Blair houdt vast aan steun voor Irak-beleid VS

De Britse premier Tony Blair weigert afstand te nemen van het Amerikaanse beleid inzake Irak en het wijdere Midden-Oosten, zoals diplomaten en Labour-parlementariërs eisen.

In een vraaggesprek met The Independent verwerpt Blair vanochtend ,,het idee dat je het je belangrijkste bondgenoot lastig gaat maken op het moment dat de problemen maximaal zijn''. Blair erkent de ernst van de veiligheidscrisis in Irak, die is verergerd door het schandaal rond de mishandelingen van Iraakse gevangenen. Maar hij zegt dat zijn critici ,,een stap achteruit moeten doen en naar het fundamentele uitgangspunt [moeten] kijken''. Dat blijft om ,,met de meerderheid van de Irakezen het land weer op de been te helpen'', aldus Blair. Het succes daarvan is volgens hem in het belang van de hele wereld. ,,Aan het alternatief moeten we niet denken.''

De Britse regering probeerde gisteren de imagoschade te beperken met de uitslag van het onderzoek naar de authenticiteit van foto's in The Daily Mirror, waarop te zien zou zijn hoe Britse soldaten een Irakees mishandelen. Volgens staatssecretaris Adam Ingram (Defensie) staat het ,,categorisch'' vast dat de foto's niet in Irak zijn gemaakt, maar in de laadbak van een vrachtauto op een basis van reservisten in Manchester. Mirror-chef Piers Morgan staat onder druk om af te treden, maar hield gisteren staande dat er ,,nog steeds geen onweerlegbaar bewijs is dat de foto's niet in Irak zijn gemaakt''.

De publicaties hebben echter opnieuw de schijnwerper gericht op een reeks, deels oudere incidenten waarbij Britse soldaten waren betrokken. Een daarvan is de dood van de 26-jarige hotelportier Baha Mousa, die zwaar zou zijn mishandeld door Britse soldaten. Twee Deense militaire verplegers hebben gisteren gerapporteerd dat ze twee gewonde Irakezen moesten behandelden die door Britse soldaten waren geslagen. Een van de twee overleed. Mogelijk gaat het daarbij eveneens om Mousa. Eerder publiceerde Amnesty International een rapport waarin het leger ervan werd beschuldigd dodelijk geweld te gebruiken tegen ongewapende burgers.

Blair zou geloven dat er een periode van vier maanden is om de veiligheidssituatie te redden. In die tijd zouden de Irakezen zelf verantwoordelijkheid moeten krijgen over de veiligheid, gekoppeld aan de voor 30 juni geplande soevereiniteitsoverdracht. Blair staat onder toenemende druk zich te distantiëren van het Amerikaanse beleid door een eigen positie in te nemen in het Israëlisch-Palestijnse conflict en de militaire koers in Irak en door de Democratische presidentskandidaat John Kerry te steunen. Leden van het kabinet en Labour-parlementariërs zouden geloven dat de electorale schade zo is te beperken, om te beginnen bij de Europese verkiezingen op 10 juni. Sommigen zeggen anoniem dat Blairs dagen door `Irak' geteld zijn en dat hij plaats moet maken voor minister van Financiën Gordon Brown als partijleider.

In het vraaggesprek wees Blair de geruchten dat hij wankelt van de hand.Volgens peilingen is Blairs persoonlijke populairiteit sterk gedaald, maar zouden de meeste Britten toch de voorkeur geven aan een Labourregering boven de Conservatieven.