Purschuim in obsceen geel

Soms ligt het geheim van een goed kunstwerk helemaal aan de oppervlakte. Neem de ruwe beelden van Folkert de Jong. Als je die ziet, zoals nu bij de Upstream Gallery in Amsterdam, is het verleidelijk om ingewikkelde vertogen te gaan houden over de desintegratie van de werkelijkheid, de relatie tussen beeld en massacultuur of het tonen van de dingen die anders ongezien blijven. Maar toch, het belangrijkste en eerste geheim van De Jongs werk ligt in zijn materiaal. Al sinds zijn doorbraak, begin van deze eeuw, maakt De Jong (1972) beelden van styrofoam en purschuim. Dat zijn materialen die voornamelijk in de bouw worden gebruikt, in het bijzonder voor isolatie – materialen dus, gemaakt om onzichtbaar te blijven. Dat is meteen de eerste slimme omkering van De Jong, want als toeschouwer ben je al snel verbaasd dat je deze spullen niet wat vaker ziet. Zo heeft het styrofoam, vederlichte platen en blokken met het soortelijk gewicht van piepschuim, een ijle, licht-hemelsblauwe kleur. En het purschuim, wat bekender, is gezegend met een prettige, licht obscene geel-variant die ergens het midden houdt tussen kots, urine en custardvla.

De Jong gebruikt deze materialen om er grote beeldengroepen mee te maken die altijd een enigszins grimmige of obscene lading hebben. Zo werd hij voor het eerst bekend met de beeldengroep The Iceman Cometh, die hij zowel in het Stedelijk Museum Bureau als het Groninger Museum exposeerde en die in z'n combinatie van gruwel en absurdisme wel wat deed denken aan het werk van Georg Grosz en Otto Dix. Die lijn heeft De Jong vervolgens vol overtuiging voortgezet – en met succes, want op de afgelopen KunstRai werd hij voor zijn beelden bekroond met de KDR KunstRai Prijs. De expositie bij Upstream is echter nog beter, omdat De Jong de relatief kleine galerieruimte propvol heeft gezet, wat het chaos-element in zijn werk nog maar eens benadrukt. Heel aanstekelijk bijvoorbeeld is de groep van drie beelden die zich rond een (styrofoamen) `kampvuurtje' heeft verzameld. Twee van deze beelden (een wat sullige man en een woeste `feeks') zijn van piepschuim. De derde, tevens de mooiste, is een volledig uit groen pur opgespoten `Michelin-man'. Het vloeiende materiaal accentueert de kwabbige, lobbige verschijning van het groene wezen geweldig.

Nog opvallender is het beeld van een grimassende ruiter, gezeten op een bijna levensgroot paard. Dit beest is volledig opgetrokken uit losse stukken lichtblauw foam die bij elkaar worden gehouden door satéprikkers en dikke lobben purschuim. Het resultaat is prachtig, vooral omdat De Jong met die schijnbaar onhandige combinatie van materialen een monumentaal paard weet neer te zetten, dat zich door zijn lichtheid (je wéét dat het immense ding nauwelijks meer kan wegen dan een kilo of tien) onttrekt aan iedere vorm van pompeusheid. Juist de spanningen in De Jongs werk tussen lichtheid en zwaarte, tussen chaos en beheersing en tussen ernst en luim, maken hem een beeldhouwer om goed in de gaten te houden.

Folkert de Jong, Upstream Gallery, Kromme Waal 11, Amsterdam. T/m 6 juni, wo-za 12-18u. Eerste zo van de maand 14-17u. Inf. www.upstreamgallery.nl