Filmmaker Almodóvar heeft zonnebril niet nodig

De Spaanse film La mala educación heeft het filmfestival van Cannes geopend. Regisseur Almodóvar stond echter in de schaduw van juryvoorzitter Tarantino. En de Japanse film Nobody Knows blijft veel langer nagalmen.

Voorlopig ligt de voorzitter van de jury voor op de filmmakers. Quentin Tarantino kreeg bij de oversteek van de interviewkamer van Cannes-tv naar de zaal voor de persconferentie gefluit en geklap en kreetjes (`Kahntè!' `Monsieur Tarahtinó!') naar het hoofd geworpen, die de Amerikaan met een elegant handkusje beantwoordde. Een paar uur eerder had regisseur Pedro Almodóvar speciaal voor diezelfde oversteek van een paar meter een zonnebril opgezet. Dat was niet nodig, de Spanjaard kreeg een beleefd applausje en kon zonder verder poseren plaatsnemen achter de tafel voor de persconferentie met enkele hoofdrolspelers uit zijn film. Onder hen de snel rijzende Mexicaanse ster Gael García Bernal (Amores perros, Y tu mama también), die behalve in La mala educación in nog een hoofdfilm van Cannes speelt, Diarios de motocicleta van Walter Salles.

Almodóvars La mala educación (Slechte opvoeding) mocht het festival openen en dat maakte hem duizelig van geluk, zei hijzelf. Dat, plus het feit dat bij de eerste voorstelling al meer mensen waren komen kijken dan destijds bij zijn succesfilm Hable con ella. De implicatie in de vraag of dit zijn meest persoonlijke film was – hij is gebaseerd op een idee dat Almodóvar al sinds eind jaren zeventig bij zich droeg – weerde Almodóvar af door expliciet te zeggen dat hij een dergelijk verhaal uit zijn jeugd kent, maar het niet zelf heeft meegemaakt.

Waarom Almodóvar juist dit melodrama zelf zou hebben beleefd, van alle melodrama's die hij al filmde, kon de vraagsteller niet duidelijk maken. Misschien het feit dat de slechte opvoeding in kwestie plaats heeft op een katholieke school als waarop de regisseur zelf heeft gezeten. Verder bevat de film alle elementen uit de films waarmee Almodóvar de laatste jaren zoveel succes heeft geboekt (Todo sobre mia madre, Hable con ella), dus wemelt het van de verslaafde travestieten, armoedige striptease-shows, persoonsverwisselingen en versmade passies. Er zit zelfs net als in Hable con ella een door Almodóvar vervaardigd `oud' filmfragment in. De hele film is opgenomen in soapstijl: shot en tegenshot bij gesprekken, close-ups van smachtende blikken, duidelijke aanduidingen voor de locaties, slow-motion als het gevoelig wordt, en een enkele memorabele scène. Ook deze Almodóvar-film zal zijn weg naar het publiek wel vinden.

Daar krijgt de Japanner Kore-eda Hirokazu het veel moeilijker mee. Tijdens zijn bijna tweeënhalf uur durende Nobody Knows vielen hier en daar mensen in de zaal in slaap. Dat verdient de film niet. Nobody Knows is een beklemmend portret van een gezin in staat van ontbinding en om die beklemming te bereiken, moet Hirokazu wel traag te werk gaan. Hij laat in het eerste beeld iets van het slot zien, en met dat beeld voor ogen bekijken wij dan de Werdegang van twaalfjarige Akira, zijn zusjes en broertje en hun al te nonchalante moeder.

In alle rust zien we de kinderen hun dagelijkse gang gaan, eerst met hun moeder erbij, dan zonder hun moeder. Op het eerste gezicht maakt het niet veel uit, maar langzamerhand kruipt het verval de film binnen. Hirokazu (wiens Afterlife uit 1998 het meest recent in Nederland te zien was) heeft geen sensationele scènes nodig om het ergste te laten zien. Integendeel, we zien dag in dag uit dezelfde kamers, dezelfde straat, dezelfde winkel, hetzelfde speeltuintje en toch krijgen ze allemaal nieuwe betekenissen naarmate de film vordert. Wat het langst blijft nagalmen is het overlevingsinstinct van de kinderen en hoe dierlijk het haast is.

's Avonds bij de officiële opening en de eerste gelegenheid op de rode loper van de trappen naar het festivalpaleis, sprongen de culturele parttimers (intermittents) tevoorschijn om een sitdown-staking te houden tegen een voorgenomen korting op hun vergoeding. Na ruim een uur stapten ze weer op.