De lezer schrijft over citeren van een prikbord op internet... ...de krant antwoordt

Tijdens het lezen van de zaterdageditie van uw krant stuitte ik op de passage: ,,Edgar Bon schrijft over de Nederlandse gidsen in het algemeen: `Ik kan je keihard zeggen dat de meeste gidsen (ik noem ze liever reisleiding) absoluut niet weten wat ze aan het doen zijn. Het zijn vaak studenten of (semi) studenten die dit soort werk doen om `goedkoop' leuke tochten te maken.'''

Als actief lid van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) en tevens student, heb ik eens opgezocht waar deze opmerking vandaan kwam, wie deze Edgar Bon is en hoe keihard zijn uitspraak was. Ik heb de naam Edgar Bon nergens gevonden in een functionarissenlijst van de NKBV en concludeer daarom dat hij een lid is van de NKBV met niet meer verstand van zaken dan zijn eigen ervaring. In zijn stuk zegt hij dat hij vijf à zes buitensportvakanties heeft meegemaakt, wat mij te beperkt lijkt om algemene uitspraken te doen over het niveau van instructeurs op buitensportvakanties.

Dat NRC Handelsblad snel het prikbord van de NKBV heeft doorgelezen om te kijken wat de globale mening van de leden is, is wat mij betreft acceptabel, maar waarom wordt Edgar Bon aangehaald op een manier die suggereert dat hij staafbare uitlatingen doet? De heer Edgar Bon heeft trouwens naar aanleiding van NRC Handelsblad een reactie geplaatst op het prikbord van de NKBV, waarin hij aangeeft dat hij het niet eens is met de manier waarop hij geciteerd is. Dit kunt u vinden op: http://www.nkbv.nl/prikbord/algemeen?forum=28&thread=13096

Ik zou graag willen weten hoe u over dit onderwerp denkt en of het citeren van Prikbordschrijvers tot de normale gang van zaken bij NRC Handelsblad hoort.

Eelco de Vries, Groningen

Het betreffende artikel had als kop `Iedereen mag zich hier berggids noemen'. De eerste alinea ging zo: ,,In een paar van de reacties op de website van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging (NKBV) wordt de verantwoordelijkheid voor de tragedie in Spanje bij de groepsleden zelf gelegd. Ook al heb je een gids, staat er, je moet zelf de gevaren van bergsport kennen, en voor goede, warme kleding zorgen. Maar uit de meeste berichten spreekt verbazing over de beslissing van de gids om in zulk slecht weer met zo'n grote groep naar boven te gaan.'' Dan wordt Edgar Bon aangehaald die een nogal harde uitspraak doet. Het citaat wordt dus gebruikt als illustratie van wat er zoal op dat internetprikbord te lezen valt. Het is verder algemeen aanvaard dat journalisten van gedrukte media in openbare discussiegroepen op internet aan vrije nieuwsgaring mogen doen. Wat daar gebeurt is immers indicatief voor de stemming in bepaalde subgroepen van de samenleving. De journalist moet er wel rekening mee houden dat prikborden en chatsites vaak laagdrempelig zijn. Anders gezegd – er worden nogal wat primaire emoties uitgevent of provocerende stellingen betrokken die niet representatief hóeven zijn voor wat mensen vinden als ze er nog eens een nachtje over hebben geslapen. Of als inzenders geconfronteerd worden met de mogelijkheid dat hun mening in heuse drukletters in een echte krant zal verschijnen. Het is ook vaak niet duidelijk wie de inzenders zijn en of ze tot oordelen bevoegd zijn. Uit de reacties op die site sinds het verschijnen van het krantenartikel valt ook af te leiden dat veel inzenders helemaal niet in de gaten hebben dat ze zich in het publieke domein bevinden. Men voelt zich vaak onder ons. Dat er een krant meeleest en citaten verder doorgeeft vinden velen zelfs vreemd. Dat noopt allemaal tot een bredere aanpak, die hier ook is gevolgd. Een journalist van deze krant zal niet alleen nieuwssites bekijken maar ook altijd anderen bellen en mensen proberen op te zoeken. De krant stelt immers prijs op controleerbaarheid en een open vizier.

In grote lijnen heeft de krant met het citeren van de site (met alle beperkingen van dien) niets gedaan wat niet oirbaar is, op één punt na. We hebben ons bij het prikbordcitaat niet afgevraagd of Edgar Bon wel bestaat en ook zo heet. Dat had wel gemoeten. In het stijlboek staat bij het lemma `Internet, kun je het citeren': ,,Als je een bericht van een nieuwsgroep citeert, schrijft dat dan alleen toe aan de kennelijke afzender als je zeker weet dat die het heeft verzonden (checken). Schrijf anders: iemand schrijft onder de naam Pietje Puk, of iemand die zich Pietje Puk noemt schrijft,.. Veel mensen gebruiken in nieuwsgroepen namelijk een pseudoniem.'' Inmiddels hebben we het contact wel gelegd en (opgelucht) vastgesteld dat Bon bestaat. Met de schrik vrijgekomen, dus.