`Nederland mag Iraakse volk niet laten vallen'

Condoleezza Rice, de Nationale Veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president Bush, brak gisteren een lans voor het Iraakse volk. Nederland moet ook na eind juni in Irak een rol blijven spelen, vindt zij.

Het Iraakse volk verdient een kans. De wereld heeft belang bij een democratiserend Midden-Oosten. Daarom is het belangrijk dat Nederland, ook na eind juni, deel blijft uitmaken van de coalitie-strijdkrachten in Irak.

Dat zei Condoleezza Rice, de Nationale Veiligheidsadviseur van president Bush, gisteren in gesprek met vertegenwoordigers van een aantal Europese media, waaronder deze krant.

Zij deed dat terwijl de internationale verontwaardiging hoog oploopt over de beelden van mishandeling en vernedering van Irakezen door Amerikaanse militairen.

De rechterhand van president Bush toont begrip voor de schok om het eerste Nederlandse militaire slachtoffer in Irak, de sergeant van het twaalfde bataljon van de Luchtmobiele Brigade. De man overleed maandag na een aanval met granaten op een groepje Nederlandse militairen.

,,Amerika rouwt met iedere dode. Het zijn grote offers die worden gebracht door moedige mensen die werken aan de wederopbouw van Irak. Wij begrijpen hoe groot die offers zijn. Zij zijn nooit gemakkelijk te aanvaarden. Maar wat wij trachten te bereiken is een nobel doel.''

Volgens Rice bestaat nu een kans de Irakezen een stabiele en vrije samenleving te bezorgen, ,,waarin zij niet worden onderworpen aan de martelingen en onderdrukking van Saddam Hussein''. Ook de regio verdient het verschoond te blijven van de dreiging die uitging van het nu verdreven regime, dat buurstaten binnenviel en de regio destabiliseerde.

De regering-Bush vat de oorlog tegen het terrorisme ruimer op dan alleen maar het bestrijden van Al-Qaeda, aldus Rice. Het gaat er ook om ,,de omstandigheden weg te nemen die leidden tot het ontstaan van de fundamentalistische jihad-bewegingen die ons allen bedreigen''. Volgens de Nationale Veiligheidsadviseur is het geen optie ,,het Midden-Oosten voort te laten gaan op de oude weg. We kunnen dat gevecht niet ontlopen.''

Condoleezza Rice reist het komende weekeinde naar Moskou en Berlijn. Zij hoopt daar onder meer voortgang te boeken met het bespreken van een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Deze moet ook na de soevereiniteitsoverdracht, eind juni, de bevoegdheden van de coalitietroepen in Irak vastleggen. Rice verwacht dat de resolutie voor eind juni wordt aangenomen.

De veiligheidsadviseur erkent dat na het schandaal over de martelingen in de Abu Ghraib-gevangenis veel vertrouwen moet worden herwonnen. Niets zal `business as usual' zijn. ,,Dit gaat niet weg. We moeten er over blijven praten. En dat is het verschil met sommigen die wij bestrijden. Het is nu zaak te laten zien hoe een democratie werkt. Mensen doen slechte dingen, maar wij stoppen ze niet in de doofpot.''

Rice ontkent dat zij kandidaat is om minister van Defensie Donald Rumsfeld op te volgen, mocht hij aftreden. De vraag is overigens niet aan de orde, verzekert zij. De president heeft alle vertrouwen in Rumsfeld, die uitstekend werk heeft gedaan bij het moderniseren van de Amerikaanse strijdkrachten.

De gebeurtenissen in Iraakse gevangenissen vormen geen aanleiding voor de Amerikaanse regering haar standpunt te herzien ten aanzien van het Internationaal Strafhof. De regering in Washington mijdt het Hof in Den Haag en blijft, volgens Rice, meer vertrouwen hebben in het Amerikaanse rechtssysteem.

De openheid van de behandeling van de rechtszaken tegen de mishandelaars in de gevangenissen zal bewijzen dat die opvatting gerechtvaardigd is, stelt ze.

In de krant van zaterdag een artikel over de stemming in Amerika met Condoleezza Rice en Richard Clarke.

D66 onder drukpagina 3

nieuwe beeldenpagina 5