Zoiets als de blues

De Afrikaans-Amerikaanse schrijfster Toni Morrison verrijkt de politiek-correcte lezing van de geschiedenis met schetsen uit de werkelijkheid. ,,Strijd voeren, ik weet niet hoe je dat doet.''

Toni Morrison is nu 73. Zij heeft een Nobelprijs en een Pulitzer, acht romans, enige bundels essays, een musical, een liedcyclus en een operalibretto op haar naam. Zij heeft miljoenen boeken verkocht en wordt gezien als de grande dame van de Afrikaans-Amerikaanse literatuur. Mag zij een beetje diva zijn?

Het gesprek was redelijk verlopen, leek het. Zij had geantwoord op de gestelde vragen, had soms de korte snurklach geproduceerd waar zij het auteursrecht op heeft, een mengsel van amusement en laten-we-het-kort-houden. En toen wilde ik toch iets vragen over de verhouding tussen schrijverschap en activisme. Bent u deel van de strijd voor gelijke rechten of louter waarnemer, probeerde ik.

Fout. Haar ogen draaien een fractie van een seconde weg. ,,Ach, alles wat ik kan is schrijven.'' Hmmm. Eerder gehoord. Het is duidelijk dat zij opeens helemaal geen zin meer heeft. Morrison verlegt de dik geweven, zandgrijze dreadlocks in haar nek en begint aanstalten te maken haar werkkamer met glorieus uitzicht over Princeton, waar zij hoogleraar is, te verlaten. Als toegift voegt zij toe: ,,Strijd voeren, ik weet niet hoe je dat doet. Ik ben geen meedoener. Het risico is groot dat ik niet kom opdagen. De strijd is voor mij heel belangrijk, maar ik ben politiek onbetrouwbaar. Anders had ik dat eerste boek niet geschreven.''

Het is een opname met flitslicht van Toni Morrison: complex, veeleisend, kwetsbaar ten aanzien van haar diepere bedoelingen. Minachting voor de vraag veinzen, en dan toch antwoorden en afsluiten met een zelfrelativerende verwijzing naar The Bluest Eye (1970). In dat eerste boek, waarvoor zij de eerste aanzet schreef toen zij doceerde op Howard, de zwarte universiteit in Washington DC, beschrijft zij het lot van een zwart meisje dat blank en blauwogig wil zijn. Zo droomden veel zwarte meisjes, wist ze, maar het was in strijd met de heersende `black is beautiful'-leer, in die dagen verkondigd door The Black Panthers en schrijvers als Eldridge Cleaver.

Eerder in het gesprek had Morrison verteld waar zij de moed vandaan had gehaald om te gaan schrijven. ,,Ik hunkerde naar verhalen die er niet waren.''

Had u een voorbeeld of een rolmodel?

,,Nee, het belang van rolmodellen wordt trouwens sterk overdreven. Ik ben altijd een goede lezer geweest, vanaf dat ik drie jaar oud was. In de jaren zestig was iedereen erg opgewonden over alle opwindende `black power'-slogans, maar ik was er een beetje moe van. Ik wilde lezen over het leven van zwarte meisjes voordat `black is beautiful' verplicht was. Niemand had daar enig benul van. Ik weet wel dat men die slogan nodig had juist vanwege de heersende minachting, maar ik dacht: eerst maar eens een verhaal vertellen over hoe het echt was. De heersende stilte zette me aan dat boek te schrijven, de afwezigheid van dat verhaal, het was proza dat nooit geschreven zou worden. De jonge vrouwen die ik kende zouden het graag willen lezen, dacht ik.''

Veel zwarte meisjes hadden vroeger een blanke pop.

,,Ik ook, er waren geen andere.''

Zou u nu, 34 jaar later, dat boek nog willen schrijven?

,,Het hoeft niet meer. Meisjes doen zichzelf van alles aan, niet alleen zwarte, zij snijden zich in hun eigen lichaam, kleden zich als prostituees, maar dat is van alle rassen.''

Zwarte meisjes willen geen blauwe ogen meer, dat is toch een overwinning?

,,Zeker, op dat niveau bestaat de pijn van het racisme niet meer. Er is wel andere pijn, van vrouwen die zich verplicht voelen om mooi te zijn. Er zijn vrouwen die het zich nog herinneren wat het was om een zwart meisje te zijn, en niet geaccepteerd te zijn. Nu heb je hordes meisjes die zich even sterk buitenstaander voelen omdat zij veel te zwaar zijn, of hun neus of hun borsten willen laten verbouwen. Het heeft niets met rassen te maken, maar het geeft wel een gevoel van ballingschap dat wij herkennen.''

De snurklach klinkt, als een cynisch leesteken. ,,Met The Bluest Eye trok ik het gordijn weg voor een kwetsbaar, zwart meisje dat nooit een plaats in de literatuur had gehad, of was beschreven als volstrekt onbelangrijk, een exotisch detail. Nu nam ik haar voor het eerst serieus.''

Toni Morrison was 34 toen zij op straat stond, moeder van een zoontje en zwanger van de tweede. Haar huwelijk met de architect Harold Morrison was na zes jaar ten einde. Ze had een aanzienlijke intellectuele ontwikkeling doorgemaakt, maar moest een gezin onderhouden. Ze keerde kort terug naar het stadje Lorain, Ohio, waar ze als Chloe Wofford was opgegroeid, en vond werk bij de uitgeverij Random House, eerst bij de educatieve afdeling in Syracuse, New York, anderhalf jaar later in New York City als `senior editor' voor een reeks bekende en minder bekende zwarte auteurs. Sinds 1983 zet ze `schrijver' achter `beroep' op haar belastingaangifte en leeft zij van haar boeken.

Toni Morrison schreef dat eerste boek met de jongetjes om zich heen, denkend aan die talloze door de literatuur vergeten zwarte meisjes. Dezer dagen denkt zij opnieuw aan hen. Naar aanleiding van de herdenking aanstaande maandag van de Supreme Court-uitspraak die segregatie in het onderwijs verbood (`Brown versus Board of Education') heeft Morrison een fotoboek geredigeerd: Remember, The Journey to School Integration (uitg. Houghton Mifflin). Daarin wijst ze op de moed van die naamloze kinderen die onder politiebegeleiding naar school moesten.

,,Landen herdenken meestal oorlogen, waarin mensen flink waren en een bezetter of onderdrukker verdreven'', zegt Morrison. ,,Wij herdenken nu een revolutie met betrekkelijk weinig bloedvergieten. Er was geweld, er zijn mensen opgesloten, maar alles bij elkaar was de `civil rights movement' (burgerrechtenbeweging) bijzonder `civil' (beschaafd), zorgvuldig en precies over wat er op het spel stond. Die beweging is een van de meest edele, rijpe en ver reikende in de recente geschiedenis geweest. Maar die grootsheid dreigt te worden miskend. In schoolboeken wordt die periode slechts in het voorbijgaan genoemd.''

Morrison kreeg de vrije hand van de uitgever om foto's te kiezen en er teksten bij te verzinnen. Zij hoopt het realiteitsgehalte voor de jongens en meisjes van nu te verhogen door persoonlijker en intiemer te schrijven. ,,Er waren doodenge momenten bij. Je ziet in het boek foto's van volwassenen, blanke moeders, die schreeuwen en krijsen tegen zwarte meisjes. Die kinderen moesten denken: `Ik ben zo ongewenst dat mijn aanwezigheid hier door soldaten moet worden beschermd. Misschien ben ik ook wel niets waard.' Dat is nogal wat om te verwerken voor kinderen van acht jaar. Er werden ook bussen omvergegooid en in brand gestoken, het was verbijsterend. En veel blanke ouders haalden hun kinderen van de scholen waar zwarte kinderen nu naar toe gingen. Ik was als moeder ook in staat tot belachelijke dingen, maar ik kan me niet indenken dat je andere kinderen zo krenkt.''

Wat is er in de tussenliggende vijftig jaar bereikt?

,,In Love heb ik getracht daar een zorgvuldig en meer complex antwoord op te geven.''

In Love, de jongste roman van Morrison, beschrijft ze een zwart uitgaanscentrum aan de Atlantische kust dat na de afschaffing van het racisme zijn vaste klandizie verliest en daarmee zijn bestaansrecht. Na het overlijden van de handige, dwingende, charmante zwarte uitbater strijdt een kleurrijk gezelschap vrouwen-uit-zijn-leven om de morele en materiële nalatenschap. De implosie van die harem kan worden gelezen als symbool van de keerzijden van het post-apartheids-Amerika. Daarmee heeft Morrison opnieuw de politiek-correcte lezing van de geschiedenis verrijkt met schetsen uit de werkelijkheid.

Morrison: ,,In het fotoboek probeer ik aan te geven hoe opwindend en angstaanjagend die dagen waren. Opwindend omdat mensen uit alle lagen van de bevolking samenwerkten om een eind te maken aan de apartheid, althans op school.''

Het lijkt alsof in veel streken en steden resegregatie heeft plaatsgevonden. Witte ouders doen hun kinderen naar particuliere scholen en zwarte kinderen hebben op de openbare scholen het rijk alleen.

,,Een van de problemen die ik behandel in de roman is dat de afschaffing van de rassenscheiding op allerlei plaatsen niet zo erg goede scholen heeft voortgebracht. De juristen die destijds die roemruchte zaak-Brown wonnen hadden op eersteklas zwarte `colleges' gestudeerd. Zij waren hard, slim, veeleisend en zij hadden de best denkbare opleiding. Hun professionele leven verliep na die zaak van hun leven niet altijd even soepel. Anders dan hun blanke collega's van gelijk niveau hadden zij geen automatisch klantenbestand in het bedrijfsleven.

,,Het leek alsof de strijd neerkwam op `integratie', maar daar heb je niets aan zonder `even goed onderwijs'. Op dat gebied is er nog heel wat werk te verzetten. In allerlei stadjes in het zuiden is veel te weinig geld beschikbaar voor het openbaar onderwijs. Ik groeide op in een arbeidersstadje in Ohio, waar allerlei soorten mensen door elkaar woonden. Wij hadden geen geld om onszelf te segregeren. Wij hadden één middelbare school''.

Toni Morrison woonde nooit in een zwarte buurt. Haar vader was een lasser bij US Steel. De buren in Lorain, Ohio, waren immigranten uit Midden-Europa en andere zwarten afkomstig uit het gesegregeerde zuiden. ,,Je woonde daar naast de loodgieter, de dokter en de dominee'', vertelt ze. Dat was het ideaal, maar desondanks zegt ze: ,,Resegregatie van scholen is niet zo erg als er maar een vrije keus is te gaan naar de school waar je je thuis voelt. En zolang scholen de middelen hebben om goed te zijn in wat zij doen.''

Misschien stelde de ervaring met een samenleving waarin mensen van alle rassen door elkaar heen wonen Amerika's belangrijkste schrijfster wel in staat over Afrikaanse Amerikanen te schrijven zonder gevoelens van wraak of schuldvereffening. Het heeft haar een scherp oog en oor gegeven voor het alledaagse racisme dat in veel Amerikaanse literatuur verborgen zat. In een serie lezingen, gebundeld als Playing in the Dark whiteness and the literary imagination (1992), analyseert zij de impliciete rol van ras in het werk van schrijvers als Willa Cather, Hemingway, Poe en Melville.

Zou zo'n controle in 2004 nog nodig zijn?

,,Dat boek bevatte drie uit een serie van twaalf lezingen. Ik ga van Faulkner tot en met Bellow. Geen latere schrijvers want niemand schrijft meer zo. Een blanke schrijver kan er nu van uitgaan misschien doet-ie dat wel niet dat ik zijn boek lees. Het zal op z'n minst door hem heengegaan zijn. Intelligente mensen denken in ieder geval niet meer dat exploitatie [van de zwarte medemens] onvermijdelijk en natuurlijk is, en dat zij daar aanspraak op mogen maken. Zoals men in de witte literatuur deed. Of zij het nu prettig vonden of niet, het stond hun ter beschikking. Toen ik begon te schrijven was zoiets niet beschikbaar. Ik kon er niet van uitgaan dat een heel volksdeel niet echt mens was.

,,Melville worstelde ermee. Ook bij anderen zag je verdraaiingen. Men probeerde dingen te zeggen. Die werden overigens niet opgemerkt. Intussen zijn we zo ver gekomen dat blanken met zelfvertrouwen over zwarte personen schrijven; en zwarte schrijvers wagen zich aan witte personages met evenveel zekerheid. Er zijn hele nieuwe terreinen opengelegd. Ik zou Playing in the Dark nu niet meer schrijven.''

Toen Saul Bellow Mr. Sammler's Planet had gepubliceerd (1971) legde ik de recensies aan hem voor die schreven dat het een racistisch boek was.

,,Dat is het ook. Niet in formele zin. Maar het gebruik dat hij maakt van de zwarte man, de dief, is geschilderd op canvas van raciale stereotypen. Hij is de boef, de demon, degeen die je in de gaten moet houden. Dat werkt omdat hij zwart is en niemand zijn motieven onderzoekt in het boek''.

Bellow was destijds zo boos op die kritiek, dat hij zijn hoed opzette, elegant scheef, en me met de Volvo naar het zuiden van Chicago reed om in een café te laten zien dat de daar aanwezige zwarten niets tegen hem hadden.

Morrison, met het verdriet van eeuwen onrecht in haar stem: ,,Dat doen ze altijd. Dat doen ze altijd! Hij nam je mee naar de slechtste buurt van de stad, niet naar een middle class-wijk. Hij troonde je mee naar het stereotypische dorp van de arme zwarten. Vervolgens liep hij cafés binnen, wetend en als hij het niet wist hád hij het moeten weten dat een overheersende eigenschap van zwarte mensen hun generositeit is. Ze bedwelmen je ermee. Het zijn de meest warme, gastvrije mensen die je ooit bent tegengekomen. Hij kon je zonder risico manipuleren. Zij lezen zijn boeken niet, dus toen die nette, blanke heer binnenkwam, reageerden zij hartelijk.''

Is Bellow meeveranderd?

,,Ik denk het niet. Hoewel, ik weet het niet zeker. Ik heb geen agenda. Behalve nagaan welke metaforen schrijvers gebruiken voor zwarten en anderen. Sommigen doen het behendig, prachtig. Anderen niet, die lossen het plomp op.''

U heeft geschreven dat u geen feministische of andere istische boeken schrijft. U legt zich, naast uw romans, wel toe op dit soort zuiverheidstesten van andere literatuur. Houdt u het werk van die twee hersenhelften gescheiden?

,,Als ik doceer schrijf ik niet. Als ik schrijf kan ik geen les geven. Ik zeg in mijn onderwijs overigens niet wie gelijk heeft. Als ik schrijf probeer ik de analyse zo open en elegant mogelijk te maken. Ik heb bijna nooit antwoorden. Een happy ending is voor mij wanneer een van mijn personages iets weet dat hij in het begin nog niet wist toen hij begon te bewegen in het boek. Ik noem dat epiphanie.'' De snurklach klinkt even.

Hoe groeien de personages in uw boeken?

,,Ik begin over het algemeen niet met de mensen. Ik begin meestal met een vraag of een idee. Dat laat ik groeien. Soms komt er een tijd niets uit. Meestal komt er wel een karakter tevoorschijn. Er gaan over het algemeen jaren overheen voordat het wat wordt. Het snelste boek dat ik heb geschreven, Tar Baby, kostte drie jaar. Het gemiddelde is vijf jaar. Ik hoop van de zomer weer aan een nieuw boek te beginnen.''

De levens die u beschrijft zijn vaak zonder veel hoop. Ontroeren uw personages u?

,,Ik vind het interessante levens. Ik schrijf over ze omdat zij het moeilijk hebben. Ik hou van deze mensen. Ik voel nooit medelijden. Wat ze vertellen ontroert me, maar ik laat geen traan om wat hun overkomt. Zelfs als ze het niet redden. Het blijft zoiets als de blues. U noemt het hopeloos. Dat klopt maar ten dele. Ze zijn zo vitaal. Ze leven hun leven met zoveel moed en energie, zoveel kracht, en in veel gevallen met zoveel stijl. Die houding: alles ontbreekt, behalve stijl. Dat zegt me meer dan die sentimentele Amerikaanse verhalen waarin je wint en het meeste speelgoed krijgt als je het goede doet. Ik bewonder de manier waarop deze vrouwen vochten. Het gaat verder dan ontroerd zijn. Hoe slecht sommigen zich ook gedragen, ik zou ze in mijn armen willen sluiten. Zo triomferend en goed als anderen zijn, ik zou ze wel es een tik willen geven.''

`Love' is vertaald door Geert Jan de Vries. `Liefde' is deze week verschenen bij Uitg. Bert Bakker. €16,95. ISBN 9035126068

`Beminde' is als pocket verkrijgbaar, €8,-.

    • Marc Chavannes