Op een eiland vol ogen

Bobo's in de Bush wel eens gezien? Je hart draait zich om. De ferme harde bolsters (m/v) die op Pacific-locatie plotseling uit de zachte pitten van BN'ers tevoorschijn breken, met de op knakbaarheid geselecteerde uitzondering: bij voorbeeld de door de tand des tijds aangevreten Dokter Bernard-zangeres Bonny St. Clair, die ook nog eens door het blikkergebit van de natuur wordt vermalen, alles onder het genadeloze oog van de camera.

Judith Eiselin moet dit programma kennen, of een van de vele vergelijkbare survival-soaps – we vinden het terug in haar jeugdboek De ogen van Jesleia. We lezen over de elfjarige Julliette (haar moeder zeer BN-ambitieus, vader een sul, een eenzaam meisje) die een sloganwedstrijd van een speelgoedketen en de zender SBT5 wint en daarmee een zomer op het onbewoonde vulkaaneiland Jesleia in de Stille Zuidzee. Alleen. Ze gaat, zij het met knikkende knieën. Dat is nogal wat. Maar het Robinson Crusoë-bestaan lijkt haar heel goed af te gaan. Dan blijkt ze toch niet alleen. Er duikt een twaalfjarige jongen op die dezelfde wedstrijd heeft gewonnen. Ze hebben het soms leuk samen, vinden elkaar vaker stom en maken erg veel ruzie. Dat laatste doet de programmaleiding van `Kinderen in de bush' (zo'n titel stel ik me voor van de overlevingssoap die het hier betreft) besluiten een tv-babe naar het eiland te sturen die de kinderen op basis van psychologische adviezen moet begeleiden. Van dit alles weten de kinderen tot ver in het verhaal echter niets, ook niet als ze haar eenmaal hebben ontmoet. Ze verkennen het eiland, eten van wat grond, boom en proviandzak van thuis hen bieden en beleven opwindende avonturen. Als ze tenslotte boven in een kokospalm een kabel ontdekken beseffen ze dat het eiland Jesleia wel eens vol `ogen' zou kunnen zitten en is de illusie verbroken. De jongen treft op de vulkaantop even later drie snorrende camera's aan en vernielt er eentje als protest – hij had altijd op het eiland willen blijven. De kinderen worden opgehaald, de ouders blijken hen dagelijks op tv te hebben gevolgd en hebben spijt als haren op hun hoofd aan de soap te hebben meegewerkt – ze hadden het hun kinderen niet mogen aandoen.

Dit mag misschien een simpele, cultureel-correcte afloop lijken, maar zoals in haar hele boek weet Judith Eiselin, jeugdboekenrecensent voor NRC Handelsblad, ook hier de nodige nuances aan te brengen. Achter de reality zoals de ouders die op tv zagen, zit namelijk nog een andere waarheid.

De ogen van Jesleia is een prachtig boek. Subtiel weet Eiselin de psychologie van kinderen rond de twaalf te schetsen, zowel vanuit het meisje als de jongen. Van erotiek tussen hen is nog geen sprake, maar bij de jongen is het ontwaken op dit gebied nabij. Op subtiele wijze ook weet de schrijfster de spanning te bewaren, door in de loop van het verhaal gedoceerd `geheimen' te scheppen, en die na de onthulling ervan te vervangen voor een volgend geheim. De natuur – een belangrijk element van een verhaal als dit – weet ze daarbij op onzoete, maar toch bijna romantische manier te beschrijven. Ook de uitsmijter – de ouderlijke spijtbetuigingen – vond ik erg goed. Is hun wroeging eigenlijk wel echt? De camera loopt immers tijdens al hun tranen.

Wat is echt? Om die actuele vraag draait het in De ogen van Jesleia. De kinderen in Eiselins boek lijken het echter precies te weten, en hoe blij zeker hoofdpersoon Julliette is om weer thuis te zijn, haar reis is niet voor niets geweest. Ze vaart haar eigen, (op)rechte koers door de schijnwereld, waarin haar ouders en zeer velen met hen leven.

Dat is een les die ook volwassenen ter harte kunnen nemen.

Judith Eiselin: De ogen van Jesleia. Geïllustreerd door Monique Bauman. Querido, 231 blz. €14,95

    • Atte Jongstra