Actie op zijn Tarantino's

Hoeveel regisseurs zijn er die het festivalpubliek van Cannes aan het lachen kunnen krijgen door een man een inktvis levend te laten opeten, terwijl de tentakels houvast zoeken op zijn gezicht??

Zou dit hem zijn? De film waar juryvoorzitter Quentin Tarantino op heeft zitten wachten? Hij had van tevoren al gezegd dat hij de Koreaan Park Chan-wook als een van de beste actieregisseurs van dit moment beschouwt en diens Old Boy is helemaal actie op zijn Tarantino's. Hoeveel regisseurs zijn er die het deftige festivalpubliek van Cannes aan het lachen kunnen krijgen door een man een inktvis levend te laten opeten, terwijl de tentakels houvast zoeken op zijn gezicht? Of door iemand met een klauwhamer zijn tanden te laten uitrukken?

De apostel van de Nouvelle Violence zal er met veel plezier naar hebben gekeken. Esthetisch is-ie zeker, Old Boy. Park kan een lift naar beneden laten zoeven dat je het in je buik voelt. Hij beheerst digitale manipulatie, het gezicht van een vrouw dat overgaat in een metro waar zij zit te huilen en denkt dat ze een reusachtige mier ziet. Het enige waar het de film aan ontbreekt, maar dan ook totaal, is gevoel. Old Boy gaat over de obsessie van een man die wordt ontvoerd zonder te begrijpen waarom, vijftien jaar in een kamer opgesloten zit en, vrij, op zoek gaat naar zijn onbekende kwelgeest. Hij ontmoet ook een vrouw op wie hij verliefd wordt. Dat zijn geen kinderachtige emoties, maar Old Boy is louter plotgepuzzel en actie – actie óm de actie.

Een vergelijking met Emir Kusturica dringt zich op. De films van de Serviër tieren. De gebaren van de acteurs, de schettermuziek die hen omringt, het beestenspul, de uitzinnige karretjes, alles overdondert het publiek en niet iedereen is daarvan gediend. Na tien minuten van de persvoorstelling van Life is a Miracle begonnen de eerste journalisten weg te lopen en de komende tweeënhalf uur bleef een voortdurend stroompje richting uitgang kabbelen.

Is het zo moeilijk om achter het geraas van Kusturica het gevoel te ontwaren? Kennelijk. Toch is Life is a Miracle een werkelijk roerende film. Niet omdat iemand een kuiken uit zijn ei ziet kruipen en zegt: ,,Aah, het wonder van het leven.'' Niet omdat er een Romeo en een Julia in de Joegoslavische secessie-oorlog tot leven komen, of omdat die zo ontzettend aardig en menselijk zijn dat je hoopt dat die hele oorlog ophoepelt, net zoals zijzelf dat hopen. Het gevoelige van Kusturica zit in zijn vermogen om een wereld vol details op te roepen die ook buiten het filmdoek lijkt te bestaan. Je ziet dat wat hij filmt zich zo voor zijn camera heeft afgespeeld. Ook als het geen getrouwe weergave is van een feitelijke gebeurtenis uit die oorlog, dan is het in ieder geval een getrouwe weergave van Kusturica's enscenering daarvan – en dat zie je zelden in de bioscoop.

In een kregelige persconferentie zei Kusturica dat hij bigger than life wil filmen – Hollywood jaren '50 en '60, zei hij erbij – en dat het hem opvalt dat de films van nu zo'n schrale afspiegeling van het rijke leven zijn. ,,Ze volgen alleen nog maar de wensen van de markt.'' Een beetje achteraf stond producent Matthijs van Heijningen heftig mee te knikken. ,,Dat geldt helemaal voor Nederland'', zei hij.