Hoe een rustige wijk snel verpaupert

De wijk rondom de Dierenselaan in Den Haag gaat steeds meer op het aangrenzende Transvaal lijken. Tot ongenoegen van autochtone bewoners en ondernemers.

Ubeydullah Ylderim maakt met een somber gezicht dobbelsteentjes van een enorme homp vlees. De 21-jarige eigenaar van de eerste Turkse slagerij/levensmiddelenzaak op de Haagse Dierenselaan wijst met zijn mes naar de overkant van de straat. Hij baalt, want er komt daar een tweede Turkse slager. Ylderim ergert zich aan ,,die buitenlanders'' die hier zaakjes openen. ,,Buitenlanders verkopen allemaal dezelfde producten.'' Nederlanders hebben meer verstand van zaken doen, denkt hij.

Vorig jaar kocht Ylderim de zaak, waar hij sinds 2001 werkte. Hij heeft er spijt van. ,,Ik heb heel weinig klanten.'' Hij wijst naar buiten. ,,Kijk, het is een lege straat, er komt hier niemand.'' Ylderim ziet de toekomst somber in. ,,Ik ga binnenkort weg. Iedereen gaat binnenkort weg als het zo doorgaat.''

Hier, aan de rand van de Haagse achterstandsbuurten Transvaal en Schilderswijk, ligt de Dierenselaan. Ooit een ,,topwinkelstraat'', nu een straat in verval. Al in 2001 constateerde het gemeentebestuur de eerste tekenen van verpaupering en economische achteruitgang. Er ontstond een ,,achterstandsachtig'' karakter. Door geldgebrek kon de gemeente toen geen grootschalige maatregelen nemen. Anderhalve maand geleden besloot de gemeente dat langer wachten echt niet kon. Verder afglijden, zoals met zoveel winkelgebieden in Transvaal en de Schilderswijk gebeurde, mocht niet.

Wie nu vanuit de Haagse wijk Transvaal de De la Reyweg oversteekt en op de Dierenselaan terechtkomt, passeert een onzichtbare grens. Terwijl in de `zwarte wijk' Transvaal eindeloze rijen sociale woningbouw, import-/exportwinkels en buitenlandse snackbars het straatbeeld bepalen, en autochtonen op de vingers van één hand te tellen zijn, oogt de wijk Rustenburg-Oostbroek als een rustige, gemengde, en wat gezapige middenstandsbuurt. Maar de grens vervaagt. En verschuift.

Het verval is nog moeilijk zichtbaar. Zeker op een mooie lentedag bepalen de bloeiende bomen en de gemoedelijke drukte het straatbeeld. De grasbegroeide trambaan die de straat doormidden snijdt geeft een landelijk tintje.

Wie wat nauwkeuriger naar de laan kijkt ziet ook andere dingen. Op de 350 meter die de straat lang is, staan acht winkelpanden leeg. Van de portiekwoningen daarboven staan er tien te koop. Bij nogal wat bovenwoningen wijst de staat van de gordijnen of luxaflex op minder vermogende bewoners. De uitzendbureaus hebben de straat ontdekt, en ook de eerste Turkse bakker, de eerste Turkse slager en een belwinkel zijn ingetrokken.

Gaat het echt zo slecht met de Dierenselaan? Veel ondernemers vinden van wel. Het is ,,verschrikkelijk'' of ,,vreselijk''. Zeker de oudgedienden sommigen zitten er al dertig jaar klagen over de veranderingen. Vroeger was de winkelstraat chic, druk en gezellig. Ook de bewoners zijn bezorgd. Volgens Willem van der Meer, voorzitter van de bewonersorganisatie en al dertig jaar buurtbewoner, is de laan het sociale hart van de wijk. Dat blijkt ook in de winkels. Een continue aanloop van buurtbewoners die een praatje komen maken is regel, op straat lijkt het een klein dorp waar iedereen elkaar kent.

De stemming onder de ondernemers is gelaten. Afwachten en praten over het gezellige verleden toen iedereen nog meebetaalde voor de kerstverlichting en sinterklaas lijkt het devies. ,,Aan de moraal en het verantwoordelijkheidsgevoel van ondernemers schort het wel wat in de straat'', vindt Jeroen Koffijberg, `hotspot'-coördinator voor de Dierenselaan. Dat beaamt sportzaakeigenaar Frits Lubout, die al jaren zonder resultaat probeert een nieuwe winkeliersvereniging op te zetten. ,,Ik bén de winkeliersvereniging'', schertst hij. Hoewel alle ondernemers zeggen een vereniging te willen is de apathie groot. Volgens Koffijberg, aangesteld om de toenemende criminaliteit en overlast in de straat te bestrijden, wordt er vooral veel geklaagd. De nood is ook hoog. ,,Maar de gemeente kan niets zonder hulp van de ondernemers.''

Het is vooral de verschraling van het winkelaanbod waar men zich druk om maakt. De laatste jaren verdwenen de ijzerhandel, de juwelier, de dierenwinkel, de drogisterij, de schoenenwinkel, de kantoorboekhandel, de tassenwinkel. Piet Innemee, al dertig jaar eigenaar van een behangzaak, is bitter: ,,Vroeger waren er hier allemaal prachtige winkels, maar wat krijgen we ervoor terug? Uitzendbureaus en avondwinkels.''

Hoewel ze toegeven dat de economische achteruitgang van de laatste jaren een rol speelt, ligt de oorzaak van die verschraling volgens bijna alle autochtone ondernemers bij de verzwarting van de wijk. In 1995 was 14 procent van de bevolking van Rustenburg-Oostbroek allochtoon, nu is dat 38 procent. Cindy Bonsink, sinds vijf jaar barvrouw van café The New Mills, wijst richting Transvaal. ,,We krijgen hier de laatste jaren wel veel buitenlanders, het trekt heel erg door vanuit de Paul Krugerlaan.'' Dat vindt ook Lucianne Beck, sinds drie jaar waarnemend manager van de plaatselijke Blokker en al 33 jaar buurtbewoner. ,,Ik heb Transvaal achteruit zien vliegen, maar dacht dat hier niet kon gebeuren.'' Nederlanders voelen zich hier niet meer thuis en trekken uit de wijk weg, zegt bijna iedereen.

Het is een ontwikkeling die de gemeente al in 1997 voorzag: de bouw van Vinexwijken aan de rand van de stad zou tot een uittocht van de toenmalige bewoners van Rustenburg-Oostbroek uit hun oude en vaak kleine woningen leiden, vertelt projectleider Dierenselaan Ben Veen. Die leegstand zou bewoners van Transvaal en de Schilderswijk, waar grootschalige stadsvernieuwingen plaatsvinden, aantrekken. Vooral allochtone gemeenschappen zijn in groten getale de wijk binnengetrokken. Een massale uittocht wil de gemeente voorkomen.

Mensen die er al woonden krijgen daarom ondersteuning en subsidie als zij hun woningen willen vergroten, en in het najaar opent de gemeente een servicecentrum om de toegankelijkheid van die regeling te vergroten. Met huiseigenaren (van de 8.300 woningen in de wijk zijn er ongeveer 7.500 in particuliere handen, waarvan er zo'n 2.800 worden verhuurd) zijn afspraken gemaakt over uitvoeren van achterstallig onderhoud. De gemeente knapt de openbare ruimte op.

De gemeente nam in 2004 een hele batterij maatregelen. Extra politiesurveillances tegen de toenemende winkeldiefstal. Een toezichtteam van jongeren tegen onaangepast gedrag op straat. Het handhavingsteam moet foutparkeren, verkeerd geparkeerde vuilnis en andere problemen op straat (die een opknapbeurt krijgt) verhelpen. Verhuur van huisjesmelkers aan illegalen toegenomen door repressief optreden in Transvaal en Schilderswijk wordt bestreden.

In augustus komt er een `winkelstraatmanager'. Deze moet de winkeliersvereniging nieuw leven inblazen en ervoor zorgen dat er alleen nog nieuwe, ,,wenselijke'' winkels komen. Er is zelfs geld vrijgemaakt om bedrijfspanden te huren om onwelgevallige winkeltypes buiten de deur te houden. Hoewel Veen aangeeft het vestigen van onwelkome bedrijven ,,waarschijnlijk niet'' te kunnen voorkomen, heeft hij goede hoop dat de gemeente toch bij kan sturen. Hij noemt als voorbeeld de komst van de Hema, die door een ,,actieve logistieke en organisatorische ondersteuning'' van de gemeente binnenkort een vestiging op de laan opent.

Cathy Abels, eigenaresse van tabakszaak Abeltje, ligt geen minuut wakker van de veranderingen in de wijk. Vier jaar geleden verplaatste ze de Turkse en Arabische kranten naar de hoogste plaatsen in het krantenrek. Haar nieuwe klanten vroegen erom. Over de nieuwkomers haalt ze laconiek haar schouders op. ,,Die lui komen ook gewoon hier voor hun sigaretje en hun tramkaart.''