Van zedenmeester tot hartsvriendin

In het Persmuseum in Amsterdam is een tentoonstelling over de geschiedenis van het Nederlandse vrouwentijdschrift. Een onverzadigbare markt, mede dankzij de vele mannelijke lezers.

De glorieuze opmars van het vrouwentijdschrift tot de talloze glanzende magazines van nu begon in de negentiende eeuw op grauw papier. Deze oude bladen waren sober geïllustreerd en bevatten artikelen die vooral een moralistische toon hadden. Veel bijdragen gingen over handwerk, borduren, mode en geloof. Vrouwen van toen mochten nooit een ogenblik in ledigheid doorbrengen, altijd werken en het gezin onderhouden.

Vrouwenbladen zijn er al zeker twee eeuwen. En deze uitgaven, `geheel aan de vrouwelijke kunne toegewijd', zoals het in de achttiende eeuw heette, werden lang niet alleen door vrouwen gelezen. Mannen waren even trouwe als misschien ook nieuwsgierige lezers ervan. Dit jaar viert Libelle, naast Margriet het bekendste vrouwenblad, haar zeventigjarige bestaan. En elke week komen er weer uitgaven bij. De markt van vrouwenbladen is onverzadigbaar.

Als je de reeks omslagen van Nederlandse vrouwentijdschriften bekijkt in het Persmuseum, fraai tentoongesteld onder het motto Van Zeep tot Soap, dan maak je een interessante, historische reis langs opeenvolgende modestijlen. Tegelijk zie je de grote veranderingen in typografie en presentatie. De toeschouwer doet ontdekkingen. De jaren zeventig van de vorige eeuw lijken, in stijl en mode, veel verder weg dan de jaren zestig. Een van de toonaangevende tijdschriften uit het begin van de twintigste eeuw heet De Gracieuse en daarmee is eigenlijk de toon gezet: de vrouw moet zich gracieus en elegant gedragen. Lange tijd werden vrouwenbladen nog vooral door mannen geleid.

De ondertitel van de tentoonstelling luidt Continuïteit en verandering in geïllustreerde vrouwentijdschriften. Een omschrijving die strookt met de wetenschappelijke catalogus met gedegen artikelen en vele illustraties die de tentoonstelling begeleidt. Daarin leest de geïnteresseerde van alles over vroege bladen als Pénelopé (1821-1835), Ons Streven, Onze Roeping (tweede helft negentiende eeuw) en Maria en Martha, Weekblaadje voor Chr. Jongedochters-Vereenigingen en Huisgezinnen.

Het katholieke Beatrijs gaat in 1967 op in Libelle, dat niet aan een geloofsrichting is gebonden. De grote verandering die de tijdschriften ondergaan heeft te maken met de openhartigheid over seksuele onderwerpen. Opzij vervulde daarin een leidende rol. Libelle kwam betrekkelijk laat met artikelen over de pil, genot, alleenstaande moeders, echtscheiding en wat te doen met mannen die verzot zijn op opwindende blaadjes of films, of die ene man die een foto van de gedroomde heldin Gina Lollobrigida in zijn agenda plakte. Sommige lezeressen wilden niets weten van deze zaken.

De bekendste rubriek van Libelle heet `Libelle weet 't', die zijn tegenhanger vond in `Margriet weet raad'. Van deze rubrieken verschenen gebundelde uitgaven die een boeiende zedenspiegel geven van wat er leeft onder de lezeressen. Alle vrouwentijdschriften, van meet af aan, wijden redactionele artikelen aan uiterlijk, mode, handwerken, verzorging van kinderen, opvoeding en vooral ook hoe het huishouden te bestieren, zeker in de grote naoorlogse gezinnen.

Opmerkelijk is hoe vaak vrouwen geplaatst worden in de rol die mannen graag zien: aantrekkelijk en verzorgd gekleed, de echtgenoot toegewijd, de spil in het huishouden. Pénelopé steunde de eventuele vrouwelijke gaven van `verstand en hart', maar het mocht niet te uitzonderlijk worden. Dan werd de vrouw pedant bevonden. De taak der ondergeschiktheid blijft, in verschillende toonaarden, een intrigerende continue lijn.

Voor vrouwentijdschriften is een reusachtige markt met een paar miljoen potentiële lezeressen. Logisch dat er wekelijks bladen bijkomen, zoals het recente Sen, dat zich op de jonge mediterrane vrouw richt. Ik was in de jaren zestig niet de enige jongen of jongeman die meelas met Libelle. Onderzoek wijst uit dat vrouwenbladen gemiddeld door driekwart van de bevolking wordt gelezen, mannen en vrouwen.

De tentoongestelde tijdschriften, met hun omslagen en rubrieken, laten zien dat ondanks alle variëteit, van Opzij tot Yes, van Avenue tot Viva, het altijd meisjes of jonge vrouwen zijn die de omslagen stralend sieren. Daarin is nooit verandering gekomen. De wetenschap der vrouwentijdschriften heeft daarvoor een verklaring: alle vrouwen zijn uiteindelijk met dezelfde zaken bezig als mannen, namelijk uiterlijk, relaties, kinderen, mode, uitgaan en keuken. Zelfs als een vrouw besluit alleen te blijven en geen kinderen te willen. Al heeft dit standpunt zeker iets aanvechtbaars. Het bewijs dat in Nederland het bereik van de vrouwentijdschriften tot in de miljoenen loopt, is meer dan veelzeggend.

Van Zeep tot Soap. Continuïteit en verandering in geïllustreerde vrouwentijdschriften. Nederlands Persmuseum, Zeeburgerkade, Amsterdam. T/m 26/9. Cat: €4,95. Inl.: 020-692 88 10; www.persmuseum.nl; www.vrouwentijdschriften.nl