Unilever: geen extra dividend voor `prefs'

Levensmiddelenbedrijf Unilever (Knorr, Dove, Ola) blijft bij zijn besluit om de in 1999 uitgegeven preferente aandelen om te zetten in gewone. Die zijn nu ruim een kwart minder waard, 1,80 euro, dan de meeste houders van de `prefs' tot voor kort dachten.

Bestuursvoorzitter A. Burgmans heeft gisteren op de aandeelhoudersvergadering gezegd dat hij niet toegeeft aan de wens van pref-houders om het aanvankelijke dividend van 6,58 euro te betalen, maar de beurswaarde van dit aandeel. Die was vanochtend ongeveer 4,80 euro. Enkele partijen, zoals de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), overwegen een gang naar de rechter.

Aandeelhouders gingen er in 1999 bij de uitgifte vanuit dat alleen om fiscale redenen vijf jaar moest worden gewacht op dit `superdividend'. Met deze truc werd voorkomen dat aandeelhouders tot 60 procent belasting over dit dividend moesten betalen. Nu beweerde de topman dat Unilever altijd alle mogelijkheden heeft opengelaten.

Een akkoord met de fiscus dat indertijd werd gesloten, gebood Unilever om vijf jaar de waarde van de pref onzeker te laten. De kwestie draait erom of het bedrijf de indruk heeft gewekt dat het de prefs dit jaar zou kopen tegen 6,58 euro, alsof het uitgesteld dividend is.

Een aandeelhouder wees er gisteren op dat de vijf jaar volgende maand aflopen, waardoor Unilever daarna alsnog het oorspronkelijk bedrag kan betalen. De VEB stelde vergeefs arbitrage voor. Directeur P. de Vries stelde dat Unilever zich met de beslissing rond 315 miljoen euro winst maakt ,,over de ruggen van zijn eigen aandeelhouders''.

Ex-optiebeursdirecteur T. Westerterp zei dat bij de uitgifte van de prefs in het bijbehorende memorandum een risicoparagraaf ontbrak. Dat duidde er volgens hem op dat beleggers geen risico zouden lopen. Toen was volgens Westerterp een dergelijke paragraaf verplicht.