Bank winkelt niet

Op 14 april 2004 vroeg ik mijn bank of het verstandig is om mijn hypotheek (6,7 procent tot juli 2004) om te zetten naar een lagere rente. Dezelfde vraag stelde ik in februari 2003. Toen bedroeg de boeterente ongeveer 13.000 euro. Vandaag moet ik 22.000 euro boeterente betalen. De bank geeft de huidige lagere rente de schuld. Maar een lagere nominale rente zegt niets over de reële rente die de bank ontvangt. Immers, vorig jaar was de inflatie hoger dan dit jaar. Een voorbeeld: hypotheekrente (nominaal) 6,7 procent bij 3 procent inflatie levert een reële rente van 3,7 procent voor de bank. Daalt de inflatie naar 1,8 procent (Europa 18 april 2004), dan resulteert een reële rente van liefst 4,9 procent. Het lijkt alsof de boeterente een soort speculatiewinst is van de bank. Kortom, waarom moet ik (meer) boeterente betalen wanneer de reële rente voor de bank min of meer constant blijft, bij een dalende nominale rente en een dalende inflatie?

(J. Z.)

Het is verstandig dat u nadenkt over uw financiële zaken en dan ook nog eens met een originele, interessante benadering komt. Maar inflatie, koopkracht en reële rente, zoals u het benadert, is meer gericht op burgers. Zo doet de bank geen boodschappen in de supermarkt en heeft weinig te maken met de prijsinflatie van de standaard bestedingen van een huishouden. De bank rekent wel met bijvoorbeeld de looninflatie en de hoogte van de pensioenpremies. De bank rekent niet met reële rente bij het oversluiten van een hypotheek. Dat is logisch, want u leende destijds voor een samen afgesproken periode tegen 6,7 procent en wilt dat contract nu verbreken om daarna bij de bank goedkoper te lenen. Daarmee benadeelt u de bank, die daarom een boete berekent, afhankelijk van onder meer het nadelige renteverschil.

Adriaan Hiele beantwoordt ook vragen op de website www.nrc.nl/hiele