I La Galigo glashard en spannend

Alleen Indonesische danseressen kunnen dat ene, fatale handgebaar maken. Ze strekken de onderarm, vouwen de handpalm loodrecht naar buiten en buigen vervolgens de lange vingers terug naar het lichaam. Het is een afwerend gebaar, veelal gemaakt naar mannen die de vrouw te nabij komen. In de voorstelling I La Galigo van de choreograaf, beeldend kunstenaar en regisseur Robert Wilson staat de gouden prinses Wé Tengriabéng in deze houding, waarbij ze de man die verliefd op haar is afwijst. Met alle rampspoed en oorlog vandien, uiteindelijk uitmondend in verzoening en geluk.

In I La Galigo laat Robert Wilson zich inspireren door het epische gedicht Sureq Galigo van de Buginezen op Zuid-Sulawesië, het vroegere Celebes. Het volksepos dateert uit de veertiende tot de zeventiende eeuw. Deze heilige teksten gaan over de creatie van de wereld, verdeeld over een Onder-, Midden- en Bovenwereld. Het uitermate ingewikkelde verhaal vol wendingen, verstrengelingen en familievetes krijgt bij Wilson een glasheldere vormgeving, zoals hij dat eerder deed met avant-garde producties als Deafman Glance (1970), Einstein on the Beach (1976) en de reeks The CIVIL warS, begonnen in de jaren tachtig.

Wilson is een estheet en geen dramaticus. Hij denkt in beelden en het is aan de toeschouwer die te interpreteren. In I La Galigo heeft hij zijn hang naar vereenvoudiging tot het uiterste doorgevoerd. De handeling speelt zich af tegen een enorm achterdoek, dat telkens weer van belichting en dus van kleur verandert. Vaak is er een fraai samenspel tussen de authentieke muziekinstrumenten (veel trommels, fluiten) en de sfeer van het doek. Met een slag op de percussie krijgt alles een andere atmosfeer. Hierdoor ontstaat een krachtig effect van actie en begeleiding. Op de voorgrond zit een zwijgend personage dat een boek leest, het epos zelf. Achter zijn rug vindt de strijd plaats tussen de vorstelijke personages en gewone stervelingen.

Als een draaikolk wervelt het verhaal rondom de kern, die van de Gouden Tweeling, een prins en prinses. Zij mogen elkaar nooit ontmoeten, want dan worden ze verliefd op elkaar en gaat het koninkrijk aan incest ten onder. De prinses is trots en hooghartig, de jonge prins daarentegen verslaafd aan hanengevechten. Een Bissu-priester die neerdaalt in een ragfijne, als verzilverde kooi uit de hemel moet hem tot orde manen.

In een trage, uitgesponnen choreografie beeldt Wilson met traditionele dansers en muzikanten het aloude verhaal over strijd en verlossing uit. De combinatie van New-Yorkse avant-garde en traditionele Indonesische speelstijlen is gewaagd. Nergens wordt de voorstelling folklore. Wilson weet als geen andere theatermaker stilering tot een minutieuze perfectie en daardoor tot drama en zelfs spanning te voeren.

Het beeld van de Gouden Tweeling die elkaar moet verliezen en aldoor verlangt elkaar terug te vinden, laat hij zien door hen aanvankelijk met witte doeken samen te binden. Dan valt het tweetal uiteen om vervolgens elkaar, als bij toeval, opnieuw omsluierd te weten. Het gevaar bij Wilson is dat hij vaak te mooie plaatjes toont en dat de betekenis aan kracht inboet. Bij I La Galigo is dat niet het geval. De muziek is in elk geval niet getemperd maar rauw en heftig. De zangstemmen die het verhaal vertellen kunnen buitensporig schel opklinken en dan weer lyrisch verzachten. Huilt de gouden prinses, dan dalen langs het achterdoek grote glazen tranen neer. Zo trekt deze voorstelling aan de toeschouwer voorbij als een dromige, soms nachtmerrieachtige stroom van beelden die een magische oorsprong hebben maar in een krachtige hedendaagse vormentaal zijn gevangen.

Voorstelling: I La Galigo door Robert Wilson naar Sureq Caligo.Tekst: Rhoda Grauer; muziek: Rahayu Supanggah. Gezien: 12/5 Muziektheater, Amsterdam. Te zien 14,15/ 5 aldaar. Aanvang: 19u. Res.: www.gastprogrammering.nl; 020-6255 455