Altijd is daar weer die twijfel

Vragen en twijfels omgeven de zwemcarrière van Chantal Groot. Zoals deze: moet de 21-jarige sprintster haar persoonlijke start in Athene opofferen omwille van de estafetteploeg?

De haren zijn nog nat, het lichaam zojuist gemasseerd als Chantal Groot met een gelukzalige glimlach de entreehal van het Centro M86 binnenwandelt. Net elfde geworden en dus uitgeschakeld voor de finale van de 100 meter vlinderslag, maar denk niet dat de 21-jarige sprintster last heeft van een kater. ,,Mijn toernooi is al geslaagd'', zegt ze met zeker voor haar doen grote stelligheid.

Het is dag vier van het langebaantoernooi bij de EK in Madrid, en voor het eerst deze week hebben de wolken boven de Spaanse hoofdstad plaatsgemaakt voor de verlate voorjaarszon. Op deze stralende dag laat Groot zich al helemaal niet in de put praten. Sterker nog: ,,Ik vind dat ik het tot dusverre heel behoorlijk heb gedaan, dus waarom zou ik niet blij zijn?''

Dolgelukkig was de Amsterdamse dinsdag met haar bronzen medaille op de 50 vlinder, nadat ze een dag eerder met de estafetteploeg (4x100 vrij) al een zilveren plak had gewonnen. Met die dubbelslag bewees Groot dat ze vorige maand een wijze beslissing had genomen door zich af te melden voor het trainingskamp in Ierland. Het vervulde haar zelfs met trots: eindelijk een op eigen kracht genomen besluit, dwars tegen de stalorders in, die zich uitbetaalde.

Toch constateerde haar trainer Fedor Hes na afloop wat zelfs de grootste leek had kunnen zien: Groot had geen brons gewonnen, nee, Groot had goud verloren. Zijn pupil had zichzelf tekort gedaan. ,,Ze moet meer uitgaan van eigen kracht. Gewoon dat startblok op en tegen zichzelf zeggen: geen gelul, ik win. Dit was een kans voor open doel. Al die anderen hadden in de training geen gas teruggenomen, zij wel. Zo'n opgelegde kans krijgt ze nooit meer.''

Het waren harde maar eerlijke woorden. Van een coach die soms knettergek wordt van het aanhoudende getob en erger nog het gebrek aan mentale hardheid. ,,Chantal kan meer dan ze zelf beseft.'' Maar hoe vaak heeft de coach van Topzwemmen Amsterdam dat zinnetje al niet uitgesproken? Té vaak, weet hij. ,,Maar het dringt kennelijk niet tot haar door.''

Zoals wel vaker nam Groot gelaten kennis van de kritische kanttekeningen, en in plaats van een knetterende ruzie schoven coach en pupil aan voor ,,een goed gesprek'', zoals Hes gisteren vertelde. ,,Chantal gaf aan dat ze goed begrijpt wat ik bedoel. Vanaf maandag gaan we weer met frisse moed aan de slag. Ze komt hier inhoud te kort. Die achterstand gaan we wegwerken.''

Hes is allang blij dat de vlinder- en vrije-slagspecialiste überhaupt nog in het water ligt. Zo zat was Groot het monotone zwembestaan dat de wankelmoedige sprintster dit voorjaar in alle ernst overwoog haar (semi-)professionele loopbaan te beëindigen. In het zicht van de Olympische Spelen nota bene. Het was vluchtgedrag, niets meer en niets minder. Maar: ,,Ik had het gewoon een beetje gehad met al die kwalificaties enzo.''

Nu dat doemscenario (stoppen) is afgewend, dient het volgende duivelse dilemma zich al weer aan: moet Groot in Athene haar persoonlijke start (100 vlinder) opofferen omwille van de kansrijke estafetteploeg op de 4x100 vrij? Beide nummers staan op dezelfde dag op het olympisch zwemprogramma. Een keuze is onvermijdelijk. Maar Groot weet het nog niet. ,,In Sydney (Olympische Spelen 2000, red.) heb ik die keuze wel gemaakt en dat is me niet goed bevallen.''

Wat heet: na haar afmelding voor de 100 vlinder volgde uitsluiting voor de 4x100-ploeg. Anderen bleken sneller, en dus moest Groot op last van de technische staf vanaf de kant toekijken hoe het uitverkoren kwartet onder leiding van slotzwemster Inge de Bruijn een zilveren medaille in de wacht sleepte. Groot kreeg de handen nog wel op elkaar voor die prestatie, maar waande zich de schlemiel van de Nederlandse zwemequipe.

Die bittere herinnering voedt haar twijfel. Wel of niet haar persoonlijke belang laten prevaleren? Eén ding is zeker: ze zal haar beslissing mede laten afhangen van de mening van haar familie. ,,Die hebben ook verstand van zwemmen.'' Of gooit Groot komende week een muntje op? ,,Misschien wel'', glimlacht ze. Hes daarentegen weet de uitkomst al. Resoluut: ,,Geen 100 vlinder, maar alleen de 4x100 voor Chantal.''

Maar hoeveel meningen heeft iemand nodig om tot een afgewogen oordeel te komen? Hes zou graag zien dat Groot ,,harder voor zichzelf'' wordt en haar verstand eens laat zegevieren. ,,Het is een prima meid. Probleem is alleen dat Chantal zichzelf vaak in de weg zit. Ze is van nature een twijfelaar. Als ze op de ringweg bijvoorbeeld in de file terecht komt, kan het zomaar gebeuren dat ze van het ene op het andere moment wordt overvallen door een gevoel van: ik ga niet trainen, ik kan het niet.''

Om haar te verlossen van haar twijfels, schakelde Hes vorig jaar de hulp in van een mentaal begeleider. Het mocht niet baten. ,,Ik geloof daar niet zo in'', vertelde Groot eerder deze week. Hes overweegt nu andere stappen. ,,Want mentaal zal ze hoe dan ook een stap moeten maken.''

Of ligt de oplossing in de Verenigde Staten? Groot verbleef vorig najaar drie weken aan de westkust van Amerika, onder de bezielende leiding van de compromisloze coach die Inge de Bruijn kneedde tot kampioene: ijzervreter Paul Bergen. Hes schudt het hoofd als hem die mogelijkheid aan de hand wordt gedaan. ,,Intern was Chantal veel minder enthousiast dan tegenover de buitenwereld. Bovendien ben ik net zo meedogenloos als Bergen als het moet, en trainen wij in Amsterdam net zo hard.''

Zelf verwerpt Groot de `Bergen'-optie ook. ,,Inge zou het gezellig vinden. Maar van Inge weet ik ook dat het daar heel eenzaam kan zijn. Laat mij maar thuis in Amsterdam. Daar voel ik me het prettigst.''