Waardevolle bouwwerken moeten beschermd

Erkenning dat voor een architect een auteursrecht op gebouwen geldt, zou bescherming moeten bieden tegen sloop, meent Leo Q. Onderwater.

Architecten en de Auteurswet: lang hebben de eersten zich met succes op de laatste beroepen om sloop van hun gebouw te verhinderen. Tot de Hoge Raad in februari met zijn arrest inzake de sloop van het Walvingebouw in Zwolle de kant van de eigenaar (de gemeente) koos die dit verpauperde kantoorgebouw uit 1967 van architect Jelle Jelles (1932-2003) wil slopen om er bejaardenwoningen te bouwen.

De Auteurswet 1912 bepaalt in artikel 25 eerste lid aanhef en sub c, dat de maker van een werk het recht heeft zich te verzetten tegen elke andere wijziging in het werk, tenzij deze wijziging van een zodanige aard is, dat het verzet zou zijn in strijd met de redelijkheid, en sub d; het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid.

De vraag waar het om draait, is of de sloop van een bouwwerk als vernietiging óf als aantasting moet worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft zich op het standpunt gesteld dat een architect of beeldend kunstenaar in die omstandigheid geen schade in zijn reputatie oploopt, omdat het bouw- respectievelijk kunstwerk niet meer bestaat. Een laakbaar standpunt, omdat de vernietiging ook als de ultieme aantasting van het werk van de maker kan worden opgevat. De rechtspraak dient de sloop van een bouw- of kunstwerk binnen een breder beoordelingkader te plaatsen.

In het auteursrecht zouden ook de functionele gebruikswaarde, de cultuurhistorische waarde, de exploitatie en de bouwkundige staat van het bouwwerk moeten worden betrokken bij wel of niet slopen van een bouwwerk.

Die beoordelingscriteria zouden ook aan bod hebben moeten komen bij de met sloop bedreigde achttien jaar oude Zwarte Madonna in het Spuikwartier van Den Haag. Dit gebouw met een hoge cultuurhistorische waarde is met het Wavin-gebouwarrest eveneens vogelvrij verklaard en inmiddels bij de mestvaalt van de Nederlandse architectuurgeschiedenis gezet.

De Auteurswet ontleent zijn bestaansrecht niet slechts aan de grillen van arrogante en obstructieve kunstenaars en architecten, maar vindt zijn oorsprong in de bescherming van het geestelijk eigendom niet slechts van de maker, maar ook voor het nageslacht in bredere zin. Want in kunst en architectuur wordt het collectieve geheugen voor volgende generaties vastgelegd. Die kant van de kwestie wordt door de rechtspraak onvoldoende belicht.

Wat het behoud van architectonisch waardevolle gebouwen betreft, kan Engeland als voorbeeld worden gesteld. Daar wordt bij de voorgenomen sloop van een bouwwerk expliciet gekeken naar de betekenis voor de architectuurgeschiedenis.

Een belangrijk criterium voor sloop is tevens of het gebouw in zijn fysieke conditie de functie kan vervullen waarvoor het is ontworpen. Maar zelfs daarmee wordt in Nederland de hand gelicht. Het motief voor sloop blijkt in veel gevallen te worden ontleend aan de uiterlijke verschijningsvorm van het bouwwerk.

Indien de verschijningsvorm een wethouder of ambtenaar niet aanstaat, wordt het besluit tot sloop genomen en de vergunning verleend. Dat komt niet overeen met het beroep op de redelijkheid en billijkheid zoals die in de Auteurswet is vastgelegd.

Zolang het gebouw nog optimaal de functie kan vervullen waarvoor het is ontworpen, mag in redelijkheid en billijkheid van gebruikers en eigenaren worden verwacht dat zij het ontwerp én de ontwerper respecteren; vooral wanneer door het Gerechtshof en de Hoge Raad dwingendrechtelijke bepalingen van de Auteurswet opzij worden gezet.

In dat opzicht is de Zwarte Madonna in Den Haag niet te vergelijken met het Wavingebouw. Dit woongebouw met 336 goede en betaalbare huurwoningen blijkt immers te voorzien in een nijpende behoefte. Van dat functionele argument was bij het Wavin-kantoorgebouw van Jelles, mede vanwege de slechte bouwkundige staat, geen sprake meer. Daarenboven is de Zwarte Madonna het sterkst sprekende voorbeeld waarvoor Carel Weeber – als neorationalist – heeft gestaan.

Net zoals de schilderijen van Barnett Newman heeft ook de Zwarte Madonna een hoge mate van abstractie. Was het enkele jaren geleden in Amsterdan een gemankeerde kunstschilder die de schilderijen van Newman met een Stanleymes probeerde te vernietigen, nu hebben in Den Haag ambtelijke instanties de sloophamer ter hand genomen om een abstract woongebouw neer te halen. Blijkbaar is formele abstracte kunst en logische, objectieve stedenbouw zo overweldigend dat simpele zielen er agressief van worden. Maar dat geeft hun niet het `recht' om ze te vernietigen.

Er is veel voor te zeggen dat architecten het absolute en onvervreemdbare recht kwijt zijn om zich – met hun erfgenamen – tientallen jaren te kunnen verzetten tegen sloop. Maar sloop kan onder omstandigheden – zoals bij de Zwarte Madonna – zeker onrechtmatig zijn.

Leo Q. Onderwater is architect.