Brood met kaas

Maartje Duin leidt haar ouders door het land van de overconsumptie: de top van de Amerikaanse supermarkthiërarchie.

Als ik iets hier verschrikkelijk vind, is het overconsumptie. Maar heel vreemd: als ik bezoek uit Nederland krijg, sla ik om als een blad aan de boom. Opeens ontpop ik mij als een vurig pleitbezorgster van de consumptiemaatschappij. Op het militante af.

Dit keer moesten mijn ouders eraan geloven. Ik had een programma opgesteld dat hen in een moordend tempo moest introduceren tot de Californische keuken. Op dag 1 had ik ze meegenomen naar een Koreaans tofu-huis. Daarna gingen we wat drinken in een ouderwets Hollywoodcafé. Op dag 2 lunchten we met burrito's en dineerden we met Thaise barbecue. Cocktails toe. Op dag 3 wilde ik ze meenemen naar mijn favoriete sushibar. Toen gooiden mijn ouders hun kont tegen de krib.

,,Laten we vanavond nou eens gewoon een boterham met kaas smeren'', zei mijn moeder.

,,Eten we dat op het terras van het hotel op'', knikte mijn vader. ,,Zit hier ergens een supermarkt?''

,,Ja hoor'', zei ik.

Op de parkeerplaats van de Gelson's was het spitsuur. Gelson's is het hoogste wat je kunt bereiken in de Amerikaanse supermarkthiërarchie. Hun mission statement is dan ook `to make shopping anywhere else unacceptable for consumers who value quality products, cleanliness, convenience, and personal service'.

,,En dit is eigenlijk al onacceptabel'', zei ik, terwijl wij ons derde rondje reden op zoek naar een parkeerplaats. ,,Daarom hebben ze bij de Gelson's in Beverly Hills valet parking. Hoef je alleen je sleutel maar af te geven aan een mannetje in smoking. Gratis en voor niets.''

Even later betraden we een enorme hal met airconditioning, opgedeeld in zeker twintig schappenrijen, met delicatessenafdelingen aan weerszijden, een verse bakker, een rotisserie met geroosterd vlees en zo, een saladebar, een afdeling exotische groenten en fruit, een verse-visafdeling met voorverpakte sushi. Heel acceptabele muzak op heel acceptabele sterkte. Mijn vader was al snel verdwenen op zoek naar brood en kaas. Ondertussen leidde ik mijn moeder langs de twintig meter diepvriesproducten, tachtig soorten ontbijtgranen en langs de antibacteriële doekjes waarmee de Gelson's-klant het handvat van zijn winkelwagentje kan ontsmetten.

Verbijsterd keek ze om zich heen. ,,Het is toch allemaal niet nódig'', zei ze.

,,Nee'', antwoordde ik, ,,maar het is allemaal door mensen bedacht. Dat is het mooie eraan. Kijk'', vervolgde ik, ,,eieren in pak. Zonder eigeel, zonder cholesterol. Is het niet fantastisch? Je moet zo ook even de low-carb afdeling zien. Oh, en wat vind je hiervan?'' Ik greep een fles uit de koeling. ,,Fat free water!''

,,Het is... het is...'' stamelde mijn moeder.

,,Het is toch pure poëzie?'' zei ik.

Daar kwam mijn vader het gangpad oplopen. Hij had brood en kaas gevonden, maar vraag niet hoe. Franse kazen, gatenkazen, schimmelkazen, creamcheeses, tientallen per plakje verpakte Amerikaanse kazen, alles had hij gezien, behalve een gewoon stuk jong belegen kaas. Bij de broodafdeling, op zoek naar bruine boterhammen, was hij het spoor helemaal bijster geraakt. Met bagels en creamcheese eindigden we en famille bij de kassa. Ik wees op een rekje zwart-wit ansichtkaarten naast de betaalautomaat, afkomstig van de stichting `Food for All'. `Opdat niemand honger hoeft te lijden', stond er op de voorkant, onder een foto van een kindergezichtje dat blaakte van gezondheid. Je had ze in drie varianten. Die van één dollar was een blond jongetje. Die van drie dollar een Aziatisch meisje. Die van vijf dollar een zwart jongetje, ook zo'n drollige kleuter. Je kon de kaarten kopen en meteen weer bij de caissière inleveren voor de recycling.

,,Vind je het niet geweldig?'', joelde ik. ,,Moderne aflaten!''

,,Nou ja, aflaten, aflaten, dat maak jij ervan'', zei mijn moeder, terwijl mijn vader afrekende.

Ja, want dat is volgens mij de enige truc om in dit land te overleven. Je moet er niets van vinden. Je moet er iets van maken.