Weer een Gandhi

India verraste het buitenland, en misschien ook zichzelf, door premier Vajpayee en zijn regerende hindoe-partij BJP bij de parlementsverkiezingen naar huis te sturen. Stembuswinnaar werd de Congrespartij van Sonia Gandhi, telg uit de Nehru-Gandhi dynastie. Vajpayee stuwde de afgelopen zes jaar delen van het land op met geslaagde economische hervormingen, die rustten op India's grote kracht: intelligente werknemers tegen lage lonen hoogwaardige arbeid laten verrichten. Onder Vajpayee kreeg India het imago van een zich ontwikkelende high tech-natie. De groei was indrukwekkend, maar betekende weinig voor de massa's op het platteland. Daar veranderde nagenoeg niets – en op die stilstand in armoede is de BJP nu afgerekend.

Mevrouw Gandhi zal de visie van haar voorganger op de economie moeten koesteren zonder diens fout te maken de welvaartsgroei voorbestemd te houden aan een happy few van software-ontwikkelaars. Ze erft nog enkele uitdagingen. Allereerst zal ze de broze relatie tussen haar land en Pakistan in de richting van een duurzame vrede moeten ontwikkelen. India en Pakistan, beide nucleaire machten, zijn elkaars erfvijanden. Sinds Pakistan zich in 1947 van India afscheidde, voerden ze driemaal oorlog met elkaar. Nog maar twee jaar geleden laaiden de gemoederen weer hoog op; bij een vierde treffen kan het gebruik van atoomraketten niet worden uitgesloten. Ook dat is een onderwerp voor de nieuwe premier: hoe een nucleaire oorlog te voorkomen? En omdat de spanningen tussen beide landen steeds Kashmir als inzet hebben, dient zich hier het hoofdvraagstuk aan: is een oplossing voor deze betwiste deelstaat mogelijk?

Kashmir is de enige Indiase deelstaat waar moslims in de meerderheid zijn. Het islamitische Pakistan maakt er al meer dan een halve eeuw aanspraak op, maar India heeft nimmer een vierkante meter grond van zijn deel afgestaan. Aan de nieuwe regering de taak dit schier onoplosbare vraagstuk in samenspraak met de Pakistaanse machtshebbers met de nodige omzichtigheid aan te pakken. Eén fout woord, een enkele miscalculatie kan de vlam in de pan doen slaan. In Kashmir en Pakistan zijn genoeg moslimextremisten die maar al te graag een oorlog met India willen provoceren; in India ligt extreem (hindoe) nationalisme op de loer. Twee elkaar onvriendelijk gezinde atoommachten in een regio die geplaagd wordt door religieus-etnische conflicten – voor de politieke leiders is dat koorddansen zonder vangnet.

De Indiase verkiezingsuitslag overrompelt wellicht velen. Maar het mooie ervan is dat de stembus precies dàt opleverde wat iedereen hoopte die het subcontinent een warm hart toedraagt: een bevestiging van de levenskracht van 's werelds grootste democratie. Dat een electoraat van honderden miljoenen in relatieve rust kan gaan stemmen in een land van duizend-en-één problemen, mag nog steeds een wonder heten. De volmacht die de kiezers nu aan de Congrespartij hebben geschonken, schept kolossale verplichtingen. De partij is sinds het van kracht worden van de Indiase Onafhankelijkheidswet in augustus 1947 decennialang aan de macht geweest. Ze liep uiteindelijk vast in corruptie en bureaucratie. Of de Congrespartij al weer aan regeren toe is, hangt af van de daadkracht en het politieke vernuft van de gedoodverfde nieuwe premier: Sonia Gandhi.