Bezorgdheid bij kabinet over laat moederschap

Het kabinet verwacht dat door een betere kinderopvang, verruiming van de mogelijkheden voor deeltijdwerk en voor zorgverlof de leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen niet verder zal stijgen. Op dit moment zijn de vrouwen gemiddeld bijna 30 jaar (hoogopgeleide vrouwen 32 jaar) als zij hun eerste kind krijgen. Dertig jaar geleden gebeurde dat gemiddeld op 24-jarige leeftijd.

Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) maakt zich niet alleen zorgen over de medische risico's die zijn verbonden aan een bevalling op latere leeftijd, maar ook over de hogere medische kosten die daar aan verbonden zijn. De Geus schrijft dit de Tweede Kamer bij de aanbieding van het onderzoeksrapport Kiezen voor ouderschap?! Overwegingen en redeneringen van mannen en vrouwen over het krijgen van kinderen.

Uit het onderzoek blijkt dat het vooral door hun opleiding komt dat vrouwen op alsmaar hoger wordende leeftijd hun eerste kind krijgen. Vrijwel allemaal vinden ze dat ze die opleiding eerst moeten hebben afgerond voordat aan kinderen kan worden gedacht. Een toenemend aantal vrouwen gaat naar hogeschool of universiteit en wordt daardoor later zwanger. Een `serieuze' baan en een vast inkomen worden met name door mannen en vrouwen met een lagere opleiding als belangrijke voorwaarden genoemd voordat ze aan kinderen beginnen. Voor laagopgeleide vrouwen liggen een vaste relatie en kinderen krijgen in elkaars verlengde, bij de andere vrouwen is dat lang niet altijd het geval. Deze laatste categorie vindt een relatie ook niet altijd noodzakelijk voor het krijgen van een kind.

Bij hoogopgeleide vrouwen blijkt de leeftijd waarop ze eigenlijk hun eerste kind zouden willen hebben en het moment waarop dat er komt nogal uiteen te lopen. Dit zou onder meer het gevolg zijn van het vermoeden dat kinderopvang moeilijk te regelen zal zijn. Ook verwachten veel vrouwen dat de zorg voor het kind moeilijk te combineren is met betaald werk en dat een kind slecht is voor hun carrière. Zwaarwegend is bovendien eventuele twijfel bij de partner. Als hij nog geen kinderen wil, willen vrouwen liever nog niet zwanger worden, zo blijkt uit het onderzoek dat in opdracht van de minister werd gedaan.

De Geus schrijft dat hij slechts beperkte invloed heeft op de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen. Wel wil hij proberen de kloof tussen de `wensleeftijd' en de feitelijke leeftijd waaropze het eerste kind krijgen zo klein mogelijk te maken. Hij verwijst daarbij onder meer naar zijn beleid op het terrein van de kinderopvang, deeltijdwerk en zorgverlof.