Een rebel die terug naar af wil

Soms krijg je een boek in handen waarbij je je extra moet motiveren om tijdens het lezen objectief te blijven. De titel, de schrijver of het onderwerp roept dan kennelijk ergernis op. In het geval van Abou Jahjah, nieuwlichter of oplichter? is het in ieder geval niet de schrijver die de lezer ongemakkelijk stemt. Ondanks zijn openlijke flirt met de Arabisch-Europese Liga hebben de inzichten en de pen van publicist Mohammed Benzakour, al eerder geleid tot verrassende artikelen over de multiculturele samenleving.

Ligt het dan aan het onderwerp van het boek? Sinds Abou Jahjah ten tonele is verschenen laat hij niemand onberoerd. Hij heeft voor- maar vooral tegenstanders. Neutraliteit is haast onmogelijk. Na de eerste kennismaking raakten we echter snel gewend aan zijn visie. Ondanks zijn middeleeuwse opvattingen is er in Nederland niet één politicus die zo bejubeld is als debater. Behalve wijlen Pim Fortuyn.

Nee, het is de titel die meteen al ergert. En vooral het tweede deel ervan. Hier geeft Benzakour al zijn conclusie weg, en ontmaskert hij zichzelf als een schrijver met een parti pris. Abou Jahjah is volgens hem namelijk geen oplichter, maar een vernieuwende rebel die wordt gedemoniseerd door politiek en media. Benzakours boek is een lange en gedetailleerde samenvatting van de bejegening van Abou Jahjah door het blanke establishment. Benzakour concludeert dat vooral redeloosheid en radeloosheid de hetze tegen de charismatische AEL-leider hebben ontketend. Dat er een hetze is gevoerd staat voor Benzakour vast. Om de demonisering – dyabolisering noemt Benzakour dat – van de `Arabische leider van de lage landen' aan te tonen reserveert Benzakour een aanzienlijk deel van zijn boek. Elk incident, elke uitlating en elke journalistieke misser die zijn gelijk kan aantonen, wordt uitgeplozen en tot vervelens toe aan de lezer voorgeschoteld. De blunders maar ook sommige opruiende opvattingen van Abou Jahjah, die soms de scepsis en kritiek jegens hem rechtvaardigen, worden gemakshalve opvallend kort behandeld, helemaal weggelaten of in zijn voordeel uitgelegd.

Terrorist

Benzakour ergert zich terecht aan de wijze waarop enkele journalisten Abou Jahjah hebben behandeld. `Bent u een terrorist?' werd hem eens gevraagd. Dacht die journalist werkelijk dat de AEL-leider dat terstond zou bekennen? Maar Abou Jahjah is niet de enige die is geconfronteerd met de blinde scoringsdrift van interviewers. Hans Janmaat van de Centrum Democraten maar ook Pim Fortuyn in het begin van zijn politieke loopbaan werden onderworpen aan vele pogingen tot ontmaskering. Evenals veel Fortuynisten spreken `dyabisten' te gemakkelijk van demonisering als de uitlatingen van hun leiders stuiten op kritiek.

Overigens werd Abou Jahjah, net als zijn Hollandse evenknie Fortuyn (beiden vertolkers van gevoelens van diepe onvrede), na de relatief korte periode van scepsis door de gevestigde orde geaccepteerd als gesprekspartner. Zo kan de AEL-leider telkens weer gevoelens van onvrede van moslimjongeren verwoorden, hameren op burgerschap en respect opeisen. En hij kan in democratische omgeving pleiten voor de afschaffing van de westerse democratie om die te vervangen door een islamitische versie. Mits de meerderheid dat natuurlijk wenst. Dan wil hij de shari'a invoeren. Hij wil best wel armen afhakken en vrouwen stenigen maar alleen als hij zich gesteund weet door 51 procent van de bevolking. Dat het nooit zover zal komen in Nederland hoeft geen vrijbrief te zijn om geheel vrijblijvend te pleiten voor dergelijke barbaarse systemen. Toch blijft Benzakour Abou Jahjah typeren als democraat. Democratie is echter veel meer dan vijftig procent plus één.

Objectiviteit

Hier en daar probeert Benzakour kritiek te leveren op de AEL, om de schijn van objectiviteit te wekken. Maar zelfs in zijn afkeuring is Benzakour, die het voorzitterschap van AEL Nederland kreeg aangeboden maar afwees omdat hij vooral wilde schrijven, te mild voor AEL-bestuurders. Het ongenuanceerde en schokkende taalgebruik en optreden van AEL-bestuurders doet Benzakour af als `gebrek van historisch besef'.

Benzakour is genoeg ingewijd om te weten dat AEL zich wenst te profileren, koste wat kost. En voor de achterban kunnen veel uitlatingen niet radicaal genoeg zijn, vooral als die betrekking hebben op de Verenigde Staten en Israël. De AEL heeft het recht om tegen de staat Israël te zijn. Maar om dan op te roepen tot `vernietiging van de zionistische entiteit' is niet alleen contraproductief en agressief maar ook onfatsoenlijk en onbeschaafd. De term `ontmanteling' (van Israël) was `niet handig gekozen,' schrijft Benzakour broederlijk.

Benzakour beschouwt de AEL als een emancipatievehikel voor moslims. De partij heeft de bewustwording van moslims een richting gegeven, meent hij. De AEL is echter niet meer dan een burcht waarop moslimjongeren zich terugtrekken. De LPF is er voor ontevreden Hollanders, de AEL herbergt machteloze Marokkanen. Sinds 11 september en Fortuyn gaan moslimjongeren haast dagelijks gebukt onder `beledigingen' aan het adres van hun religie, wat zeker heeft bijgedragen aan de toename van het aantal hoofddoeken en gebedsmutsen op islamitische hoofden in Nederlandse steden. Door de constante strijd met `Hollanders' blijft er voor een deel van de moslimjongeren echter geen mogelijkheid over om te rebelleren tegen hun ouders, wat noodzakelijk is voor een emancipatiegolf. Doordat AEL in Nederland de nadruk legt op moslim-zijn in plaats van op de sociale problemen van de achterban, versterkt de beweging de botsing met de autochtone bewoners van achterstandsbuurten, politiek en media. De AEL koestert ouders, hoofddoeken en maagdenvliezen. Daarmee bezaait de liga het pad van Marokkaanse jongeren met rotsen en kuilen en vertraagt juist hun emancipatie zienderogen.

Mohammed Benzakour: Abou Jahjah, nieuwlichter of oplichter? De demonisering van een politiek rebel. L.J. Veen, 272 blz. €16,50