Handig met een pistool

Evenals haar vorige roman De onweerstaanbare bastaard heeft Conny Braam het laatste deel van haar romantrilogie over het IJmuidense geslacht Abraham-Boerhave een nawoord meegegeven. Gelukkig maar, want zonder de uitleg die ze daarin geeft zou Het schandaal veel van zijn waarde verliezen voor lezers die nooit hebben gehoord van de Velser-affaire, een van de grootste doofpotzaken van de Tweede Wereldoorlog.

Nawoord en bronvermelding ontbraken in deel één, De woede van Abraham, een sociaal-realistische roman over de aanleg van het Noordzeekanaal tussen 1864 en 1876 waarin veel tot de verbeelding sprekende en gloedvol beschreven details over de uitbuiting van het werkvolk voor zichzelf spraken.

De `Velser-affaire', onderwerp van dit derde en laatste deel van het epos aan het Noordzeekanaal, speelde aan het eind van de oorlog. Plaatselijke politiefunctionarissen en andere overheidsdienaren wierpen zich met de bevrijding in zicht ineens op als leiders van het verzet, maar misbruikten hun positie en maakten zich schuldig aan corruptie en verraad. In haar nawoord zet Conny Braam alle, betrekkelijk vruchteloze, onderzoeken die er sinds mei 1945 naar dit schandaal zijn gedaan op een rijtje. De kwestie kwam eind jaren zeventig opnieuw in de publiciteit in de zaak tegen de oorlogsmisdadiger Pieter Menten die dreigde zijn kennis over de Velser-affaire, inclusief belastende feiten over hooggeplaatste figuren, openbaar te maken.

Uit het nawoord blijkt ook dat de personages in de roman min of meer zijn geënt op historische figuren. Zo bedankt Braam Freddie Dekker-Oversteegen, een verzetsheldin die op haar vijftiende bij het illegale werk betrokken raakte en met wie ze uitvoerige gesprekken voerde. Samen met haar zus, beeldend kunstenares Truus Menger-Oversteegen, Hannie Schaft (gefusilleerd in april 1945) en Frans Bonekamp (omgekomen in 1944) behoorde Freddie Oversteegen tot de verzetsgroep die, in de woorden van Conny Braam, `zo'n belangrijke inspiratiebron' vormde voor Het schandaal.

Hoofdpersoon in de roman is Susan Boerhave, dochter van de IJmuidense doodgraver Bart Boerhave die zich in De onweerstaanbare bastaard, spelend in de periode 1914-1919, ontwikkelde tot een `OW-er', iemand die grote oorlogswinsten maakte. Via haar linkse oom Nico Boerhave raakt Susan op haar vijftiende betrokken bij het gewapende verzet. Samen met de vier jaar oudere Haarlemse rechtenstudente Anna Schagen liquideert ze menig NSB'er, totdat Anna in handen van de Duitsers valt en in april 1944 in de duinen bij Overveen wordt gefusilleerd. Anna, een slim en dapper meisje met kastanjebruin haar vertoont grote gelijkenis met Hannie Schaft, door Theun de Vries vereeuwigd in zijn door Ben Verbong verfilmde roman Het meisje met het rode haar.

Het schandaal, waarin het hele nageslacht van Nicolas en Julia Abraham en hun dochter Lena Boerhave uit deel 1 en 2 van de trilogie rollen krijgen toebedeeld, begint op 5 mei 1945 in het bevrijde IJmuiden, waar we Susan in ontredderde staat aantreffen. Die ontreddering neemt in de weken die volgen alleen maar toe als Anna's lichaam wordt gevonden en haar neef en medestrijder Klaas door verradershand blijkt te zijn vermoord. Langzaam tekenen zich de contouren af van wat zal uitgroeien tot de Velser-affaire.

Braam schetst het volgende beeld van dit schandaal: totdat de verzetsgroep waar Susan en Anna toe behoorden onder leiding stond van ene Maarten Zegel werd er democratisch overlegd over gewapende acties. Maar toen in de tweede helft van 1944 op instigatie van de in Londen zetelende regering de groep onder commando kwam te staan van de Binnenlandse Strijdkrachten, kregen linkse verzetsmensen opdracht tot riskante en dubieuze aanslagen die meer weg leken te hebben van onderlinge afrekeningen dan van het aanpakken van verraders. Een andere truc van de door foute politieagenten aangevoerde Binnenlandse Strijdkrachten in IJmuiden en omstreken was het compromitteren van illegalen van het eerste uur door hen hun eigen mensen te laten aangeven. Zo worstelt ook Susan met schuldgevoelens die haar geruime tijd nopen tot zwijgen over allerlei duistere zaken.

Achtergrond van de Velser-affaire, zo blijkt uit talrijke historische bronnen waaruit Braam heeft geput, waren de pogingen van kringen rond de Nederlandse regering in Londen om de sterke positie van de communisten in de illegaliteit te ondermijnen. `Daarom', zo onthult een anonieme bron in Het schandaal, `moesten er betrouwbare figuren worden benaderd voor sleutelposities binnen de nieuw te vormen Binnenlandse Strijdkrachten, liefst van conservatieven huize en bij voorkeur felle anticommunisten'. Dit klinkt geloofwaardig, maar komt in de roman niet goed uit de verf, omdat in Het schandaal nauwelijks expliciet wordt dat de verzetsgroep van Maarten Zegel, Anna Schagen en Susan Boerhave onder communistische leiding stond.

Nu is een roman iets anders dan een historische reconstructie. De ins en outs van de Velser affaire – hoe naïef waren de jonge verzetsstrijders die zich voor het karretje van de BS lieten spannen, welke machinaties van hooggeplaatste personen speelden een rol, hoe zat het met de verantwoordelijkheid van de regering in Londen – zijn in dit verband minder van belang dan de karakters en drijfveren van de personages. In de beschrijving daarvan schiet Conny Braam echter tekort. Zo is Anna Schagen in Het schandaal een tamelijk non-descripte figuur van wie niet duidelijk wordt door welke idealen ze wordt gedreven. Voor Susan, van wie we weinig meer te weten komen dan dat ze goed met een pistool overweg kan, geldt die kleurloosheid nog sterker. Evenals in de vorige delen van de trilogie schuift Braam in Het schandaal haar personages als tinnen soldaatjes over het bord.

Als schrijfster probeert ze zich te verplaatsen in de dilemma's waarvoor ondergrondse strijders zich gesteld zagen en in de trauma's die onder druk gemaakte, soms fout uitpakkende keuzes kunnen veroorzaken, maar in het belichten van die beschadigingen blijft ze te veel aan de oppervlakte. Ze dringt niet binnen, om het zo maar eens te zeggen, in de donkere kamer van Damocles. Wat niet wegneemt dat Het Schandaal evenals de twee voorafgaande delen een onderhoudend, vaak ook spannend verhaal vertelt over de geschiedenis van IJmuiden. Als historische `faction' is ook dit laatste deel geslaagd, als roman minder, wegens een tekort aan beeldende kracht en inleving. Graag zou ik van Braams hand nog eens een niet-gefictionaliseerde reconstructie van de bloedstollende Velser-affaire lezen.

Conny Braam: Het schandaal. Augustus, 318 blz. €18,50