`Beperk de scholen in betere buurten'

In plaats van de oprichting van zwarte scholen te frustreren werpt onderwijswethouder Pierre Heijnen liever een drempel op tegen nieuwe witte scholen in Den Haag.

PIERRE HEIJNEN, wethouder onderwijs in Den Haag, wil artikel 23 van de Grondwet aanpassen. Aan de vrijheid van ouders om een school te kiezen voor hun kinderen wil hij niet tornen. Maar de vrijheid van ouders om een school te stichten moet uit de Grondwet, vindt hij.

``Die vrijheid is een anachronisme waar we vanaf moeten. Het stichten van scholen moet veel moeilijker worden. We doen veel te makkelijk over het stichten, krimpen en sluiten van scholen. Pure kapitaalvernietiging is het. De minister die zomaar zegt dat ze slecht presterende scholen wil sluiten, onzin. Onderwijs is een hoogwaardige, dienstverlenende industrie en dat botst met artikel 23. In alle andere sectoren van de samenleving, ook in het wetenschappelijk en beroepsonderwijs, hebben we de verzuiling achter ons gelaten. Alleen in het primair onderwijs houden we er aan vast en sticht elke denominatie z'n eigen school. Het is hoog tijd om ook het basisonderwijs te professionaliseren.''

Heijnen, geboren (1953) en getogen in Den Haag, noemt zichzelf een `moderne sociaal-democraat'. Bijna tien jaar lang was hij fractievoorzitter van de PvdA in de Haagse gemeenteraad, sinds 1998 is hij wethouder Onderwijs, Sociale Zaken en Werkgelegenheidsbevordering en Integratie. Met het eerste en laatste deel van zijn portefeuille haalt hij geregeld de krant, in een bericht of met een opiniestuk. Meest recent gebeurde dat door het Haagse besluit om de term `allochtoon' te schrappen en indien nodig te vervangen door bijvoorbeeld `Turkse Hagenaar'. Het initiatief van een partijgenoot werd door Heijnen meteen omarmd. ``Niet zozeer omdat het woord allochtoon discriminerend is, maar omdat het de diversiteit ontkent. We hebben hier zoveel verschillende mensen van buitenlandse komaf, we moeten specifieker zijn.''

Is met de verdwijning van het woord allochtoon ook de etnische segregatie in het onderwijs geen probleem meer?

``Segregatie in het onderwijs is er altijd geweest. Ouders die sociaal wilden stijgen, hebben hun kinderen altijd naar scholen in een betere buurt gebracht. In sociaal-economisch opzicht is Den Haag de meest gesegregeerde stad van Nederland. We hebben een strikte scheiding tussen het veen en het zand, de mindere en de betere buurten. Die segregatie heeft nu een kleur gekregen, met name omdat de autochtone bevolking kiest voor een school buiten de eigen wijk. Een gewoonte die nu snel wordt overgenomen door de allochtone middenklasse. Op zich vind ik die segregatie niet zo heel erg, maar als stadsbestuur moet je voorkomen dat er op termijn parallelle samenlevingen ontstaan.''

Wat kunt u doen om dat te voorkomen?

``Het is lastig, want we willen niet tornen aan de vrije schoolkeuze van ouders. Wat we kunnen doen is drempels opwerpen. Bijvoorbeeld door het beperken van de schoolcapaciteit op het zand, de betere buurten. Gelukkig is een nieuwe school neerzetten in die buurten sowieso heel lastig, want het regent daar bezwaarprocedures. Maar we willen ook een eis gaan stellen aan nieuwbouw: nieuwe huisvesting is alleen toegestaan als meer dan zeventig procent van de verwachte leerlingen uit de eigen wijk komt. Ik ben hierover in gesprek met de schoolbesturen.''

Autochtone leerlingen `vluchten' niet alleen naar betere buurten, maar ook naar buurgemeenten, zeker in het voortgezet onderwijs.

``Klopt, maar daar hebben we een geografisch voordeel. In het westen hebben we de zee, en het Westland en Wassenaar zijn te anders om aantrekkelijk te zijn voor Haagse leerlingen. Alleen de oostkant blijft over, met Voorburg, Rijswijk, Leidschendam. Met hen hebben we in een regionaal arrangement afspraken gemaakt over het maximum aantal vmbo-leerlingen. Die wettelijke regeling geldt echter alleen voor het vmbo, niet voor havo en vwo. Ik vind dat een tekortkoming van de landelijke politiek. Ik heb geen instrument om scholen te verbieden om te groeien. Daarom hebben havo en vwo-scholen in de binnenstad grote moeite om leerlingen te blijven trekken. Wij moeten die scholen helpen om overeind te blijven.''

U probeert nieuwe witte scholen te voorkomen. Het kabinet wil juist nieuwe zwarte scholen voorkomen door te eisen dat nieuwe scholen maximaal tachtig procent achterstandsleerlingen mogen hebben.

``Een zinloze maatregel, jezuïtisch in z'n dubbelzinnigheid. Ze willen islamitische scholen voorkomen, maar durven dat niet te zeggen. Maak een keuze: stop islamitische scholen, of stop de cumulatie van achterstandsleerlingen. Deze eis is makkelijk te omzeilen, het is heel simpel om net onder die tachtig procent te duiken als nieuwe school. Van der Hoeven is gezwicht voor de VVD, ik kan dit niet anders verklaren. Ik vertrouw er op dat de Tweede Kamer gehakt zal maken van deze plannen.''

Als het gaat om het bestrijden van taal- en leerachterstand bij met name allochtone leerlingen, ziet Heijnen weinig heil in de kabinetsplannen. Binnenkort komt minister Van der Hoeven met een voorstel om de gewichtenregeling, die scholen met leerlingen met laag opgeleide allochtone ouders een dubbele rijksbijdrage bezorgt, aan te passen. Van der Hoeven wil de achterstand van kleuters niet langer veronderstellen aan de hand van etniciteit, maar meten door middel van een omstreden `kleutertoets'. Heijnen: ``Er is geen enkel draagvlak op de scholen voor die toets, het kan nooit een grondslag zijn voor bekostiging. Als het land van herkomst verdwijnt als criterium, zullen zwarte scholen minder geld krijgen. Dat wordt een dubbele slag, bovenop de 100 miljoen die landelijk wordt bezuinigd op achterstandsbeleid.''

Heijnen heeft een ander voorstel om achterstand te bestrijden. ``Ik ben voorstander van een partiële leerplicht vanaf 2,5 jaar voor kinderen die daar baat bij hebben. Vier dagdelen per week verplicht naar de voorschool om taalachterstand weg te werken en sociale vaardigheden te leren. Op grond van drie criteria kun je peuters hiervoor selecteren: opleidingsniveau van de ouders, de taal die thuis wordt gesproken en het oordeel van medewerkers van het consultatiebureau. Nu gaan kinderen op sociale indicatie naar de kinderopvang, waarom zou dat niet kunnen voor de voorschool?''

``Juist de kinderen die het niet nodig hebben, uit de sociaal-economische sterke groepen, gaan naar de kinderopvang. In zwakkere groepen, en die heb je in alle kleuren, wordt spelen vaak minder belangrijk gevonden. Dat kun je de kinderen leren op de voorschool. Ik snap niet waarom de overheid streeft naar vijftig procent van de doelgroep naar de voorschool. Waarom niet honderd procent? Mijn voorstel voor zo'n vroege leerplicht is nu opgenomen in het Integratierapport van de PvdA, kennelijk begint het aan te slaan.''

Ook oudere leerlingen zou Heijnen graag wat extra bagage meegeven. Een van de dingen die hij heeft geleerd van de schietpartij op het Haagse Terra College, zegt hij, is dat leraren in het voortgezet onderwijs zich bewuster moeten worden van hun opvoedende taak. ``Op de basisschool is die opvoedende taak evident, op de middelbare school veel minder omdat de nadruk daar ligt op kennisoverdracht. Maar als de ouders falen, neemt de straat de opvoeding over. De school zou dat moeten compenseren. En dan denk ik niet aan de abstracte normen en waarden-discussie van Balkenende, maar aan praktisch normbesef dat moet worden bijgebracht. Daar kunnen we meteen mee aan de slag: hoe gaan we met elkaar om op school?''

Dit is het vierde deel in een serie interviews met onderwijswethouders.