de aardschokken in het noorden. De aardoliemaatschappij nam vanaf 1997 zevenhonderd claims in behandeling. In 425 gevallen keerde de NAM een vergoeding uit, in 275 gevallen werd de claim afgewezen, omdat de gemelde schade geen relatie had met de `aardtrilling' zoals de NAM de aardbevingen steevast noemt. ,,Veel claims hadden niets met aardbevingen te maken'', zegt De Zwart. ,,Mensen probeerden de NAM een pootje te lichten, sommigen probeerden andere schades erbij te frommelen. Als er mos in een scheur in de muur groeit heb je niet zo'n sterk verhaal. Dan is het geen recente scheur. Als het om geld gaat, zijn de mensen onbetrouwbaar.''

De NAM zelf houdt zich daarover op de vlakte. ,,Wij gaan er niet van uit dat mensen te kwader trouw zijn'', zegt Robert de Roos, manager juridische zaken. ,,De schade-experts die gaan kijken geven wij de instructie dat de betrokkenen het voordeel van de twijfel moeten krijgen.'' Zo keerde de NAM naar aanleiding van de drie aardbevingen rond Loppersum vorig jaar 30.000 euro uit bij 42 claims, variërend van 145 tot 5.000 euro. Zestig claims werden afgewezen.

Het KNMI heeft sinds de jaren tachtig in Noord-Nederland honderden lichte aardbevingen geregistreerd die worden toegeschreven aan mijnbouwactiviteiten. De zwaarste niet-natuurlijke aardbeving die zich volgens seismoloog Bernard Dost van het KNMI in het noorden kán voordoen heeft een magnitude van 3,8 op de schaal van Richter. Op de veel gehanteerde intensiteitschaal van Mercalli, die loopt van een trilling die alleen door seismologen wordt geregistreerd (I) tot een `buitengewoon catastrofale' aardbeving met algemene verwoesting (XII), worden in Nederland gasbevingen met een intensiteit van V of VI mogelijk geacht: van `sterk' (opgehangen voorwerpen slingeren, klokken blijven stilstaan, slapende mensen worden wakker) tot `lichte schade' (schrikreacties, voorwerpen in huis vallen om, bomen bewegen). Maar meestal beperkt het zich tot het gevoel van zwaar verkeer langs het huis, aldus het KNMI. En het kan lichte schade veroorzaken, zeker aan weinig solide bouwwerken.

Volgens experts is een aardbeving, hoe licht ook, vooral emotioneel een zware ingreep in het leven van mensen. ,,Vaak spelen meer mechanismen een rol bij een aardbeving, maar men zoekt naar één zondebok'', zegt Hans Roest van het Staatstoezicht op de Mijnen. Hij deed jarenlang onderzoek naar het verband tussen aardbevingen en delfstofwinning. ,,Mensen zien scheuren en gaan zoeken naar oorzaken. Of er komt een trilling en mensen gaan plotseling goed naar hun huis kijken. Dan ontdek je van alles. Maar de schade aan gebouwen als gevolg van een aardbeving zelf is echt zeer beperkt. Wel vind ik dat we meer inzicht moeten krijgen in de aard en omvang van mogelijke aardbevingsschade, omdat we nog niet precies weten wat zich in de ondiepe ondergrond afspeelt.''

Dat aardbevingen zelf nauwelijks schade aanrichten, concludeerde ook Kees Boorsma van het gelijknamige ingenieursbureau in Drachten. Hij verrichtte voor de NAM ,,vele honderden'' schadeonderzoeken, onder meer in Roswinkel. ,,Je ziet nooit schade aan openbare gebouwen, scholen, kerken of bruggen. Alleen aan particuliere woningen. De kracht van de bevingen is nauwelijks genoeg om scheuren te veroorzaken. Het komt meestal door ouderdom, achterstallig onderhoud, slechte funderingen of een slechte ondergrond onder woningen en gebouwen. Tachtig procent van de claims bij de NAM is ongefundeerd, gebaseerd op emoties.''

Zigeunerwoning

Het is levensgevaarlijk wandelen door de kelder van landbouwer Freerk Vaatstra in zijn monumentale boerderij even buiten het dorp Kantens in Noord-Groningen. De gevel is meer dan twintig centimeter verzakt, er lopen scheuren door muren en de vloer, stukken muur en plafond zijn ingestort. Sinds enkele maanden woont Vaatstra met zijn gezin in een stacaravan naast de boerderij, omdat de woning zelf onbewoonbaar is verklaard na de drie aardbevingen afgelopen najaar rondom Loppersum. ,,De meeste schade dateert van aardbevingen in de jaren negentig'', zegt Vaatstra. ,,Ik heb de NAM aansprakelijk gesteld, maar ze zeiden: gaat u maar procederen, u wint het nooit.'' Maar Vaatstra zette door. Hij kwam terecht bij de Technische Commissie Bodembeweging (Tcbb), een commissie met onafhankelijke deskundigen die in 1999 werd opgericht door Economische Zaken, omdat tussen de NAM en getroffenen vaak onenigheid bestond over de afhandeling van schadegevallen en burgers alleen via de rechter hun gelijk konden halen.

De uitspraken van de Tcbb over de relatie tussen aardbevingen en schade aan gebouwen zijn niet bindend, maar de NAM betwist ze vrijwel nooit. Vaatstra haalde via de Tcbb zijn gelijk. Hij kreeg kortgeleden ruim twee euroton van de NAM voor schade die zijn boerderij in de jaren negentig had opgelopen. En begin dit jaar diende hij een nieuwe claim omdat hij wil dat zijn woning in oude glorie wordt hersteld. Die is zodanig verwoest dat hij eerst moet worden afgebroken, zegt Vaatstra. ,,Wij zijn uit een kapitale boerderij gedegradeerd naar een zigeunerwoning. Er moet geen vakantiehuisje voor in de plaats komen, maar een Groninger boerderij die bij het landschap past.''

Maar is de schade wel veroorzaakt door de aardbevingen? Na verschillende onderzoeken in opdracht van de NAM concluderen twee ingenieursbureaus dat de schade aan de boerderij van Vaatstra niets te maken heeft met de aardbevingen. ,,Het is een boerderij van meer dan 130 jaar oud, die op een slechte ondergrond is gefundeerd en waar vele decennia geen of slecht onderhoud aan is gepleegd'', zegt Boorsma, die het huis een jaar geleden onderzocht. Hij stelt dat de Tcbb, die wordt geleid door voormalig staatssecretaris Dick Tommel, de NAM laat opdraaien voor schade die niet door aardbevingen is veroorzaakt. ,,Tommel is bezig met de continuïteit van de Tcbb'', zegt Boorsma. ,,Tommel stelt de bevolking schadevergoeding in het vooruitzicht, dat is opruiing. Hij moet zich niet met de techniek bemoeien.''

Boorsma krijgt steun van de Rotterdamse geoloog Peter van der Gaag, die veel onderzoek deed in de bodem van Groningen. ,,Ik acht de kans zeer groot dat de meeste schade wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van zwelklei, en niet door aardbevingen. Zwelklei wordt in Nederland zeer onderschat.'' De bodem in Noord-Nederland bestaat volgens Van der Gaag voor een groot deel uit zwelklei, een instabiele kleisoort die uitzet onder invloed van water en inkrimpt als bijvoorbeeld de grondwaterstand wordt verlaagd. Tijdens die processen wordt grote druk op de bodem opgebouwd, die schade aan woningen en funderingen kan toebrengen.

De NAM erkent dat zij moeite heeft met het advies en de toegewezen schadevergoeding. ,,Maar wij zijn zeer terughoudend met het negeren van een advies van de Tcbb'', zegt De Roos. De Tcbb baseerde zich deels op een rapport van ingenieursbureau Oranjewoud. Oranjewoud kon het causale verband echter niet met zekerheid vaststellen. Oranjewoud concludeerde in zijn rapport van april 2003 dat het ,,zeer waarschijnlijk'' is dat het ,,voorhuis reeds een behoorlijke mate van scheefstand vertoonde vóór de eerste aardschok''. Desondanks berekende Oranjewoud de herstelkosten van schade aan de boerderij op 107.000 tot 161.000 euro. De Tcbb stelde de NAM echter aansprakelijk voor meer dan twee ton. ,,Wij hebben onze eigen afweging gemaakt'', zegt voorzitter Tommel. ,,Wij hebben eigen deskundigheid binnen de Tcbb.'' Volgens hem is het verband tussen een aardbeving en schade ,,nooit voor honderd procent'' vast te stellen. ,,Schade kan voor een deel worden veroorzaakt door achterstallig onderhoud, veeninklinking, amateuristische verbouwing, een slechte fundering, zwaar verkeer in de buurt, heien'', zegt Tommel. ,,Het kan voorkomen dat een muur nog tien jaar was blijven staan als die lichte aardbeving niet dat laatste zetje had gegeven. Mag de burger in zo'n geval het slachtoffer worden van een aardbeving? Nee.'' Tommel is uitermate te spreken over de wijze waarop de NAM tegenwoordig omgaat met claims van burgers. ,,Vroeger was er veel onvrede bij bewoners, omdat de NAM hun geen aandacht gaf en moeilijk deed over schadevergoedingen. De NAM heeft haar maatschappelijke antenne uitgeschoven en haar werkwijze zeer sterk bijgesteld in gunstige zin. Er wordt veel zorgvuldiger naar claims gekeken.''

De directe schade als gevolg van aardbevingen staat echter in geen verhouding tot de kosten die worden gemaakt om de gevolgen van de bodemdaling teniet te doen. In het centrum van het Groningen-veld, in de buurt van Loppersum, zal de bodem tot 2050 naar verwachting 38 centimeter dalen door de aardgaswinning. De meeste problemen doen zich volgens de waterschappen voor omdat het water in de kanalen niet meedaalt en dus relatief hoger komt te staan. Ook blijkt volgens de waterschappen dat de bodem steeds drassiger wordt, waardoor steeds meer water moet worden weggepompt naar zee.

Hogere rand

Na jarenlang onderhandelen sloten de provincie Groningen en het rijk in 1983 een overeenkomst met de NAM, waarin werd afgesproken dat de exploitant verantwoordelijk was voor alle werkzaamheden die moesten worden verricht om de gevolgen van de bodemdaling teniet te doen. Er werd wel een maximumbedrag gesteld: de NAM zou de kosten vergoeden tot 700 miljoen gulden (320 miljoen euro) in totaal, prijspeil 1980. Bij het huidige prijspeil is dat 530 miljoen euro.

,,De eerste maatregelen tegen de bodemdaling dateren uit de jaren tachtig'', zegt Gido Davidse van het Waterschap Noorderzijlvest, dat Noord-Groningen en een deel van Drenthe beslaat. ,,De dijken en de kades moesten worden verhoogd. We hebben hier zeventig kilometer aan buitendijken. We leven in een badkuip, de rand moet hoger.''

De NAM heeft inmiddels 202 miljoen euro betaald aan kosten die de provincie, gemeenten, waterschappen, bedrijven, boeren en bewoners hebben moeten maken om de schade aan het landschap en bouwwerken te voorkomen of te herstellen. Nieuwe gemalen, sluizen, verhoging van bruggen, onderhoud en verhoging van kades en dijken, onderzoekskosten en de aanleg van vistrappen: alles wordt gedeclareerd bij de NAM. Maar niet alle effecten van de bodemdaling zijn weg te poetsen, zegt Gido Davidse. ,,We hadden tot nu toe open watergangen naar zee. Met gemalen en sluizen breek je dat. Pleziervaart, kanoërs en schaatsers worden dus gehinderd.''

Overigens is het probleem van de bodemdaling ook met de talloze waterwerken niet opgelost. Door de zeespiegelstijging en de natuurlijke bodemdaling is het volgens Lodewijk Schiltkamp van het Waterschap Hunze en Aa's ,,over honderd jaar niet meer te houden'' in delen van Groningen. ,,Dan komt dit gebied echt onder water te staan. Op een gegeven moment kun je niet meer pompen. Dus wat wij doen met al die gemalen is toch afwentelen op de toekomst. De dijken moeten steeds hoger, ook door de zeespiegelstijging en de druk van al dat water.'' Volgens hem zou het gebied tussen Groningen, Delfzijl, Winschoten en Hoogezand (een kwart van de provincie) ,,nat gebied'' moeten worden met moeras, rietvelden en natuur en water. De landbouw kan daarin niet blijven bestaan, de dorpen wel. ,,Die liggen wat hoger.''

Tot die tijd is het pompen of verzuipen. Over de afwenteling van de kosten die de waterschappen, gemeenten en de provincie met al die waterwerken maken wordt besloten door de Commissie Bodemdaling door Aardgaswinning, dat in de jaren tachtig werd ingesteld. De leden worden benoemd door de provincie Groningen, de NAM en het rijk. ,,Wij willen een goede buurman zijn en geen overlast veroorzaken'', zegt Robert de Roos, juridisch manager van de NAM in Assen.

De bodemdaling was mede daardoor voor sommige gedupeerden een blessing in disguise, zoals oud-directeur Cees Biemond van de haven van Delfzijl het ooit noemde. ,,De haven van Delfzijl was vijftien jaar geleden een ouwe troep'', erkent de huidige directeur van Groningen Seaports, ing. Harm Post. ,,Dankzij het bodemdalinggeld van de NAM kon de haven van Delfzijl dingen doen die anders niet hadden gekund.'' Zo werden de kades van Delfzijl in de jaren negentig opgehoogd en vernieuwd, er werd een nieuw kantoor voor Groningen Seaports en een compleet nieuwe infrastructuur aangelegd. De NAM betaalde voor 150 miljoen gulden mee om bodemdalingskosten te vergoeden. Sinds de opknapbeurt gaat het goed met Delfzijl. ,,We halen elk jaar weer nieuwe overslagrecords, zelfs toen de landelijke economie kromp'', zegt Post.

Even verderop, in Termunterzijl, verrees de afgelopen jaren gemaal Rozema, dat het overtollige water moet afvoeren uit de Groningse waterboezems. De NAM betaalde 80 procent van de 80 miljoen gulden die de bouw kostte, zegt Vogelaar. De NAM betaalde niet alles, omdat het oude gemaal tóch moest worden vernieuwd, ook zonder bodemdaling. Ook in het naburige waterschap Noorderzijlvest worden voor tientallen miljoenen euro's gemalen, stuwen en sluizen gebouwd, grotendeels gefinancierd door de NAM. ,,De NAM heeft tot nu toe alle kosten vergoed, wij betalen er geen rooie cent aan mee'', zegt Gido Davidse van het waterschap Noorderzijlvest. ,,En dat vind ik ook terecht. De NAM moet ook het onderhoud betalen aan die gemalen, en eventuele vernieuwingen in de toekomst.'' Het waterschap Hunze en Aa's is evenmin ontevreden over de rol van de NAM. ,,Het komt goed uit dat de NAM meebetaalt'', zegt Lodewijk Schiltkamp, verantwoordelijk voor het integraal waterbeheer bij Hunze en Aa's. ,,Je probeert er meer financiën uit te halen dan noodzakelijk. Je bent toch ook koopman. Voor werkzaamheden die we toch moesten uitvoeren moet de NAM ook meebetalen. Het maakt wel uit of dat zestig of zeventig procent is.''

Tegelijkertijd ontvingen sommige Groningse boeren een compensatie van enkele duizenden guldens omdat hun land drassig was geworden, waardoor de oogst terugliep. De beroepsvissers in Groningen krijgen een paar duizend gulden per jaar om poot-aal uit te zetten in de binnenwateren, omdat de landinwaartse trek vanuit de Waddenzee door de bouw van allerlei waterwerken onmogelijk was geworden. De bedragen lopen op tot miljoenen euro's per jaar.

Leen Vogelaar van de Commissie Bodemdaling stelt dat de instanties die claims indienen vanwege de bodemdaling de ,,kosten soms scherper stellen dan ze werkelijk zijn''. En: Er wordt soms voor miljoenen overvraagd. Vooral de waterschappen, zegt Vogelaar, waren heel blij met de NAM-overeenkomst. ,,Maar toen de miljoenen eenmaal binnenkamen, zijn ze begeriger geworden. Dat is de laatste tien jaar veranderd. Men wil meer.''

De NAM zelf wil er niet veel woorden aan vuil maken. ,,In het algemeen kun je zeggen dat naarmate budgetten onder druk komen te staan, instanties `subsidies' proberen te krijgen'', zegt Robert de Roos van de NAM. ,,Maar ik denk niet dat er ongefundeerde claims worden ingediend. Wij proberen reëel te zijn: we willen niet te veel betalen, maar we zullen ook niet alles afwijzen.'' Het past in de traditie om lokale evenementen te sponsoren, daarmee is de NAM altijd tamelijk scheutig geweest. ,,Net als de slager doneren wij ook wel eens wat'', zegt De Roos. ,,De NAM is een onderdeel van de samenleving.''