Meer tijd nieuwe landen voor budget

De Europese Commissie geeft Cyprus, Hongarije, Malta, Polen, Slowakije en Tsjechië extra tijd om hun te hoge budgettekorten onder de 3-procentsnorm van het Stabiliteits- en Groeipact te brengen. Wel heeft de Commissie gisteren een eerste stap gezet in de excessief-tekortprocedure tegen deze zes nieuwe lidstaten van de Europese Unie.

Volgens eurocommissaris Joaquin Almunia (Economische en Monetaire Zaken) geldt voor deze landen de clausule over ,,speciale omstandigheden'' uit het pact. Daarom zal hun een ,,meerjarige aanpassingsperiode'' worden gegeven om het tekort onder de 3 procent te brengen. Almunia noemde als speciale omstandigheid het hoge tekortniveau van de zes landen bij hun toetreding tot de EU op 1 mei en de structurele veranderingen in de economie die nog plaatsvinden.

De Europese Commissie stelde gisteren rapporten op over zes van de tien nieuwe lidstaten, die een budgettekort van meer dan 3 procent hebben. De tekorten liepen in 2003 uiteen van 3,6 procent van het bruto nationaal product in Slowakije tot bijna 13 procent in Tsjechië. Bovendien hebben Cyprus (72,3 procent) en Malta (72 procent) een staatsschuld boven de referentiewaarde van 60 procent. Zolang de landen niet aan de euro meedoen, kunnen tegen hen nog geen sancties worden getroffen.

Commissaris Almunia onderstreepte dat de Commissie de landen ,,van geval tot geval'' zal beoordelen. Eind deze week moeten alle nieuwe lidstaten hun zogenoemde convergentieprogramma's in Brussel inleveren. De zes met een te hoog tekort moeten hierin een tijdschema aangeven voor terugdringing van het tekort onder de norm. ,,We verwachten dat deze tijdschema's realistisch zijn en in overeenstemming met hun ambities om op middellange termijn aan de euro mee te doen'', aldus Almunia. De Commissie komt op 23 juni met concrete aanbevelingen voor de zes nieuwe lidstaten, waarna de Ecofin-ministers zich er begin juli over uitspreken.

De tien nieuwe lidstaten zijn verplicht aan de euro mee te doen, wanneer ze aan de Maastricht-criteria voor onder meer tekort en schuld voldoen. Wel moeten zij eerst twee jaar meedoen in het Europese wisselkoersmechanisme (ERM II).

De wisselkoersen moeten in deze periode stabiel zijn en de inflatie mag niet meer dan 1,5 procent hoger zijn dan die van de best presterende landen. Cyprus, Estland, Litouwen en Slowenië hebben gezegd de euro in 2007 te willen invoeren. Hongarije wil volgens zijn uitgelekte convergentieprogramma niet langer in 2008 tot de eurozone toetreden maar pas twee jaar later, in 2010.