`Folteringen N-Irak moeilijk te bewijzen'

Van martelingen in Iraakse gevangenissen is veel bekend. Hoe is de behandeling van gevangenen in Koerdische gevangenissen in Noord-Irak? Het Rode Kruis zwijgt, maar Human Rights Watch niet.

Terwijl veel Iraakse gevangenissen in de schijnwerpers staan, blijven de detentie- en ondervragingscentra in het door Koerden bestuurde Noord-Irak onderbelicht. Niets daarover in het vorige week uitgelekte rapport van het Internationale Rode Kruis, geen foto's in de kranten. Geen bericht, goed bericht?

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) meldt mishandelingen, vooral van politieke gevangenen en vooral tijdens ondervragingen. Amnesty International heeft, anders dan HRW, nog geen gevangenen in Iraaks Koerdistan geïnterviewd, maar krijgt wel af en toe meldingen van mishandeling. Khaled Chibane van het Amnesty-hoofdkwartier in Londen: ,,Als de situatie in het Koerdische gebied riskanter wordt, zoals nu, komen de mensenrechten onder druk te staan. We vermoeden ook dat er geheime detentiecentra zijn.''

Het gebied dat sinds 1991 wordt bestuurd door de Koerden valt formeel onder de Coalition Provisional Government (CPA) en de voorlopige regering in Bagdad. In de praktijk regelen de Koerden haast alles zelf.

De Koerden van Irak zijn bijna synoniem met mensenrechtenschendingen, maar niet alleen als slachtoffers. Toen de twee grote Koerdische partijen, de KDP van Masoud Barzani en de PUK van Jalal Talabani, elkaar van 1994 tot 1998 bestreden, waren martelingen en standrechtelijke executies aan de orde van de dag. Amnesty en HRW schreven er huiveringwekkende rapporten over. Zowel Chibane van Amnesty als Joe Stork van het HRW hoofdkwartier in New York benadrukt dat het de laatste jaren veel beter gaat met de mensenrechten in Noord-Irak.

Maar hoe goed is beter? Dat er nu geen foto's opduiken uit Koerdische gevangenissen en ondervragingsruimtes, zegt weinig tot niets. Anderzijds: dat het rapport van het Internationale Rode Kruis (ICRC) geen passages bevat over Koerdische gevangenissen, is wellicht goed nieuws. Jette Sörensen van het ICRC in Genève, nauw betrokken bij de rapportage over Irak, zegt dat het Rode Kruis gevangenen in 19 detentiecentra in heel Irak heeft gesproken, maar ze verwijst naar de ICRC-beleidslijn niets in de openbaarheid te brengen. Haar collega Florian Westphal: ,,Als ik wist van mishandelingen in Koerdische gevangenissen zou ik er toch niks over meedelen.''

Door het ontbreken van berichten over Koerdische gevangenissen in het uitgelekte rapport, is nog niet uitgesloten dat het ICRC daar toch misstanden aantrof. Want het is ICRC-beleid die misstanden eerst aan de direct verantwoordelijken te melden, de Koerdische overheid dus, en dan af te wachten of er verbeteringen komen.

Een CPA-bestuurder, die anoniem wil blijven, zegt dat er wel degelijk, zij het incidenteel, berichten over martelingen bij het CPA binnenkomen. ,,En dan nemen we dat direct op met de Koerdische autoriteiten. Tot op heden hebben we echter geen enkele beschuldiging van marteling kunnen bewijzen.''

Hania Mufti van Human Rights Watch in Bagdad is veel specifieker. Zij en haar medewerkers spraken met honderden gevangenen in Koerdische cellen. ,,Echte of vermeende leden van islamitische groepen als Ansar al-Islam, vermoedelijke leden van Saddams veiligheidsdiensten en anderen vertelden me dat ze vooral tijdens hun ondervraging waren mishandeld. Ze zeiden geslagen te zijn, dat ze plastic zakken over hun hoofd kregen tot ze bijna stikten, of langdurig eenzaam werden opgesloten – in één geval zes maanden. Fysiek bewijs van marteling heb ik niet gezien. Wat we constateerden hebben we doorgegeven aan de Koerdische autoriteiten. Die ontkennen dat dit soort dingen gebeuren, maar zeggen onderzoek toe.''

Volgens Chibane komen de aan Amnesty gerapporteerde klachten over mishandelingen vooral uit het PUK-gebied, rond Suleymania. ,,Onze leden voeren nu campagne voor een vader en twee zoons die in mei 2000 door de PUK werden gearresteerd en die nooit zijn teruggezien. Wellicht zitten ze in een geheime gevangenis.''

Azad Mirani, voorzitter van de Federatie van Koerdische Organisaties in Nederland en voorbeeldig geassimileerd: ,,Martelingen zijn écht verboden in Koerdistan. Barzani heeft dat gezegd, Talabani ook. Ik was laatst weer in Noord-Irak en sprak vrienden van mij die bij de Asayisch werken, de veiligheidsdienst van de KDP. Ze vertelden me: `We mogen niemand slaan, zelfs geen oorlogsmisdadigers'. De laatste twee jaar is er geen sprake meer van martelingen in Koerdistan.'' En de berichten van Human Rights Watch dan? ,,Dat verzinnen die gevangenen'', garandeert Mirani.

,,Martelingen? Neeee, neeee'', zegt Siamand Banaa, de vertegenwoordiger van de Koerdische regionale regering in Londen, en nuanceert dan: ,,In het algemeen zou er geen mishandeling moeten zijn. In Koerdische gevangenissen wordt niet geslagen en als een bewaker het toch doet komt hij onmiddellijk voor de rechter.''

Dat laatste is niet de ervaring van Mufti: ,,In de schaarse gevallen waar marteling in Koerdische gevangenissen werd onderzocht en bewezen, zijn de verdachten gestraft door overplaatsing of tijdelijke salarisvermindering. Er was geen strafrechtelijke vervolging.'' Dat is volgens haar het ene structurele probleem met de mensenrechten in Noord Irak, nummer twee is detentie zonder berechting. ,,Ik heb veel gevallen meegemaakt van mensen die al een jaar vast zaten zonder te zijn voorgeleid, sommigen zaten al twee of drie jaar in voorarrest, en één zes jaar. We hebben het aan de Koerdische autoriteiten voorgelegd, maar zonder dat ze er echt iets aan doen.''