Optimisme over handelsdialoog

Ministers van Handel en andere betrokkenen bij het wereldhandelsoverleg hebben zich in de marge van hun bijeenkomst bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gisteren en vandaag in Parijs optimistisch uitgelaten over de kans op een akkoord in de zogenoemde Doha-handelsronde. Maar de ronde heeft teveel vertraging opgelopen voor een definitieve overeenkomst dit jaar.

Directeur-generaal Supachai Panitchpakdi van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zei vanmorgen in een toespraak tot de OESO-bijeenkomst ,,een duidelijke wil'' te zien bij de delegaties om te onderhandelen en ,,zich te richten op inhoud en niet op procedures''. Maar tegelijkertijd temperde hij het optimisme door te wijzen op de relatief korte tijd die er nog is om tot een raamwerk voor een akkoord te komen. Algemeen wordt ervan uitgegaan dat na eind juli de naderende Amerikaanse presidentsverkiezingen het onderhandelingsproces feitelijk tot volgend jaar zullen lamleggen.

,Het (positieve) signaal dat we van deze bijeenkomst hadden verwacht, is afgegeven'', zei minister Brinkhorst (Economische Zaken) vanmorgen. ,,We gaan in juli bereiken wat we in Cancún hadden moeten bereiken.'' Op de WTO-ministersconferentie in Cancún, vorig jaar september, botsten ontwikkelingslanden met de VS en de Europese Unie over met name de landbouwsubsidies.

Begin deze week presenteerde eurocommissaris Lamy (Handel) een voorstel waarbij de Europese Unie afziet van ruim 3 miljard euro aan exportsubsidies op voorwaarde dat hun handelspartners ook concessies willen doen. Het voorstel van Lamy is over het algemeen positief ontvangen en heeft bijgedragen aan het optimisme op de OESO-conferentie.

In een toespraak gisteren op het Franse instituut voor internationale betrekkingen zei de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Zoellick dat ,,een doorbraak binnen handbereik'' is, zo meldde persbureau Bloomberg. Ook Zoellick riep andere landen, met name Japan en Brazilië op, iets te doen aan hun tarieven voor landbouwproducten.