Brusselse vleespotten

Sinds 1 mei delen tien nieuwe landen mee in de Brusselse steunfondsen voor armere regio's. De subsidies zijn duur voor alle betrokkenen: nettobetalers én -ontvangers. Maar ,,belangrijk om spanningen in Europa af te bouwen''.

Milan Belica, een forse man met vrolijke ogen, is een doener. Hij komt uit het kleine, katholieke Slowakije en hij heeft vandaag tijdens zijn bezoek aan Brussel één doel voor ogen: een stukje uit de Europese subsidieruif zien te veroveren voor zijn provincie Nitra. ,,We hebben grote behoefte aan goede wegen en beter onderwijs zodat we de vele werklozen aan banen kunnen helpen'', zegt Belica.

Slowakije ontwikkelt zich erg dynamisch. ,,We zijn zelfs de belangrijkste autoproducent ter wereld geworden'', zegt hij niet zonder trots. ,,We produceren één miljoen auto's per jaar.'' Volkswagen, Peugeot, Hyundai – ze zitten er allemaal. Maar Slowakije is er nog lang niet. ,,Het grootste deel van ons land is arm. Ook Nitra. Subsidies uit Europa hebben we hard nodig'', zegt Belica.

Belica was een van de deelnemers aan een grootscheepse tweedaagse conferentie deze week van de Europese Commissie in Brussel over de verdeling van de Europese regionale subsidies. Liefst 1.200 bestuurders uit heel Europa hadden zich in het Henri Spaakgebouw van het Europees Parlement in Brussel verzameld – van Schotland tot Groningen en van Toscane tot Plovdiv in Bulgarije dat in 2007 tot de EU hoopt toe te treden.

Vooral de landen uit Midden-Europa waren in groten getale gekomen. Honderden Polen, Hongaren, Slowaken, Tsjechen, Esten en Letten waren present. Maar ook Spanjaarden, Portugezen, Italianen, Fransen en Nederlanders waren royaal vertegenwoordigd. Er staat dan ook veel op het spel: hoe moeten de Europese subsidies (structuurfondsen en regionale subsidies) voortaan worden verdeeld nu west en oost in Europa sinds 1 mei met elkaar zijn herenigd. Het gaat om veel geld: ruim eenderde van de Europese begroting van 100 miljard euro per jaar wordt uitgegeven aan de structuurfondsen, economische en sociale subsidies voor de armere regio's in Europa.

Eigenlijk is het simpel. De subsidies zijn overwegend bedoeld om welvaartsverschillen tussen regio's en sociale groepen te verkleinen. Het meeste geld gaat naar de armste gebieden waar het inkomen per hoofd van de bevolking lager is dan 75 procent van het gemiddelde in de Europese Unie. Daartoe horen alle tien de nieuwkomers uit Oost-Europa en Malta en Cyprus, want 92 procent van de nieuwe leden heeft een inkomen ver beneden 75 procent. In het Slowakije van Milan Belica komt het inkomen per hoofd niet boven de 44 procent uit.

,,Wij maken ons nog geen zorgen, voorlopig zitten wij goed'', zegt de Poolse staatssecretaris voor Economische Zaken en Arbeid, Krystyna Gurbiel. Ze is meer buiten de vergaderzaal te vinden want ze is vooral in Brussel voor networking. De nieuwe lidstaten kunnen tussen 2004 en 2006 rekenen op minimaal 22 miljard euro, waarvan Polen als grootste land 12,8 miljard krijgt, rekent ze voor. ,,We willen het geld vooral besteden aan kleine en middelgrote ondernemingen, verbetering van wegen en spoorlijnen en onderwijs voor werklozen en leraren.'' Maar de Europese subsidie is ook duur voor Polen: Europa geeft alleen geld als nationale financiers eveneens meedoen. Voorlopig is dat geen probleem, zegt Gurbiel. ,,De regering betaalt 4 miljard mee'', zegt ze. ,,Dat is veel geld, maar voor ons heeft investeren in onze eigen mensen topprioriteit. We hebben 20 procent werklozen voor wie we banen nodig hebben.''

Het zal nog lastig genoeg worden. Dat onderstreepte ook de Hongaarse premier Péter Medgyessy in Brussel. ,,Wij hebben de afgelopen vijftien jaar veranderingen doorgemaakt waar de oude leden van de Unie vijftig jaar voor nodig hadden. Sociale spanningen zijn onvermijdelijk en resultaten kunnen lang op zich laten wachten'', waarschuwde Medgyessy. Ook wees hij onverbloemd op spanningen in de Europese Unie tussen de ontvangers van subsidies en de nettobetalers – landen zoals Duitsland en Nederland die meer aan de Unie betalen dan ze via subsidies terugkrijgen. De Franse minister voor Transport Gilles de Robien had niet onder stoelen of banken gestoken dat de lage lonen en belastingen waarmee Midden-Europa West-Europese bedrijven lokt, hem helemaal niet bevalt (,,Daar hoor ik de Commissie niet over''). ,,Wij vinden het vooral belangrijk om in Europa spanningen af te bouwen'', zei de Hongaarse premier verzoenend.

Ook twee andere nieuwkomers, Bulgarije en Roemenië die in 2007 bij de Unie hopen te komen, liepen zich warm in Brussel. ,,De beste uitgangspositie heeft hij die harder werkt'', zei de Bulgaar Gioka Petrov, gouverneur uit Plovdiv. Zijn land was met zeventien man gekomen. ,,De werkloosheid is hoog en mensen moeten beter worden opgeleid zodat we een rol kunnen spelen in hoogwaardige technologieën.'' Voorlopig moet Bulgarije eerst lid zien te worden van de Unie. ,,We hóren bij Europa. Bulgarije is al 1.300 jaar christelijk. Ons probleem is dat Europa ons Bulgaren te weinig kent.''