Groot vakantiepark bij de Efteling van de baan

De bouw van vakantiepark Droomrijk met 3.600 bedden bij attractiepark De Efteling is van de baan. Daarvoor in de plaats legt De Efteling twee kleinere complexen aan met ongeveer 2.600 slaapplaatsen.

De Efteling heeft hierover afgelopen woensdag met de Brabantse Milieu Federatie (BMF) en Vereniging Natuurmonumenten een convenant gesloten. De drie partijen spreken daarin de intentie uit om ten zuiden van het attractiepark te komen tot ,,oplossingen waarin de belangen van natuur en recreatie op een evenwichtige manier worden gediend''.

De BMF en Natuurmonumenten hadden bezwaar gemaakt tegen Droomrijk, omdat zo'n omvangrijk project te veel schade zou aanrichten aan de natuur. Zij tekenden beroep aan bij de Raad van State. In oktober van het vorige jaar verwees de Raad van State het plan terug naar de gemeente Loon op Zand, op grond van een procedurefout die de gemeente en de provincie Noord-Brabant bij het wijzigen van het bestemmingsplan hadden gemaakt.

Volgens De Efteling hebben beide milieuorganisaties en het attractiepark sindsdien ,,intensief overleg'' gevoerd om te komen tot ,,een win-win-situatie''. De Efteling ontwikkelt een verblijfsaccommodatie (met maximaal 1.500 bedden) op zestien hectare ten zuidwesten van het attractiepark. Het gebied zal worden gecompenseerd met ongeveer 25 hectare nieuwe natuur. Ten zuidoosten van het park realiseert De Efteling een verblijfsaccommodatie op tien hectare. Ze denkt aan groepjes van boerderij-achtige gebouwen die passen in het historische beeld van het ooit aanwezige landschap.

Directievoorzitter R. van der Zijl van de Efteling toont zich verheugd over de uitkomst van de besprekingen. ,,Het werd ons gaandeweg duidelijk dat we de oorspronkelijke plannen die we hadden, moesten laten varen.''

Scheidend BMF-directeur P. van Poppel is eveneens blij: ,,We hebben vele besprekingen met de Efteling en flinke meningsverschillen gehad. Met dit convenant kunnen we hieronder nu een streep zetten. We gaan positief de toekomst in en zijn ervan overtuigd dat in het totale gebied kansen liggen voor natuur, landschap en aangepaste recreatie''. Adjunct-regiodirecteur C. Rijnen van Natuurmonumenten Noord-Brabant en Limburg: ,,Doordat de partijen als goede buren over het eigen belang heen hebben kunnen zien, is een veel mooier plan ontstaan.''