Katoen en suiker

De prijzen voor ruwe suiker en katoen op de wereldmarkt zijn laag, ongeveer vijf eurocent voor een pond suiker en vijftig eurocent voor een pond katoen. Voor ontwikkelingslanden waar suikerriet en katoenplanten goed verbouwd kunnen worden, is dat ongunstig. Producenten in de Verenigde Staten en in de Europese Unie hebben geen last van de lage prijzen op de wereldmarkt. Amerikaanse katoenboeren ontvangen jaarlijks drie miljard dollar landbouwsteun, Europese katoenboeren 700 miljoen euro. Europese exporteurs van (biet)suiker zijn gevrijwaard van de lage wereldmarktprijzen door de gegarandeerde hogere prijzen op de Europese markt en de exportsubsidies van het Europese landbouwbeleid. Die subsidies drukken de prijzen op de wereldmarkt, ten koste van boeren in ontwikkelingslanden.

In oktober vorig jaar liepen de onderhandelingen over een nieuwe ronde van handelsliberalisatie stuk op katoen. En groepje arme Afrikaanse landen – Benin, Burkina Faso, Mali en Tsjaad – blokkeerde voortgang in deze zogenoemde Doha-ronde omdat de rijke landen niet bereid waren over afschaffing van de katoensubsidies te praten. Maar nu lijken eindelijk een paar stappen gezet te gaan worden om te stoppen met deze subsidies. Vorige maand oordeelde een geschillencommissie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) dat de Amerikaanse katoensubsidies strijdig zijn met de regels van de WTO. De uitspraak leidde in de Verenigde Staten tot venijnige reacties dat de Amerikaanse soevereiniteit werd aantast en was koren op de molen van de tegenstanders van de WTO. Maar de WTO houdt voet bij stuk.

Deze week kondigde de Europese handelscommissaris, Pascal Lamy, aan dat de EU bereid is de exportsubsidies voor landbouwproducten zoals suiker te schrappen. De Doha-ronde, die sinds het echec van oktober vorig jaar stilligt, zou hiermee weer vlot getrokken moeten worden. Het is een gebaar naar de ontwikkelingslanden om hun verzet tegen de nieuwe handelsronde op te geven, en het is een uitdaging aan de Verenigde Staten. Als de EU bereid is tot concessies, kunnen de VS niet achterblijven. Het Europese bod gaat in praktische zin om een beperkt bedrag, exportsubsidies leggen beslag op slechts 5 procent van de totale uitgaven van het Europese landbouwbeleid (45 miljard euro). Maar de symbolische betekenis ervan is aanzienlijk. Afschaffing past overigens in het kader van de hervormingen van het landbouwbeleid waarover Brussel overeenstemming heeft bereikt. Niettemin verklaarde de Franse minister van Landbouw, Gaymard, zich een fel tegenstander van het voorstel van zijn landgenoot Lamy. Frankrijk ligt altijd dwars als het om concessies op agrarisch handelsgebied gaat, maar lijkt geïsoleerd binnen de EU.

Een doorstart van de Doha-handelsronde is van het grootste economische belang. Vrije handel is geen zero sum game, het resultaat van handelsliberalisatie is niet nul maar positief. Er zijn altijd gedupeerde groepen, maar vrije handel brengt uiteindelijk voor alle betrokken economieën, inclusief die van ontwikkelingslanden, welvaartsvoordelen. Zeker voor de katoen- en suikerboeren als er een einde komt aan Europese en Amerikaanse marktverstorende subsidies.