Zorg over gevangenen Irak

Volgens Defensie worden Iraakse gevangenen in Nederlandse handen goed behandeld. Politici maken zich zorgen over het optreden van Amerika.

`Onze gevangenen' worden in ieder geval goed behandeld, verzekert het Nederlandse ministerie van Defensie. Al sinds het begin van de Nederlandse militaire missie in Irak houden Nederlanders die zijn gedetacheerd op het Britse `contingentscommando' nabij Basra een oogje op wat er gebeurt met Irakezen die door de Nederlanders in de provincie worden gearresteerd. Deze arrestanten worden steeds zo snel mogelijk aan de Britten overgedragen. Omdat Nederland, juridisch gesproken, geen `bezettingsmacht' is, kunnen de Nederlandse militairen eventuele gevangenen in Irak niet zelf in detentie houden.

Bij de inspecties, die volgens Defensie ongeveer maandelijks plaatsvinden, zou zijn gebleken dat `onze' arrestanten goed zijn behandeld. Desondanks maakt politiek Den Haag zich in toenemende mate zorgen over de mogelijke invloed van het inmiddels publiekelijke schandaal in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad, en de vele honderden, nog ongepubliceerde foto's die er bestaan van de marteling van Iraakse gevangenen door Amerikanen.

Minister Bot (Buitenlandse zaken) heeft zijn Amerikaanse collega Powell gisteren telefonisch voorgehouden dat de zaak van de martelingen de Nederlandse discussie over het al of niet blijven van de Nederlandse troepen in Irak sterk bezwaart. ,,Het maakt het er niet makkelijker op'', aldus Bot tot Powell, die naar Den Haag belde om de Nederlandse regering medeleven te betuigen met het sneuvelen van een Nederlandse militair. Dat wat er in de Abu Ghraib-gevangenis boven water is gekomen `absoluut niet kan' was – naar verluidt – Powell met zijn Nederlandse collega eens.

Voor Boris Dittrich van D66, die van de drie coalitiepartijen het meest twijfelt over de zin van het blijven van de Nederlanders in Irak, zijn de martelingen in de Abu Ghraib-gevangenis relevant in de discussie over het blijven of gaan van de Nederlandse militairen: ,,Niet in directe zin. Ik ga ervan uit dat het gebeurde goed onderzocht wordt, en het verschijnsel de kop wordt ingedrukt. Maar in indirecte zin speelt het wel degelijk een rol'', aldus Dittrich.

,,Ik kan me goed voorstellen dat door deze foto's de Iraakse bevolking het vertrouwen in zijn bevrijders verliest, en in het algemeen de weerzin tegen de troepen van buitenlandse mogendheden toeneemt'', zegt de D66-leider. ,,Dat heeft wel degelijk gevolgen voor de veiligheid van de troepen, want ik denk dat de Irakezen niet zo'n scherp onderscheid maken tussen wie Amerikaan of Brit is, en wie uit een ander land komt''.

PvdA-buitenlandwoordvoerder Koenders wil er eveneens voorlopig van uitgaan dat het gebeurde in de Abu Ghraib-gevangenis een geïsoleerde ontsporing is, en geen uiting van een Amerikaans beleidslijn jegens krijgsgevangenen. Hij heeft, vorige week al, Bot gevraagd op welk moment de Nederlandse regering op de hoogte was van de martelingen en of zij vorig jaar op de hoogte was van de kritische berichten van het Rode Kruis over deze materie.

Enig wantrouwen is geboden, meent Koenders – temeer daar in Washington nog niet de onderste steen in de affaire boven lijkt. ,,Er lijkt een zekere logica in deze verschijnselen te zitten'', zegt Koenders, verwijzend naar eerdere verhalen door marteling van gevangenen in Afghanistan. ,,Krijg je dit niet vanzelf wanneer je met weinig troepen zo'n oorlog voert? Wanneer je terreurbestrijding gaat omschrijven in klassieke oorlogstermen, dreigt dan niet steeds het risico dat de grenzen tussen de publieke vrijheden en rechten, en de noodzakelijkheid op tijd informaties in te winnen van je krijgsgevangenen al vlug vervagen?''

Vormt de beeldvorming in de Arabische wereld rondom het gebeurde in de Abu Ghraib-gevangenis het failliet van het Amerikaanse streven om met militaire middelen in Irak de democratie te vestigen? Koenders: ,,Zover ga ik nog niet. Maar dit toont wel aan dat zoiets niet in een handomdraai kan. En dat heeft weer erg veel te maken met de methode van de Amerikaanse interventie tot nu toe: te weinig internationale betrokkenheid, en te weinig legitimiteit''.

Overigens is de situatie van Amerikaanse (krijgs-)gevangenen al langer een zorg van de Nederlandse regering. In december 2003 heeft minister Bot, tijdens zijn bezoek aan Washington, Powell nogmaals gewezen op de Nederlandse zorgen over de status van de (merendeels Afghaanse) gevangenen in Guantanamo Bay op Cuba, die naar Amerikaans inzicht `terroristen' zijn. Derhalve vallen zij, als `unlawfull combattants', niet onder de beschermende bepalingen van de Conventie van Genève ten aanzien van krijgsgevangenen. Deze bepalingen verbieden martelingen. Bot klaagde naar aanleiding van dat gesprek dat de ,,Amerikanen helaas niet transparant zijn'' over wat zich in Guantanamo Bay allemaal afspeelt.

Bot verzekerde de Kamer vorige maand nog dat, voor wat Guantanamo Bay betreft, de Amerikanen door hem ,,achter de broek worden gezeten''.