Blindedarmontsteking? Het kan ook een vetinfarct zijn

Bij patiënten met plotselinge erge buikpijn denkt men al snel aan een blindedarmontsteking. Maar het kan ook iets goedaardigs zijn: een vetinfarct. Radioloog Adriaan van Breda Vriesman van het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp schrijft in zijn proefschrift (waarop hij afgelopen dinsdag in Amsterdam promoveerde) dat zo'n vetinfarct, hoewel het weinig bekend is, vaak voorkomt. Van Breda Vriesman heeft vastgesteld dat het om een aandoening gaat die niet behandeld hoeft te worden: de klachten verdwijnen spontaan, in de regel binnen negen dagen.

Bij een vetinfarct zijn kleine vetaanhangsels, die overal aan de buitenzijde van de dikke darm voorkomen, om hun as gedraaid of geknikt en afgekneld en afgestorven door gebrek aan doorbloeding. Dat veroorzaakt plaatselijk een hevige buikpijn: appendagitis epiploica. Uiteindelijk gaat die vanzelf weer over. Het probleem is dat zo'n appendagitis epiploica gemakkelijk verward kan worden met andere aandoeningen. Als de pijn linksonder zit, lijkt het op een dikkedarmontsteking, rechtsonder op een blindedarmontsteking en rechtsboven op een galblaasaandoening. Een chirurg denkt vanzelfsprekend eerst aan dingen die het vaakst voorkomen en het ernstigst zijn; aan een blindedarmontsteking moet hij meteen iets doen. Vroeger bleek dan pas bij de operatie dat het ging om een vetinfarct. Was dat toen een toevalsbevinding, nu is zo'n infarct met de echo en de CT-scan van te voren op te sporen.

In het Medisch Centrum Haaglanden, lokatie Westeinde, wordt al geruime tijd bij alle patiënten met acute buikpijn een echo gemaakt. Dat zijn er jaarlijks zo'n 1500. Van Breda Vriesman heeft achteraf de medische dossiers van alle patiënten met acute buikpijn in de periode van 1988 tot en met 2001 doorzocht op patiënten met appendagitis epiploica. In totaal vond hij over die 13 jaren 49 patiënten bij wie de diagnose echografisch was gesteld en met de CT-scan bevestigd. Zonder echografisch onderzoek zou een groot deel van die mensen in het ziekenhuis zijn opgenomen en mogelijk zelfs voor niets zijn geopereerd.

Het is niet in alle ziekenhuizen gebruikelijk om bij iedere patiënt met een plotseling opgekomen ernstige buikpijn een echo te doen. Sommige artsen beperken het beeldvormende onderzoek tot de onduidelijke gevallen.

De door Van Breda Vriesman onderzochte groep patiënten met appendagitis epiploica bestond uit 38 mannen en 11 vrouwen. De aandoening komt vooral voor bij mannen rond 40 jaar. De oorzaak is niet helemaal duidelijk. Er is wel geopperd dat het vaker voorkomt als je stevig beweegt na een flinke maaltijd. Of dat het meer gebeurt bij vrouwen na de zwangerschap omdat er dan opeens heel veel ruimte in de buikholte is. Maar van Van Breda Vriesmans patiënten wist niemand een reden te noemen. Bij dikke mensen komt het iets vaker voor, misschien omdat bij hen de vetkwabjes wat groter zijn.

Van Breda Vriesman heeft aan de hand van de medische dossiers het klinische beeld en het natuurlijk beloop van het vetinfarct onderzocht. De patiënten waren allemaal voor een echografie verwezen omdat ze al een paar dagen last hadden van ernstige buikpijn. Uit de dossiers bleek dat in eerste instantie bij vrijwel iedereen een foutieve diagnose was gesteld.