Steeds weer een pogrom

In een serie over heruitgegeven klassieken deze keer `De laatste der rechtvaardigen' van André Schwarz-Bart (vertaald door Eveline van Hemert. Meulenhoff, 352 blz. € 28,50)

Een paar jaar geleden vond romanschrijfster Cathérine Clément, toen nog docente op een middelbare school, op het schoolbord de tekst `Steek de ovens weer aan!' Eén van haar leerlingen bleek de antisemitische uitroep vlak voor haar binnenkomst op het bord te hebben gekalkt. Bij wijze van antwoord had ze haar klas in de weken daarna, integraal, De laatste der rechtvaardigen voorgelezen, de grote roman van André Schwarz-Bart over de jodenvervolging door de eeuwen heen. Het had resultaat gehad, vertelde ze, dergelijke fratsen waren sindsdien uitgebleven.

De anekdote geeft al aan hoe indrukwekkend de roman uit 1959 nog is voor lezers van nu. De debuutroman van Schwarz-Bart, die in het jaar van verschijnen werd bekroond met de prix Goncourt, was een van de eerste boeken van na de Tweede Wereldoorlog die de shoah tot onderwerp hadden. Jean Schalekamp vertaalde het boek al in 1960 in het Nederlands. Onlangs verscheen een nieuwe vertaling van de hand van Eveline van Hemert. Naast alle bewondering voor Schwarz-Bart was er ook kritiek op het boek, schrijft de vertaalster in haar nawoord. De auteur werd beschuldigd van een ongezonde passie voor gruwelijkheden, van exhibitionisme en van het onnodig etaleren van wreedheid. Katholieken zagen in het boek een aanklacht van het christendom; joden vonden dat de schrijver hen een veel te passieve rol toedichtte.

Schwarz-Bart riposteerde dat hij, in zijn zoektocht naar het hoe en waarom van de shoah, niet meer had willen doen dan de zes miljoen vermoorde joden een waardigheid geven. Vervolgens hulde hij zich in stilzwijgen. Pas in 1967 zou hij, samen met zijn uit Guadeloupe afkomstige vrouw Simone Schwarz-Bart, een volgende roman schrijven, Un plat de porc aux bananes vertes, een ode aan het lijden van de negerslaven. Het was opnieuw een monument voor een volk dat was onderdrukt.

Schwarz-Bart werd in 1928 in Metz geboren als zoon van in de jaren twintig uit Polen geëmigreerde joden. Zijn vader had in Polen een opleiding tot rabbi gevolgd, de Hebreeuwse bronteksten bestudeerd en vertelde alle joodse legendes die hij kende door aan zijn kinderen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de ouders en broers van André Schwarz-Bart opgepakt, waarna hij zich op veertienjarige leeftijd aansloot bij het verzet. Later meldde hij zich bij het Franse leger. Veel familieleden keerden na de oorlog niet terug.

In De laatste der rechtvaardigen schetst Schwarz-Bart de geschiedenis van het joodse volk vanaf 11 maart 1185. Die dag – de auteur citeert hier de benedictijner monnik Dom Bracton – sloegen tientallen joden in York de hand aan zichzelf om te ontkomen aan de moordzucht van de christenen, die hen al dagenlang in een wachttoren gijzelden. `Die dag gaf de toren taal noch teken'. Deze daad, bedacht en uitgevoerd door rabbi Jom Tov Levy, werd tot een legende, een van de vele waarbij martelaars worden geëerd. De jongste zoon van deze rabbi ontkwam aan de slachting en werd, zo meldt een Italiaanse vertelling uit de dertiende eeuw, door God aangewezen als de eerste Lamed-wav.

Volgens de joodse overlevering steunt de wereld op 36 rechtvaardigen, de Lamed-wavs. Zij behoren tot het nageslacht van deze eerste Levy, onderscheiden zich in niets van gewone stervelingen en weten soms zelfs niet dat ze heilig zijn. Maar, `wanneer er ook maar één zou wegvallen, zou het leed zelfs het hart van de kleinste kinderen vergiftigen en zou de mensheid met een schreeuw uitdoven'.

In zijn boek volgt Schwarz-Bart in vogelvlucht negen eeuwen van de Lamed-wav dynastie. Hij beschrijft het leven van de rechtvaardigen, hun twijfel over de uitverkoren status, het geweld dat ze daardoor ondervinden en hun dood. Van Salomon op Manasse, van Israël op Mathatias, van Joachim op Chaïm wordt de bijzondere status doorgegeven. De één is schoenlapper, de volgende arts, weer een ander wordt, ten tijde van de Spaanse inquisitie, zelfs gedoopt en oefent het beroep van priester uit. De ene generatie wordt verdreven uit Engeland, de volgende uit Frankrijk, daarna vestigen de Levy's zich in Rusland, later in Polen. Naarmate de rechtvaardigen de twintigste eeuw naderen, geeft Schwarz-Bart ze meer profiel, meer diepgang en meer karakter. Aan Mordechai, uit het Poolse stadje Zemyock, wijdt Schwarz-Bart meer bladzijden dan aan de voorafgaande acht eeuwen. Aan de hand van dit personage laat hij de armoede van de Poolse joden zien aan het begin van de twintigste eeuw, de beperkingen die hun werden opgelegd, de verboden en de vooroordelen, gevolgd door de zoveelste pogrom in de geschiedenis, die tegelijkertijd een aankondiging is van alle die nog zullen volgen. Benjamin, de zoon van Mordechai, vestigt zich als kleermaker in Stillenstadt. Op ongeveer een derde deel van het boek wordt zijn zoon Ernie geboren, de werkelijke hoofdpersoon van de roman.

In het leven van Ernie verpersoonlijkt Schwarz-Bart op een onvergetelijke, indrukwekkende manier de hele joodse geschiedenis van de twintigste eeuw. De antisemitische pesterijen, de vernederingen, de valse beschuldigingen, de haat en het geweld die Ernie als jongen en als adolescent ondervindt, gaan hand in hand met de vragen die hij stelt over zijn voorouders, over het jodendom en vooral over wat het betekent een rechtvaardige te zijn. Zijn liefde voor een vrouw leidt hem uiteindelijk naar Auschwitz.

`Roman', meldt de boekomslag. In feite is er sprake van een vermenging van vele literaire genres, van fictie en non-fictie, van documentaire en legende, van historische roman en joodse overlevering. Ironie en verontwaardiging, cynisme en ongeloof, beschrijving en dialoog wisselen elkaar af. Visioenen verkeren naast puur realisme. De toon is soms onthecht, dan weer wanhopig of poëtisch, nergens melodramatisch. Als zijn bronnen noemde de auteur onder meer werk van Léon Poliakov, van David Rousset en Olga Wormser, maar veel van de verhalen zullen hem door familieleden zijn verteld.

De laatste der rechtvaardigen is een historische roman over wat het betekent joods te zijn en tegelijkertijd een realistisch epos over de meest duistere kanten van de mens. Het is een meesterwerk over het kwaad, dat nog niets aan zeggingskracht heeft ingeboet.