Premiers tussen pornosterren

Nationale besognes en rariteiten beheersen de opmaat naar de campagne van de Europese verkiezingen. Op wie stemmen ze in Gibraltar? Wat weet ijshockeyer Peter Štastný van `zijn' Slowakije'?

,,Zwaar ontgoocheld, diep ongelukkig en razend kwaad.'' Zo noemde de Belgische liberale politica Annemie Neyts zichzelf onlangs voor de Vlaamse televisie. Geheel tegen haar eigen verwachting in was zij niet als runner-up achter lijsttrekker Guy Verhofstadt op de kandidatenlijst voor de aanstaande verkiezingen voor het Europees Parlement geplaatst, maar op plek nummer drie terechtgekomen.

Premier Verhofstadt kandidaat voor het Europarlement? Jazeker. Niet om er te ,,zetelen'', zoals de Vlamingen zeggen, want eenmaal gekozen – en dat zal hem als lijsttrekker zonder meer lukken – zal hij meteen van zijn plek afzien. Door zich op te werpen als aanvoerder voor de VLD wil Verhofstadt volgens eigen zeggen slechts uitdrukking geven aan zijn ,,Europees engagement''.

Maar Verhofstadt is niet de enige zittende premier die op een kandidatenlijst voor de Europese verkiezingen staat. In Luxemburg is premier Jean-Claude Juncker de christen-democratische lijsttrekker, zonder enige ambitie om naar het Europees Parlement over te stappen. En in Italië voert premier Silvio Berlusconi de Europese lijst van `zijn' Forza Italia aan. Ook hij zal zijn verworven parlementszetel doorgeven. De zakenman-premier wil zijn Europese campagne overigens niet tot Italië beperken. ,,Ik ben bereid in al uw landen campagne te voeren'', zei hij eerder dit jaar tegen zijn christen-democratische ambtgenoten op het congres van de EVP in Brussel. Een aanbod dat de meesten beleefd naast zich neerlegden. Het `product Berlusconi' roept buiten Italië immers vooral vragen op.

Nog een maand en de 344 miljoen stemgerechtigde Europeanen kunnen op 10 en 13 juni naar de stembus. In de tot 25 landen uitgebreide Europese Unie zijn 732 zetels voor het Europees Parlement te vergeven. Maar als het in Europa zo vaak gehanteerde begrip subsidiariteit ergens op van toepassing kan worden verklaard is het wel de aanloop naar de Europese verkiezingen. De campagne voor wat één van de meest zichtbare symbolen van Europese eenheid zou moeten zijn, kenmerkt zich vooralsnog door nationale perikelen en dito eigenaardigheden.

Zo ging het Europese verkiezingsdebat in Ierland tot begin deze maand vooral over de introductie van de 35 miljoen euro kostende elektronische stemmachines die het traditionele stembiljet moesten vervangen. Nogal wat Ieren voelen helemaal niets voor het moderne stemmen per drukknop. Want wie garandeert dat de stem vervolgens in de machine niet stiekem aan een andere partij wordt toebedeeld? De kiezers krijgen niet eens een afschrift van hun stem. ,,Zou u een bank vertrouwen die geen bankafschriften verstrekt?'', zo schreef een tegenstander op één van de vele websites die aan het probleem zijn gewijd. De folder waarin het nieuwe systeem aan de Ierse bevolking wordt uitgelegd, maakte de toch al wantrouwende stemming er niet beter op. Want de illustratie waarop een machine stond afgebeeld suggereerde wel heel erg dat een stem werd uitgebracht op de regerende Fianna Fail Party. Vond althans de oppositionele Fine Gael partij, die dan ook schande sprak van de partijdige folder. Onder druk van de publieke opinie werd een onafhankelijke commissie van deskundigen ingesteld die twee weken geleden concludeerde dat er te veel hiaten in het systeem zaten. Het gevolg: het electronisch stemmen is afgeblazen en Ierland zal volgende maand weer gewoon met potlood en papier kiezen. En de oppositie eist vanzelfsprekend het aftreden van de verantwoordelijke minister.

Voor dergelijke partijpolitieke twisten hoeven ze straks in Hongarije niet bang te zijn, als het aan premier Péter Medgyessy ligt. Hij heeft voorgesteld één Hongaarse lijst te vormen om de 24 zetels die voor zijn land in het Europees Parlement zijn gereserveerd vervolgens gelijkelijk te verdelen over regeringsaanhangers en oppositie. `Nationale eenheid gaat voor politiek verschillen', luidt het devies van de Hongaarse premier dat volgens een recente opiniepeiling door 70 procent van de bevolking wordt gesteund. Maar in het buitenland wordt daar anders over gedacht. ,,Politiek absurd'', zei fractievoorzitter Hans-Gert Pöttering van de christen-democratische EVP, de grootste fractie in het Europees Parlement. Zijn partijgenoot Wilfried Martens formuleerde het nog net iets vileiner: ,,Dit is democratie met een nostalgisch gezicht''.

In Estland, dat zes zetels in het Europees Parlement heeft te verdelen, is het de gesloten samenstelling van de diverse kandidatenlijsten die tot grote beroering in het land leidt. Het Estse parlement nam begin dit jaar een wijziging van de kieswet aan die er voor moet zorgen dat ongeacht de door partijen vastgestelde lijstvolgorde de kandidaten op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht worden afgevaardigd. Maximale invloed voor de kiezers dus, in tegenstelling tot het huidige systeem waarbij de door partijen vastgestelde volgorde alles bepalend is. President Arnold Rüütel weigerde de wetswijziging af te kondigen. Volgens hem wordt het kiessysteem hierdoor te ingewikkeld. Maar zijn tegenstanders zeggen dat Rüütel is gezwicht voor druk uit zijn eigen partij.

Een ander probleem speelt zich af in Gibraltar. Waar gaan de stemmen van de 17.000 kiesgerechtigden naar toe? Groot-Brittannië, dat de inwoners tot het Gemenebest rekent, heeft hen uitgenodigd op Britse lijsten te stemmen, wat leidde tot een protest van Spanje dat aanspraak maakt op het eiland.

Als het toch over betwiste gebieden gaat: Rauf Denktas, de Turkse leider van het afgescheiden noordelijk deel van Cyprus, noemde de uitnodiging van de Cyprische regering aan de Turks-Cyprioten om zich te laten registreren voor de Europese verkiezingen ,,een valstrik''. Nu het Grieks-Cypriotische deel in een referendum het voorstel tot hereniging van het eiland heeft verworpen gaan de twee voor het noordelijke deel bestemde zetels tot woede van de Turks-Cyprioten naar het andere deel.

Ook nu weer blijkt Europa een bijzondere aantrekkingskracht uit te oefenen op mensen van buiten de bekende politieke circuits. Zo heeft in Nederland klokkenluider Paul van Buitenen zich gekandideerd namens zijn partij Europa Transparant. Hij was het die als Europees ambtenaar in 1998 fraudepraktijken en vriendjespolitiek in de Europese Commissie aan de orde stelde waardoor later dit voltallige orgaan moest aftreden. De achterkamertjespolitiek bestaat volgens Van Buitenen nog steeds. Vandaar dat hij met met zijn one issue-partij de misstanden vanuit het Europees Parlement te lijf wil gaan.

En dan zijn er de bekende namen. In Slowakije wordt de lijst van de regerende SDKU-partij aangevoerd door oud-ijshockey international Peter Štastný. Nooit leefde hij in het land waar hij nu lijsttrekker wordt – hij bezat tot voor kort niet eens de Slowaakse nationaliteit – maar hij denkt in de VS en Canada voldoende ervaring te hebben opgedaan voor zijn toekomstige functie. ,,Dat zijn toch de twee meest ontwikkelde democratieën ter wereld'', zei hij. En onder de Estse kandidaten is het supermodel Carmen Kass (25), die als gezicht van modemerken als Dior, Prada en Calvin Klein een fortuin verdiende op de catwalks.

Verder zijn er de spraakmakende kandidaten. Zo kondigde de in Tsjechië geboren, maar in Duitsland levende pornoster Dolly Buster onlangs aan dat zij haar land wil vertegenwoordigen voor de NEI, het Onafhankelijke Infiniatief. De partij werd in 1990 opgericht maar haalde nooit een kiesdrempel. Wellicht dat het met Dolly Buster anders wordt nu zij – met vermelding van haar maten – in vele boulevardbladen figureert. Zij krijgt concurrentie van de kosmonaut Vladimír Remek die in de jaren zeventig in de ruimte verbleef en voor de communistische partij op de lijst staat en het onderhouden van goede betrekkingen met Rusland een als zijn belangrijkste opdrachten ziet.

Muzikanten zijn er ook. De Poolse tenor Marek Torzewski wordt genoemd als kandidaat voor de christen-democraten. In Finland staat rock artiest Kari Peitsamo verkiesbaar voor de communistische partij, terwijl in Ierland de sociaal-democratische partij trekt aan Ali Hewson, de vrouw van Bono, de leider van de wereldberoemde popgroep U2.

Bijzonder wordt de campagne voor de Europese verkiezingen in Finland. In dat land heeft voorzitter Bjarne Kallis van de christen-democratische partij zich ontfermd over het renpaard Forilla dat de slacht wachtte na geconstateerd dopinggebruik. Hij wil met het paard op campagne. ,,Hoezo vreemd?'', zei hij tegenover de Finse krant Helsingin Sanomat. ,,In de Verenigde Staten hebben de Democraten een ezel als partijsymbool en de Republikeinen een olifant.'' Maar, zo vroegen anderen in Finland zich af, is het wel verstandig om als partijsymbool nu uitgerekend een gecastreerd paard te nemen?