Persstemmen over Irak

Wall Street Journal

Als alles tegenzit, is er altijd nog het gezonde verstand van het Amerikaanse volk. Zelfs nu de media 24 uur per dag worden opgezweept door de hoop dat Rumsfeld zal aftreden, wil het Amerikaanse volk er absoluut niet aan. Recente peilingen laten zien dat [...] een meerderheid van de Amerikanen – twee tegen één – tegenstander is van maatregelen om de minister van Defensie te ontslaan. Anders gezegd: zelfs in een van de ergste weken die de regering-Bush in Irak heeft doorgemaakt, hebben de Amerikanen de walgelijke foto's uit Abu Ghraib verwerkt en in het juiste perspectief geplaatst. Zij begrijpen dat het op dit moment – zoals gisteren werd onderstreept door het nieuws van de onthoofding van een in Irak gevangengenomen Amerikaanse burger – in feite om gaat om een veel bredere kwestie: hoe vastberaden is Amerika? Wij mogen de overweldigende steun voor Rumsfeld opvatten als een aanwijzing dat het publiek niet alleen wil dat Amerika in Irak blijft, maar ook dat het wint.

Volgens een peiling van de Washington Post en ABC News zijn zeven van de tien Amerikanen het ermee eens dat het bericht over de misstanden in de gevangenis een ,,ernstige zaak'' is. Geen poging tot ontkennen dus. Maar in dezelfde verhouding, met 69 procent, zeggen ze dat Rumsfeld niet hoeft op te stappen (20 procent wenste zijn aftreden). Een peiling van CNN/USA Today/Gallup komt met bijna exact dezelfde percentages. [...]

Veelzeggender is dat ook als we kijken naar subgroepen – Republikeinen, Democraten, Afrikaanse Amerikanen, Latino's, mannen, vrouwen – niet één categorie in meerderheid voorstander is van Rumsfelds ontslag. Zelfs onder de progressieven wil niet meer dan een derde hem de laan uit sturen. Wij vermelden deze uitkomsten [...] als hoognodige aanvulling op het media-vreugdevuur van de afgelopen week. Zeker, Abu Ghraib is afgrijselijk, maar het verhoor gisteren van majoor-generaal Antonio Taguba heeft duidelijk gemaakt dat dit niet representatief is voor het gedrag van de meeste, of zelfs maar vele, Amerikaanse militairen in Irak.

Het is duidelijk dat de binnenlandse tegenstanders van de oorlog maar al te gretig de wandaden van enkelen opblazen tot een algehele veroordeling van de oorlog en van iedereen die erbij betrokken is. Zo lezen wij nu dat de Geneefse conventie zou moeten worden toegepast op illegale strijders als die in Guantánamo. Wij vermoeden dat het Amerikaanse publiek wel doorheeft dat terroristen als Khalid Sheikh Mohammed, die geen uniform dragen om des te gemakkelijker onschuldige burgers te kunnen vermoorden, niet dezelfde status verdienen als legitieme krijgsgevangenen.

Wij zijn Bagdad binnengetrokken met de belofte de Irakezen te bevrijden van Saddam Hussein [...] en de macht over te dragen aan een vrij Iraaks volk. Dát is wat er nu op het spel staat. De terroristen gokken erop dat wij niet het lef hebben hebben om een smerige guerrillaoorlog uit te vechten die bedoeld is om de daverende militaire overwinning van vorig jaar te doen verkeren in een vernederende strategische nederlaag.

De Singaporese premier Goh Chok Tong heeft het vorige week in zijn toespraak tot de (Amerikaanse) Raad voor Buitenlandse Betrekkingen heel treffend gezegd: ,,Het gaat niet meer om massavernietigingswapens of zelfs maar om de rol van de Verenigde Naties. Het gaat om de geloofwaardigheid van Amerika en zijn wil om te zegevieren.'' Dat was ook de boodschap – veel grover gesteld – van de videoband die op een met Al-Qaeda geassocieerde website werd getoond van de onthoofding van Nick Berg, een Amerikaan uit Philadelphia die onlangs in Irak gevangen was genomen.

Geconfronteerd met deze uitdagingen en gruweldaden willen de Amerikanen niet horen van `volhouden'. Zij willen van onze opperbevelhebber horen dat wij zullen winnen.

Dat betekent in de eerste plaats dat wij onze toezegging moeten nakomen om op 30 juni de macht over te dragen aan de Irakezen, en zo snel mogelijk verkiezingen moeten houden.

Willen de Irakezen een kansje hebben dat dat lukt, dan moet wij intussen zorgen dat zij niet worden belaagd door de mensen die van Fallujah een Ba'athistisch protectoraat willen maken. [...]

Mochten wij in Irak uiteindelijk de strijd verliezen, dan niet omdat het Amerikaanse volk te slap was, te weinig bereid om zich achter de president en zijn ploeg te scharen toen het tegenzat. Het publiek begrijpt iets dat de `deskundigen' en de politieke wereld grotendeels zijn vergeten. Wij zijn nog altijd in oorlog. Onze vijanden begrijpen dat ook. En wij hopen dat zelfs het meest politieke deel van het Witte Huis begrijpt dat de grote vraag niet is wie er gaat winnen in november, maar wie er gaat winnen in Irak.