Parijs en Berlijn: grondwet redden

De Franse en Duitse regering willen voorkomen dat door de tegenstem van slechts één land de invoering van de Europese grondwet volledig kan worden tegenhouden. Op de derde gezamenlijke bijeenkomst van beide regeringen zouden hierover vandaag voorstellen worden besproken. De kans dat één van de lidstaten `nee' zal zeggen wordt groter nu in steeds meer landen referenda over de grondwet zijn aangekondigd. Vooral nu de Britse premier Blair een volksraadpleging over de grondwet heeft toegezegd is die kans toegenomen. De eerste peilingen in het Verenigd Koninkrijk wijzen op een massaal nee.

Volgens de Europese regels kan de grondwet, waarover de regeringsleiders volgende maand een akkoord hopen te bereiken, alleen van kracht worden als deze door alle 25 lidstaten van de Unie wordt geratificeerd. In de grondwet is onder andere de besluitvormingsprocedure binnen de Unie geregeld en staat hoe de Europese instituties verder moeten functioneren.

In het Europees Parlement is al gesuggereerd dat landen die zich tegen de grondwet uitspreken de Unie zouden moeten verlaten. Frankrijk en Duitsland willen af van het unanimiteitsbeginsel. Zij proberen de tekst van de grondwet van een clausule te voorzien, waarin wordt bepaald hoeveel landen voor de tekst moeten stemmen om deze rechtskracht te geven. Landen die niet ratificeren zouden in de Unie eventueel een speciale status krijgen. Overigens voorziet de tekst van de ontwerpgrondwet ook in de mogelijkheid dat lidstaten de EU vrijwillig kunnen verlaten. Dat is volgens de tekst van het nu geldende verdrag nog niet mogelijk.

Binnen Europa worden naast Groot-Brittannië ook Nederland, Polen en Denemarken beschouwd als risicolanden die zich per referendum tegen de grondwet kunnen uitspreken.